Home

sultanstrial

Österreichische Sultanmarsch

Wat de Hoge Heren deden, daarover bulderen de geschiedenisboeken. Op de plek buiten Wenen waar in 1529 de Sultan zijn tent op sloeg, bouwde de Habsburgse Keizer een lustslot. De plek waar werkelijk werd beslist over de Belegering van Wenen moet daar niet ver van hebben gelegen. Hier vochten de mannen van de Sultan met de 40 tüchtige Burschen uit Oberösterreich. De heldendaden van de boerenkinkels uit Linz wordt generatie op generatie doorverteld in het Linzerland en zal uiteindelijk aan de wieg staan van twee tochten: een seculiere mars die wordt aangeduid met de afkorting SM of ÖSM (soms ook OÖSM, waarbij OÖ voor Oberösterreich staat), en een meer spirituele bidtocht die de afkorting 7SM draagt. Dat staat voor de Sieben Schmerzen Mariens.

Legenda int. historic trialsHet Sultanstrial is de oudste van deze twee lange afstandspaden. Zij het slechts enkele maanden ouder. Ze volgt de voetsporen van Salomo de Wetgever (Süleyman Kanuni) tussen Istanbul en Wenen. Süleyman lanceerde zijn campagne op 10 mei 1529.
De tweede wandeling, de Österreichische Sultanmarsch, stamt uit hetzelfde jaar en volgt de legendarische tocht van 40 tüchtige Burschen die vanuit Linz te hulp schoten om Wenen te verdedigen. Ze vertrok hals over kop toen in Oberösterreich bekend werd dat aartshertog Ferdinand I uit Wenen was gevlucht.

Deze allereerste Österreichische Sultanmarsch zou in zeven dagen Wenen bereiken op de dag dar de Belgische verdediger van de stad, de Graaf van Salm, de poorten van de stad stevig had laten vergrendelen!

Op de plek bij Wenen, waar de mannen uit Istanbul de kerels uit Linz troffen, zouden eigenlijk jaarlijkse worstelwedstrijden moeten worden gehouden. Oostenrijkse worstelaars in kniebund-lederhosen tegen in broeken van buffelleer (kispet) gehulde Turken. Beide uiteraard vet in de olie, om eventuele blessures tot het minimum te beperken. Het zou een knallende finale aan het einde van de Sultanstrial (Sultanstrial Sultanlari Yolu) en de OÖsterreichische Sultanmarschen uit Linz kunnen zijn.


Aansluiting Via Comitis op Österreichische Sultanmarsch


  • De Hollandse Via Contis Via Comitis (van Kraantje Lek bij Haarlem tot Jeruzalem) loopt via Passau, Innstadt (grens Oostenrijk), Engelhartszell, Schlogen, Grub, Steinwand, Hartkirchen, Aschach (Donauoversteek), Freudenstein, Ottensheim en vanaf Puchenau langs een smal voetpad naar Linz. Tussen Linz en Wenen is de route van de Via Comitis gelijk aan de Österreichische Sultanmarsch.

sultanmarchDe Linzer Sultansmars op Wenen duurt traditioneel altijd zeven dagen. In de loop der eeuwen werd deze tocht omgeven met sagen en legenden. Het raadsel van de plotselinge aftocht van de Sultan in 1529 zou geheel te danken zijn geweest aan de 40 kerels uit Linz. Ze kwamen te laat aan in Wenen. De poorten zouden potdicht hebben gezeten als ze arriveren.

Ze worden gevangen genomen door de janissaren van de Sultan. Na afloop van de zoveelste mislukte aanval op de 12e oktober gaat de Sultan accoord met hun voorstel om middels een sportieve strijd een einde te laten maken aan zijn langdurige impasse voor de poorten van Wenen. Zijn sterkste mannen en een gelijk aantal Oostenrijkers zullen tegen elkaar strijden en de uitkomst zou bepalen of Süleyman al dan niet zal afzien van een verdere belegering. De elite uit het leger van de Sultan treed aan tegen de 40 kerels uit Linz.

Het werd een spannende strijd, die drie dagen voortduurd. Uiteindelijk staan de uit Dürnberg bij Linz afkomstige Bärschenkel tegenover Riesetürk in de finale.

Als de finale begint, is het 't mooiste weer van de wereld. Maar tijdens deze match begint het plotseling heel hard te sneeuwen. De Sultan beschouwd dit als een duidelijk hemels teken. Hij laat de wedstrijd als onbeslist eindigen. De 40 tüchtige Burschen krijgen hun vrijheid omdat ze zo dapper hadden gestreden en de onmiddelijke aftocht wordt geblazen. Tot stomme verbazing van het belegerde Wenen, die geen weet hebben van de gebeurtenissen en deze "overwinning" toeschrijven aan de Heilige Maagd Maria.

Wir von Linz fahren gegen die Sultan!

De Österreichische Sultanmarsch is dus eigenlijk een Mars tegen de Sultan. Destijds vertrok men vrolijk zingend vanuit Linz:

Der Donner rollt, es tobt der Sturm
Der Regen durchrauscht die Straßen
Und durch den Donner und durch den Sturm
Da gellert Urhorns blasen

Geen donder of storm zou deze stoere wandelaars kunnen tegenhouden. Mochten ze toch worden tegengehouden, dan blazen ze flink op hun Oerhoorn. Met betrekking tot de Urhorn valt uit de rest van dit lied op te maken dat dit een christelijk blaasinstrument moet zijn geweest, dat iedere vijand kippevel bezorgde:
Das alte Horn, es brüllt nach Blut
Und wimmert: Gott genade!

In eerste instantie kanaliseerde de kerk van Linz het enthousiasme voor de barre tocht van 1529 in een zeven dagen durende Gnadenfahrt auf Wien. Vanaf de eerste helft van de 17de eeuw kwam de tocht steeds meer in het teken te staan van de Sieben Schmerzen Mariens. Maria kreeg als Moeder van Smarten (Mater Dolorosa) door de Servieten (Ordo Servorum Mariae OSM) zeven smarten toebedeeld, die elk van een eigen boete-ritueel werden voorzien.

Lang voor paus Benedictus XIII in 1727 de Zevensmart voor de hele katholieke kerk invoerde, was er al sprake van de Linzer 7SM waarbij op elke dag van de tocht een van de Zeven Smarten van Maria werd herdacht. Vanaf het jaar 1727 komt de tocht van Linz naar Wenen altijd op de vrijdag na de Passiezondag in Wenen aan. De dag van het „Fest der Sieben Schmerzen Mariä". Die vormden volgens bisschop Hohenwart in 1814 'de essentie van deze Genadenvaart'.

De 7SM Gnadenfahrt uit Wels

Ondertussen werd de tocht zo populair, dat er een tweede jaarlijkse loop op Wenen moest worden ingevoerd: De kleine SSM Gnadenfahrt. Die vertrok zeven dagen voor het Fest Dolore (15 september) en stond ook bekend als de 7SM (Sieben Schmerzen Mariens), de OÖ (Oberösterreichischen) of Lambacher Gnadenfahrt.

Deze 'Kleine SM Gnadenfahrt' in september werd deels per schip uit Lambach bij Wels via de Traun en Donau naar Linz aangevoerd. Volgens de verhalen namen de Lambacher knapen het niet zo nauw waar het biecht, boeteoefeningen en kerkbezoek betrof. Ze werden extra in de gaten gehouden, en niet alleen omdat ze op hun vlag een naakte vrouw in een bootje hadden staan.

Ook nu nog staat de Heilige Flavia naakt op het gemeentewapen. Deze Sint was heel lang geleden zonder kleren door haar vader in een bootje gezet. Ze zou de hele familie ten schande hebben gemaakt met haar christelijke geloof. De kano strandde aan de monding van de Ager in de Traun, op de plek waar nu het enorme witgepleisterde Benediktijnerklooster Lambach staat.

Daar wordt de naakte Flavia gevonden door een christelijke herder, die razendsnel een schaap scheert om een jurkje te breien. Fatsoenlijk gekleed wacht de maagd bij de kuise herder de dood van haar vader af, zodat ze terug kan keren om haar deel van de erfenis op te eisen. Dat geld gebruikt ze om een kapel te laten bouwen.

Sankt Adalbero von Lambach

Later verrijst hier het kasteel van de machtige heersers van Wels-Lambach. De laatste telg van het roemruchte Huis was Sint Adalbero, die hier rond 1015 werd geboren. Koning Heinrich III benoemde hem in 1045 tot bisschop van Würzburg. Waarmee de eigendommen van Adalbero na zijn dood niet aan diens 'bastaarden', maar aan de kerk zou toevallen. Adalbero veranderd in 1056 zijn geboortekasteel in een klooster.

Omdat hij in de Investituurstrijd de kant van paus Gregorius VII koos, werd Adalbero uit Würzburg verdreven. Hij vond een veilig heenkomen in zijn geboorteklooster. Waar de toekomstige heilige tot zijn ontsteltenis verneemt dat de synode van Worms de paus heeft afgezet. Waarop de paus de koning excommuniceert.
Adalbero en andere prinsbisschoppen kiezen in 1077 Hertog Rudolf van Rheinfelden als tegenkoning. Maar de burgers van Würzburg bleven loyaal aan Heinrich en verdrijven bisschop Adalbero bij zijn terugkeer naar Würzburg opnieuw uit de stad.

Om de toekomstige heilige te fokken benoemd koning Heinrich een reeks tegen-bisschoppen. Als Paus en koning weer vrienden zijn geworden, weigert Adalbero de koning opnieuw te erkennen en verwerpt alle pogingen tot bemiddeling. Hij laat weten dat hij liever sterft dan dat hij toegeeft aan deze schoft van een koning.

Tijdens de synode van Mainz in 1085 wordt Adalbero formeel afgezet en verbannen. Een jaar later keert de bisschop onder bescherming van zijn vriend Rudolf van Rheinfelden in triomf terug naar Würzburg. Zodra Rudulf zijn hielen heeft gelicht, moet de bisschop opnieuw een veilig heenkomen zoeken. In zijn bunker-klooster-lustkasteel bij Welz.

Sankt Altmann von Durstina

In 1089 wijdde hij samen met zijn vriend, de uit Durstina (Dorsten-Holsterhausen in Westfalen) afkomstige Sint Altmann (1015-1091) was kapelaan in de hofkapel van keizer Heinrich III te Aken en werd in 1065 de bisschop van Passau. In 1077 werd hij door aanhangers van keizer Heinrich IV uit Passau verdreven, maar wordt in 1080 in Rome tot legaat voor de paus in Duistland benoemd. In sticht hij de Stift Göttweig, vanwege haar ligging boven op een heuvel vaak het Oostenrijkse Montecassino genoemd. In 1085 zette de keizer hem af als bisschop van Passau, waarna de Westfaalse heilige de meeste tijd zal doorbrengen in het territorium van de Babenbergers.

In 1089 wijdde hij samen met Adalbero de kloosterkerk van Lambach in en trekken de Lambacher monniken er op uit om de monniken van Melk een flinke afstraffing te bezorgen omdat ze zich weigeren te onderwerpen aan het gezag van de door Rome aangestelde bisschoppen. In Melk maken de ongehoorzame op 21 maart 1089 plaats voor de Benediktijner monniken onder leiding van Abt Sigibold.

Kort daarop sterven de bevriende bisschoppen snel na elkaar. Adalbero op 6 oktober 1090. Hij wordt in Lambach begraven in de abdijkerk die hij zelf met Altmann had ingewijd.

Sankt Altmann von Durstina stierf op 8 augustus 1091 in Zeiselmauer. Hij werd begraven in de kerk van de Göttweig Abdij, waar hij vanaf dat moment werd vereerd als een heilige, hoewel hij nimmer officieel werd gecanoniseerd.

Ook de monniken van Lambach doen er alles aan om van Adalbero's graf een populair boete- en genadecentrum te maken. Pas na Reformatie weet men met veel ijver en inzet de cultus rond Adalbero tot bloei te brengen.

Vanuit zijn graf in Lambach straalt zijn genade door tot in Münsterschwarzach. Zelfs in het Würzburg, waaruit de bischop zo vaak werd verdreven, slaat de Adalberomanie toe. Hoogtepunt van zijn cultus valt in 1883. Dan jubelt heel Oostenrijk Adalbero, die dan officieel door paus Leo XIII vanaf de logia van de Sint Pieter in Rome voor heilig wordt verklaard.

Tegenwoordig bewonen nog 15 Benedictijner monniken van zeer uiteenlopende leeftijd zijn klooster. Het is al meer dan 950 jaar een mannenklooster. Deze kerels zijn nog niet vergeten wat Eva met de appel deed. Meedoen met de monastieke gemeenschap is dan ook niet mogelijk voor vrouwen.

Voor de kleine SSM Gnadenfahrt, die voor het eerst uit Linz vertrok op 8 september 1814, kwamen de mannen uit Lambach te laat in Linz aan om in de Jesuitenkirche (Alter Dom) ingezegend te worden. Bij aankomst bleek bisschop Sigismund Hohenwart al te zijn vertrokken. Hetgeen er waarschijnlijk de oorzaak van was dat ze zeven dagen later niet geheel unversehrt (ongeschonden) in Wenen aankwamen.

De Gnadenfahrt werd door het volk in Lambach schertsend de Siebentod genoemd. Men zong:

Wir kamen vor Siebentod
Da hätten wir weder Wein noch Brot
Wir kamen vor Benevent
Da hatt all unsre Not ein End

Da ging die Hölle los

De opvolger van Hohenwart, de zeer Mariale bisschop Franz-Joseph Rudigier, haalde in 1882 fel uit naar het steeds losbandiger wordende karakter van de bedevaart. Hij is ontsteld als hij merkt dat er dat jaar ook vrouwen mee willen doen, en weigert de tocht dat jaar in te zegenen. Teleurgesteld keren de meesten huiswaarts. Behalve die uit Lambach en Wels.

Zijne Eminentie is des duivels, als hij op de avond van 8 september 1882 hoort dat ze vanuit de Volksgarten zingend Linz hebben verlaten. Op bevel van de bisschop gaan de poorten van kerken en kloosters aan de route dat jaar stevig op slot. Mochten de 39 mannelijke en 1 vrouwelijke wandelaars onderweg iets overkomen, dan hadden ze dat geheel aan zichzelf te danken. Want er ruste geen zegen op deze tocht. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurt toch! Oningezegend keren ze twee weken later heelhuids en in ongeschonden staat uit Wenen terug.

Het is het begin van het oudst nog bestaande seculiere lange-afstands-wandelpad van Oostenrijk. Met lede ogen moet de kerk zien dat steeds meer jongens zich aan het kerkelijk gezag onttrekken en er ongezegend op uittrokken.

In 1887 bepaald bisschop Ernest Müller van Linz dat een SM Gnadenfahr alleen geldig is als de deelnemers deze "in staat van genade" ondernemen. Hetgeen inhield dat ze in Linz eerst diende te biechten voor ze konden worden ingezegend. En in Wenen dienden ze opnieuw te biechten voor ze weer werden afgezegend.

Balgereien

Liep men tot 1887 gezamenlijk op, vanaf dat jaar marcheren de 'ongezegende' kerels van de neo-Seculiere Sultanmarsch strikt gescheiden van de 'koorknapen' in de kerkelijke versie van de tocht van 1529.

De Chorknaben genieten alle medewerking van de officiele instanties. Ze vertrokken stevig ingezegend vanuit de Alter Dom van Linz in een bidtocht-achtige wandeling naar de Stephansdom van Wenen.

De Sultanmarsch vertrok op de zelfde dag, maar waar de Chorknaben direct na de eerste vroegmis benen maakten, vertrokken de 'ongezegenden" pas bij het vallen van de avond vanuit de Volksgarten van Linz. Deze tocht eindigde zeven dagen later. Niet in de Stephansdom, maar in de Volksgarten van Wenen.

De tocht blijkt ook zonder kerkelijke rituelen over voldoende historisch karakter te beschikken om enthousiast te worden gelopen. Als recreatieve ontspanning door een van de mooiste gebieden op aarde. Of ter bevordering van het historisch bewustzijn.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het gebruikelijk om de seculiere tocht te laten eindigen aan het graf van de Belgische Graaf Salm. De man die met succes het algemeen commando voerde tijdens de eerste belegering van Wenen.

Omdat de 'koorknapen' de redding van Wenen toeschreven aan de Heilige Maagd Maria, terwijl de 'ongezegenden', deze toeschreven aan de Veertig helden uit Boven-Oostenrijk, ontstond er onderweg regelmatig een volkstümliche Feindseligkeit (animositeit). Over het algemeen bleef het bij onschuldige Balgereien (stoeipartijen).

Sieben Schmerzen im Kreuz

Onder het episcopaat van de de Linzener bisschop Rudolph Hittmair (1909–1915) verdween de historische oorsprong van de tocht meer en meer naar de achtergrond. Het werd allemaal Maria wat de barokke kerkklok sloeg.

Om elke vergissing uit te sluiten voerde bisschop Hittmair een embleem in om zijn katholieke knapen te onderscheiden van de ongezegenden. Het logo bestond uit een rood vlak met in het wit een met zeven zwaarden doorstoken hart. De Zeven Smarten van Maria.

Elk van de zeven dagen van de ÖSM/Gnadenfahrt stond in het teken van de bijpassende smart.

De vijfde dag was berucht. Dan haalde de ongezegend vertrokken wandelaars de koorknapen in. Dan was het Stabat. Dat heeft niets met de joodse Sabat van doen, maar komt van Stabat mater dolorosa, de beginwoorden van een Latijns lied uit de 13de eeuw. Dat aan het begin door de koorknapen en aan het einde van de vijfde dag werd het vierde couplet gezamelijk met de ongezegenden gezongen:

Pro peccatis suae gentis
Vidit Jesum in tormentis
Et flagellis subditum.
Vidit suum dulcem natum
Moriendo desolatum
Dum emisit spiritum

Er werden pogingen ondernomen om met de ongezegenden afspraken te maken. Ze zouden eventueel toch gezegend kunnen worden, als ze de knapen met dat Zeven Smarten van Maria-embleem ongemoeid te laten. Dit bleek het tegenovergestelde effect te hebben. Er werd juist jacht gemaakt op de koorknapen met zo'n embleem, om ze middels zogeheten Nüßschläge naast de Zeven Smarten van Maria ook nog eens Sieben Schmerzen im Kreuz te bezorgen.

Uiteindelijk lukt het bisschop Hittmair een deel van de ongezegenden weer in de processie op te nemen. Ze kregen zelfs een taak: ze mochten controleren of het Angelus strikt werd onderhouden.

De voormalige uneingesegnete van de Angelusüberwachungsstelle deden voortreffelijk werk, en wisten zelfs seculiere deelnemers te overtuigen dat het beter voor hun was het Angelus te bidden.

Überwachungsdienst
öffentliche Keuschheit

Het Angelus is een katholiek ritueel om zes uur 's morgens, twaalf uur 's middags en zes uur 's avonds. Het wordt aangekondigd door het luiden van de kleinste klok, het angelusklokje. Na drie slagen stopt de klok voor speciale Mariale formules.

Het middagluiden van het Angelus werd in 1571 door de paus verplicht. Niet voor een jaar, maar tot in eeuwigheid moest men herdenken wat er op 7 oktober van dat jaar had plaatsgevonden. Don Juan van Oostenrijk had een zeeslag van de Turken gewonnen. Don Juan werd vijf jaar later landvoogd van de Nederlanden. Naast het dagelijkse Angelus-luiden stammen tal van Landsknechtliederen uit deze periode.

De Angelusbewakingsdient werd in de loop der jaren opgenomen in de Geißel, die eigenlijk de Überwachungsdienst öffentliche Keuschheit heette. Die streng toezagen op de Sittsamkeit (zedigheid) tijdens de bedevaart.

Met uitzondering van de zogeheten „Kniebundhose“, was een korte broek, verboden voor jongens ouder dan 16 jaar. In landelijk Oostenrijk was de lederen Kniebundhose de 'nette' broek voor mannen. De Kniebund zonder sokken werd min of meer het uniform van de tocht.

De dames marcheerden gescheiden van de heren. Onder leiding van een Oberin (kloosterzuster) vertrokken ze twee uur eerder dan de jongens. Ze dienden in het bezit te zijn van een Kopftuch, groot genoeg om hoofd en schouders af te dekken als ze een genadenoord betraden.

Landsknechtliederen

In zogeheten "Landsknecht" liederen die de Oostenrijkers tijdens de Österreichische Sultanmarsch zingen, worden de Vlamingen als beulen afgeschilderd. In deze schatten van het culturele erfgoed van Europa's Muziekland bij uitstek hebben zowel Vlaanderen als Turkije een beroerde klank.

Zijn de Turken weliswaar geweldenaars, en worden hun martelingen tot in detail bezongen in de Landsknecht-liederen, ze krijgen uiteindelijk klop of smeken om genade! In tegenstelling tot de Vlamingen. Om dat Osmaanse pak slaag te vieren weerklonken er in heel Oostenrijk zogenaamde Turkse Marsen. Geschreven door Oostenrijkse componisten en geinspireerd op de klanken van de Mehter.

Jetzt heißts auf Glück und Gnade
Der Trommler schlägt Parade

Deze Sultanale Harmonie stond voor de muren van Wenen en speelde voorafgaande aan een aanval eerst wat adrealineverhogende muziekstukken. Natuurlijk waren het de Turken die aanvielen, al spreken de propagandastukken over de bevrijding van de ten opzichte van joden en moslims uiterst intolerante katholieke kerk. Voor het Osmaanse Rijk was het op geloofsgebied een plicht de mensen van Wenen te bevrijden van de heidenen. De verzoeken van de Sultan aan de paus en keizer de joden en moslims veiligheid van lijf en goed te garanderen bleven onbeantwoord.
Als de sultan een afgezant naar de paus stuurd met het verzoek te stoppen met het ophitsen van zijn gelovigen tegen de joden, antwoord de Heilige Vader met een algemene oproep tot Kruisvaart tegen het Turkse Gevaar.

Keer op keer speelde de Mehter voor de poorten van Wenen. Hoewel de poorten stevig op slot bleven, werden opera's die zich afspeelde aan het hof van de Turkse Sultan enorme kaskrakers.

Flanderwatsche

Gelukkig zijn de meeste Vlamingen onwetend dat ze tijdens de Österreichische Sultanmarsch worden bezongen als schauderhafte Meuchelmörder (enge sluipmoordenaars).
Het zal de Vlaamse wandelaar niet ontgaan dat in de Österreichische Sultanmarsch zijn Vlaamse eigenheid bedreigd kan worden door iets dat hij instinctief als vijandig aanvoelt: Oostenrijks Nationalisme.

In het lied van de Dood in Vlaanderen, Der Tod in Flandern, komen de schaurige Flamen er nog genadig vanaf:

Der Tod reit't auf einem kohlschwarzen Rappen
Er trägt ein undurchsichtig Kappen
Wenn Landsknecht' in das Feld marschieren
Läßt er sein Roß daneben galoppieren
Flandern in Not!
In Flandern reitet der Tod!

De Oostenrijker begluurt de Vlaamse vreemdeling met achterdocht en voelt zich in zijn gezelschap onbehaaglijk. Logisch gevolg van het eeuwenlang angstaanjagend bezingen van Vlaanderen.

Wir schlucken Staub beim Wandern
Der Kaiser schluckt ganz Flandern

Het past dus niet met vlaggen met de Vlaamse Leeuw te zwaaien, aangezien dit kan worden opgevat als provocatie.

Dat Vlamingen hun bedenkingen over het veronderstelde Oostenrijkse suprematie op muziekgebied hebben, is begrijpelijk. Mozart heeft tenslotte nooit een Vlaamse Mars geschreven!

Verhaltensregeln
Österreichische
Sultanmarsch

Wandelaars op De Via Comitis dienen zich te realiseren dat ze tussen Linz en Wenen het historische Landsknechtenpad van de Österreichische Sultanmarsch betreden.

Individuele wandelaars worden verzocht zich strikt te houden aan de Verhaltensregeln voor de Sultanmarsch en de aanwijzingen van de Geißel geheten ordedienst op te volgen. Dit geld ook voor deelnemers aan de Via Comitis.

Vlaamse en Nederduitse Wandelaars op de Via Comitis worden er op gewezen dat als zij in de Sultanmarsch willen meemarcheren, ze van te voren toestemming dienen te vragen aan de Geißel, of het wordt toegestaan hun vlaggen met Nationale Leeuw te zwaaien. Dit geld in het bijzonder voor de Vlaamse Leeuw.

Hollandse wandelaars die vanen met de Hollandse Leeuw meevoeren, dienen zich te realiseren dat niet iedere Oostenrijker op de hoogte is van het verschil met de Vlaamse vlag. Als je weet duidelijk te maken dat de Hollandse leeuw rood is, en de Vlaamse zwart, zul je over het algemeen geen bedreigingen meer ondervinden.

Vlamingen hebben het iets moeilijker. Hun in Duitsland nog enthousiast begroette Zwarte Leeuw kan in Oostenrijk op een opgestoken middelvinger rekenen. Maar je moet ook niet raar staan te kijken als je met zo'n vlag op een schallende Ohrfeige, Maulschelle of derber Schlag wordt getrakteert. Ze zijn het onthaal dat de Oostenrijkse Commando's eeuwen geleden in Vlaanderen kregen hier niet vergeten.

In de regelementen van de Österreichische Sultanmarsch lezen we o.a.:

Bij provocatie met vreemde vlaggen (lees Vlaamse vlag) wordt onmiddelijk ingegrepen, de provocateur gestraft door de Geißel en de vlag verbeurd. In principe zijn alleen vlaggen met de kleuren rood-wit-rood toegestaan.

Voor het geel-rood van de Hollandse vlag kan dispentie worden aangevraagd. Hou er rekening mee dat verwarring met de Vlaamse leeuw makkelijk kan onstaan. Als hierdoor de integriteit of het karakter van de Österreichische Sultanmarsch in gevaar wordt gebracht, zullen maatregelen door de Geißel worden genomen.

Tijdens het wandelen in rotten van drie is het niet toegestaan om alkohol te drinken, interviews te geven of te roken.

Discreet blowen na afloop van een dagwandeling komt ook onder Oostenrijkse wandelaars veel voor. Dit stuit hier zelden op bezwaar. Net zomin als dat er sprake is van ergernis over het liederlijk dronkenschap onder soms wel heel jonge deelnemers. Veel wordt bedekt met de mantel der liefde voor de Oostenrijkse zeden, traditie, taal en cultuur.

In de regelementen van de Österreichische Sultanmarsch lezen we verder:
Es dürfen keine Tiere und Waffen mitgeführt werden.

Waar de österreichische Sultanmarsch eindigd, gaat de Via Comitis verder.

WAARSCHUWING

De aanduidingen Sultanmarsch en Sultanstrial kunnen tot verwarring leiden. Voor de historisch correcte wandelaar!

  • De katholieke Gnadenfahrt uit Oberösterreich eindigd in de Weenste Sint Stephansdom.
  • De SM Österreichische Sultanmarsch eindigd niet meer in het de Volksgarten, en ook niet op de Nepomuk Bergerplatz of Kettenbrücke, maar bij het graf van Niklas Graf Salm aan de Weense Rooseveltplatz. Waar nog eens degelijk op die oud-Oostenrijkse Urhorn kan worden geblazen.
  • De historische Sultanstrial (Sultanstrial Sultanlari Yolu) eindigd niet in Wenen zelf, maar in Simmering, bij het Zentralfriedhof aan de rand van de stad.
  • In Simmering bevond zich ook het veld waar de mannen van de Sultan in 1529 met de 40 tüchtige Burschen uit Oberösterreich streden, waarna het beleg werd opgeheven.

Het Feest van de Zeven Smarten van Maria op de vrijdag na de Passiezondag werd na het Tweede Vaticaans Concilie afgeschaft. Daarmee ging de Grote Kerkelijke Gnadenfahrt op in de SM Österreichische Sultanmarsch. De kleine Gnadenfahrt ter ere van het Zeven Smartenfeest op 25 september bleef op individueel niveau bestaan, maar is de afgelopen jaren meer en meer een sportieve prestatie met historisch karakter geworden.


Linz


... Donderdag 4 juni 2009: Bel met Sedat, die me vraagt te kijken of er een vereniging is voor de kleine 10.000 Turken in Linz. De zoekmachine overdonderd me met sites vol burgerinitiatieven tegen wat de Groene Pest wordt genoemd. Op de eerste dag van het jaar 2008 brachten de inwoners van Linz op het terrein waar een moskee werd gebouwd een eeuwenoude traditie opnieuw tot leven. Op Sint Sylvesterdag werd een "ganz besondere Wünsche an die dortige islamische Gemeinschaft gerichtet. Zahlreiche Schweinsköpfe wurden vor Ort auf Holzpfählen installiert."

Alsof een paar varkenskoppen de bouw van "eine weitere Großmoschee in Österreich" zouden kunnen tegenhouden. Volgens mij gaat het hier gewoon om een fotomontage. Het bericht is exclusief afkomstig van de website van de Nationalen Volkspartei.

Voor Sedat lijkt het me beter dat hij voorlopig zijn Hollandse vlag uithangt. Als mensen uit Linz vragen wat hij komt doen?

Zeg maar dat je naar Wenen loopt, en onderweg even langs het kerkhof van het stadje Leonding ten zuiden van Linz wil bezoeken.

Wie ligt daar dan?

Daar liggen er twee. De ouders van de bekendste Oostenrijker uit de geschiedenis.

Zijn die heilig?

Niet officieel voor de katholieke kerk. De familie heette tot 1876 Schicklgruber. Daarna Hitler. Vader Alois stierf in 1903 en moeder Klara Pölzl in 1907. Hoewel zijn moeder in Linz stierf, werd ze bij haar man in Leonding begraven...


Wenen


Klik op foto voor grotere afbeeldingVia Contis Na zeven dagen wandelen nadert de Sultanmarsch haar eindpunt. Aan de Johann Nepomuk Bergerplatz ten westen van het stadscentrum houden sommige deelnemers aan de 180 km lange Sultanmarsch het voor gezien.
Anderen wachten tot het vallen van de avond, om via de Volksgarten al zingend naar de Stephansdom op te marcheren. In tegenstelling tot de vroegere 7 dagen durende bedevaart, gaan veel deelnemers aan de Sultanmarsch tegenwoordig op de 8ste dag naar de Votivkerk om een bezoek aan het Praalgrag van Niklas Graf Salm, de Held van Wenen, te brengen. Daar komt de Sultanmarsch uit Linz officieel ten einde en worden de rot-weiss-rot Fahnen opgerold. De deelnemers gaan gezellig een kopje koffie drinken in een Weense coffeeshop. De eerste opende in 1683 nachdem im Kampf gegen die Türken 500 Sack Kaffee erbeutet worden waren.

Wenen: Sint Stephansdom

Hierin richtte Graaf Salm, de Verdediger van Wenen op 8 september 1529 zijn hoofdkwartier in voor zijn huurlingenleger van Duitse Landsknechten, Piekaardiers en Spaanse musketiers. Salm liet zijn mannen de toen drie eeuwen oude muren rond de Stephansdom verstevigen.
In de Graben, een straat die loopt naar de dom, staat midden op het rondpunt de Pesttoren, opgericht nadat in de 16e eeuw de pest in Wenen uitbrak en 16.000 slachtoffers eiste. Omdat er zoveel mensen in korte tijd stierven, konden zij niet allemaal begraven worden. Daarom werden de lijken in de catacomben onder de Stephansdom ingemetseld. Tegenwoordig kan men door een uitgekapt gat in de muur en smaakvol verlicht de bergen schedels en botten zien liggen.

Wenen: Minoritenkirche
Minoritenplatz 2
Innere Stadt

De damesafdeling van de Sultanmarsch vertrok na een bezoek aan de Stephansdom te hebben gebracht, discreet verder naar de Maria Schneekirche voor een bezoek aan het Hart van het Adelaarsjong. Een object dat destijds in het geheim menig katholiek meisjeshart sneller deed kloppen.

U-Bahn-Station Herrengasse heeft een uitgang naar de Minoritenplatz, direct bij de kerk. De torenspits van de slanke toren aan de oostzijde werd bij het beleg van Wenen in 1529 met een preciesieschot weggeschoten. Het zou tot 1633 duren voor deze weer werd opgebouwd. Bij de belegering van 1683 werd de torenspits opnieuw door de Osmanen afgeschoten. Daarna liet men het maar zo.

Niet de toren, maar de Herzgruft maakt deze kerk bijzonder, want tussen de urnen met Habsburgerharten staat het hart van het Adelaarsjong, de legitieme mannelijke nakomeling van Napoléon.

Zijn moeder was de oudste dochter van de Oostenrijkse keizer Franz I. Deze Marie-Louise von Habsburg werd door haar vader op 18-jarige leeftijd uitgehuwt aan Napoleon Bonaparte. Een jaar later kwam in het Tuilerienpaleis l’Aiglon, het Adelaarsjong op aarde: Napoleon II. Bij de eerste verbanning van zijn vader in 1814 werd hij door zijn moeder meegenomen naar Schloss Schönbrunn in Wenen, waar hij op 22 juli 1832 op 21-jarige leeftijd aan tuberculose stierf.
Volgens de Habsburgse traditie, werden lichaam, hart en ingewanden afzonderlijk van elkaar begraven.
Voordat het lichaam van de kleine Napoleon in de keizerlijke grafkelder (Kapuzinergruft) verdween, werd het hart van het Adelaarsjong in plechtige processie naar de Herzgruft van de Lorettokapel in de St. Augustinkerk gebracht. Daar staat het nog steeds tussen de kleine 50 overige urnen met Habsburgharten. Een soortgelijk ritueel heeft plaats met de urn met de ogen, hersenen en ingewanden van Napoleon II. Die verdwijnen in de Alte Herzogsgruft, te vinden in de Katakomben van de Stephansdom. Als hoogtepunt van de rouwtraditie had uiteindelijk de bijzetting van het lichaam in de Kapuzinergruft plaats.

In 1940 liet Hitler het lichaam uit de Kapuzinergruft naar Parijs brengen als cadeau voor de Franse bevolking.
Dat het hart en de hersenen van Napoleon's zoon in Wenen bleven, danken we aan de ingewikkelde begravenisrituelen van de Habsburgers. Waar Hitler onwetend van zou zijn geweest.

Aan Napoleon dankt de Minoritenkerk ook de gigantische mozaïekkopie van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. De Franse keizer gaf de opdracht tot vervaardiging aan glassnijder Giacomo Rafaelli. Het was eigenlijk bedoeld voor het Belvedere-paleis, en kwam pas na Napoleons verbanning klaar. Het zou door zijn schoonvader Keizer Franz I betaald worden. Omdat het te groot was voor het Belvedere, kwam het uiteindelijk in deze kerk terecht.

Wenen: Votivkirche
Rooseveltplatz 8

In de Votivkerk staat het Praalgrag van Niklas Graf Salm. Hij stierf op 4 mei 1530, zeven maanden nadat een vallende steen twee tenen had verbrijzeld tijdens de laatste aanval van Süleyman in 1529. Nadat de Turken waren vertrokken, keerde Ferdinand I weer terug naar Wenen en gaf Loy Hering de opdracht een schitterende graftombe te bouwen voor de Grote Held van Wenen.
votivkircheDe Renaissance sarcofaag van Graaf Zalm werd eind 19de eeuw naar de doopkapel van de Votivkirche overgeplaatst. Deze kerk werd gebouwd als dank voor de redding van keizer Franz Josef bij een moordaanslag in 1853. Een Hongaarse nationalist bespong de keizer van achteren en probeerde Frans Josef met een mes te kelen. De poging mislukte omdat de nek van de keizer werd beschermd door het goudborduursel op de hoge kraag van zijn uniform. Het broertje van de keizer, Maximiliaan, schreef de redding aan God zelf toe en liet als dank deze uit witte zandsteen opgetrokken tempel bouwen. Mede als passend onderkomen voor de Belgische 'Redder van Wenen' Graaf Salm.

Cafer Baba Zindani Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch MokumTV of Amsterdam


Vanaf Purbach onder Wenen tot Konya in Turkije loopt de Via Comitis min of meer paralel aan het historische Sufipath. Ook dit is enigzins verwarrend, want ook in Zwarte Haan (Het Bildt) Kall-Sötenich en Breyell (Duitsland) worden genoems als vertrekpunten. Dit zijn echter vrij recent onstane Suficentra in West Europa. Het historische Sufipath "knoopt" pas in Purbach onder Wenen aan.

Natuurlijk is tijd iets betrekkelijks, maar in Purbach woonde de eerste sufi's die zich kort na het afblazen van de belegering van Wenen door de Osmanen blijvend in Oostenrijk vestigden. Deze zogeheten österreichische Urturken vormden later de kern van de lijfwachten van de Habsburger Keizers.


In Nederland schreef Mohamed el-Fers een reisgids Istanbul en de eerste biografie van Mevlana (deze is op dit moment uitsluitend nog in de Engelse editie verkrijgbaar). Click here to buy this book now

Buy now at Lulu.com
Bestel de reisgids Istanbul
HOME