Home

Cafer Baba Zindani Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch MokumTV of Amsterdam


WANDELEN van
Zandvoort-Istanbul


Sufipath Via Contis Zat 25 april: Zandvoort-Amsterdam 34,4 km

Ga naar de foto'sDe aanloop van Sedat naar het Sultanspad had op zaterdag 25 april 2009 plaats. Vergezeld van een flinke groep fans liep Sedat Çakir het begin van de Historische Graven van Holland-route via het Visserspad door de duinen naar Overveen. Onder de enthousiaste meelopers naast familie en vrienden ook de Commissaris van de Koningin in Noord Holland, burgemeester Mr. Niek Meijer van Zandvoort, Murat Karakus, directeur van het Turks Nationaal Verkeersbureau in Den Haag, journalisten van de internationale pers en een groot aantal leden van het Santiago-genootschap.

Legenda int. historic trialsBij de 450 jaar oude herberg Kraantje Lek in Bloemendaal werd het gezelschap opgewacht door een internationaal gezelschap, waaronder enkele aanhangers van de Amsterdamse Mariaverschijning "Vrouwe van alle Volkeren" (de enige door de Rooms Katholieke kerk officieel goedgekeurde Mariaverschijning in Nederland). Zij zouden aan het begin van deze tocht een "noveen" houden om Maria te vragen de wandelaars onder Haar bescherming te plaatsen. Verder waren in het zo historische Kraantje Lek ook drs. Veyis Gungor en Mohamed el-Fers om de heer Çakir namens de Sufipath Int. Sufipath Society en de Via Contis Via Comitis Society uit te zwaaien.

Via ContisNa op het zonovergoten terras te hebben genoten van koffie vertrok Sedat richting Schloss Neugebäude in de Weense buitenwijk Simmering. Officiele startplaats van de Sultanstrail naar Istanbul. In aanwezigheid van mr. Harry Borghouts (als vertegenwoordiger van Hare Majesteit de Koningin) verklaarde Sedat dat hij in zijn aanloop op Wenen nauwgezet en minitieus de Via Contis Via Comitis van de Hollandse Graaf Dirk III van Holland zou volgen.

Waarna drs. Veyis Gungor controleerde of de rugzak van Çakir voldeed aan de voorschriften die gelden op het Sufipath Sufipad, waarmee zowel de Via Contis Via Comitis als de route van de Sultan integreerd. Deze route volgt die van Sultan Suleyman de Grote tot aan diens graf in Istanbul.

SultanstampHet Sultanspad is een sponsorwalk, gelopen voor een goed doel onder leiding van Sedat Çakir en mede mogelijk gemaakt door honderden enthousiaste supporters die hem ook spiritueel ondersteunen tijdens dit eerbetoon aan de Sultan aan wie het westen zo veel te danken heeft. Vandaar dat Çakir ook support krijgt van bedrijven en organisaties als TeleTurk, QFast, Corendon, het Turks Verkeersbureau in Nederland, de Unie van Democratische Turken in Europa en het Turks ministerie van Tourisme.

In Istanbul vervolgen Sufipad en Via Comitis elkaar broederlijk tot Konya.

Cafer Baba Zindani

  • Zon 26 april: Via Contis Amsterdam, Diemen, Hilversum, Bussum Zuid 29,7 km
  • Maa 27 april: Bussem-Soest 32,6 km
  • Din 28 april: Soesterberg-Amerongen 28,6 km
    Soest, Woudenberg, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal.
    In Maarn wacht de televisieploeg van Staryava, dat elke zondag via EuroStar sateliet TV aandacht deze voettocht schenkt.
  • Woe 29 april: Veenendaal, Rhenen, Neder-Betuwe, Druten, Overbetuwe, Dodewaard, Via Contis Ewijk (Beuningen)

Ewijk (Beuningen) - Sint Janstoren


Al in de 12de eeuw was de schitterende Sint Janstoren en bijbehorende romaanse kerk een baken voor de pelgrims in het rivierenlandschap van Maas en Waal. Nadat de protestanten de kerk hadden ontheiligd en de katholieken er uit hadden verdreven, hielden die hun rituelen bij de eeuwenoude rode beuk in de bossen bij Slot Doddendael, een kasteeel uit de eerste helft van de 14e eeuw. Het werd in 1591 door de Duitse Prins Maurits in brand gestoken. Alleen de zware rompmuren blijven overeind. In de slotkelder hebben gedurende de hele 17e en 18e eeuw in het diepste geheim missen, boeteoefeningen en andere rk rituelen plaats. Daaraan kwam pas een einde toen de eerste koning van Holland de katholieken samen met de joden gelijkschakelde met het protestantisme en de oude Romaanse Jan de Doperkerk opnieuw in gebruik kan worden genomen. De middeleeuwse kerk wordt op het koor en toren na in 1833 vernieuwd. De kerk wordt in 1918 gesloopt. De stoere oude turfstenen Romaansetoren uit de 12e eeuw is wat er over is. In de Katholieke Kelders van Slot Doddendael zijn nog schaarse resten te zien van het ondergrondse heiligdom.

  • Don 30 april: Ewijk, Beuningen, Via Contis Nijmegen, Ubbergen, Groesbeek.

Duitsland


De zogeheten Jakobswegen in Duitsland zijn veelal na 1995 ontwikkelde reconstructies die weinig van doen hebben met de Camino die door Frankrijk liep als een spoor van naar Santiago gestuurde criminelen. Toch hebben de uitgezette Jacobspaden in Baden-Württemberg nog iets van het concept boetedoening weten te behouden op de uitgezette Jakobswegen tussen Nürnberg-Ulm-Konstanz, Würzburg-Rothenburg-Ulm, Rothenburg-Rottenburg-Thann en Rothenburg-Speyer

  • Vrij 01 mei: Groesbeek, Grafwegen (grens Duitsland), Nergena, Kessel, Asperden, Via Contis Goch

Goch am Niederrhein


Goch werd in 2005 tot officieel Welvaartsoord van de Rooms Katholieke kerk verheven. Met als spiritueel centrum de in opdracht van paus Paulus VI gebouwde Arnold Janssen-kerk uit 1982.

Goch is de plaats waar in 1837 Sint Arnold Janssen werd geboren. Janssen meende o.a. dat het tot hereniging van de christenenen zou komen als er maar dagelijks in Fulda een mis aan het graf van Sint Bonifatius zou worden opgedragen. Vanwege de anti-religieuze politiek tijdens de Kulturkampf van Bismarck kon hij zijn bekeringsplannen voor protestanten en heidenen in Duitsland niet verwezenlijken en week hij uit naar Nederland. Arnold kocht in het Noord-Limburgse Steyl aan de Maas (thans Venlo) de herberg Ronck en richtte een sprituele gemeenschap op om China tot het katholieke geloof te bekeren, sticht hij de SVD, de Societas Verbi Divini, ook bekend als Missionarissen van Steyl. Die telt vandaag over de hele wereld meer dan 6000 paters en broeders en is een van de grootste clubs in de katholieke kerk.

Voor de avontuurlijke katholieke meisjes sticht Arnold samen met de later zalig verklaarde Maria Stollenwerk in 1888 de S.Sp.S., de blauwe missiezusters van Steyl. De afkorting staat op de Latijnse woorden voor Dienaressen van de Heilige Geest.

Om ook de minder avontuurlijke katholieke dames tevreden te stellen, sticht pater Arnold de S.Sp.S.A.p., de Congregatio Servarum Spiritus Sancti de Adoratione perpetua. Om deze slotzusters te onderscheiden van zijn blauwe meisjes dragen de Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijddurende Aanbidding een rozekleurig habijt.

Zijn Gemeenschap wordt in 1901 goedgekeurd door de Heilige Stoel. Als pater Arnold op 15 januari 1909 in Venlo sterft, zijn er meer dan 1500 van zijn mannen en vrouwen actief om China, Italië, Argentinië, Oostenrijk, Brazilië, de Verenigde Staten, de Filipijnen, Chili, Japan en Papoea-Nieuw-Guinea tot het katholieke geloof te bekeren.

Heeft Goch het geboortehuis, de sarcofaag met Arnold Janssen en het wereldberoemde Missiemuseum staan in Venlo.

Toen de pater uit Goch op 5 oktober 2003 door de paus Heilig werd verklaard, was de bisschop van Münster niet langer in te houden. Twee jaar later verklaarde hij heel de gemeente Goch tot een Genadeoord.

Een monument dat de jonge Arnold Janssen in zijn jeugd zeker gekend moet hebben is de Steintor uit 1371. Eeuwen lang de gevangenis, tot de toren in 1930 als Heimatmuseum wordt ingericht en vanaf 1 oktober 1936 als plaatselijk Hoofdbureau van de Hitler-Jugend fungeert. Direct na de oorlog werd de toren als politiebureau ingericht. Van 1956-1991 was Steintor weer een museum. Nu worden de ruimten door de Heimat- en Verkeersvereniging gebruikt.

  • Vrij 01 mei: Rottum, Weeze, Niers, Kevelaer


Kevelaer


Sufipath Via Contis Het bedevaartsseizoen van Kevelaer begint op 1 mei om 10 uur met de opening van het Pelgrimsportaal. Door de moordaanslag op de Koninklijke Familie gisteren, liep de planning van Sedat uit en wordt pas in de namidag in Kevelaer verwacht. Dan is de Pilgerpforte dus al een paar uur open. Benieuwd of burgermeister Axel Stibi nog wat tijd kan vrijmaken om Sedat op de Kapellenplatz te ontvangen.

Webcam Kevelaer werkt alleen gedurende het pelgrimsseizoen.

Kevelaer werd in 1635 uitgemoord door katholieke Kroatische troepen. Eind december 1641 hoort de marskramer Hendrik Busman hier een hemelse stem. Het is de Heilige Maagd Maria: "Bouw mij op deze plaats een kapelletje'.

Kort na pasen 1642 krijgt ook de vrouw van Hendrik een Mariaverschijning. In helder wit licht verschijnt Maria als OLVrouw van Luxemburg, zoals ze deze kort daarvoor had gezien op een prentje dat verkocht werd door twee Hessische soldaten. Ze vond het plaatje te duur, maar Hendrik stuurt haar achter de soldaten aan om de 7.5 x 11 cm grote koperdruk te kopen. Het prentje wordt op 1 juni 1642 in het kapelletje gehangen. Al snel worden de eerste wonderen veroorzaakt door het prentje van de Consolatrix Afflictorum (Troosteres der Bedroefden). Acht genezingen worden in 1647 door de Kerk als wonderbaarlijk erkent. In 1645-47 werd de huidige Kaarsenkapeleen bedevaartkerk gebouwd en in 1654 werd om het prentje de beroemde barokke genadekapel gebouwd. De overeenkomst met een Osmaanse Turbe is opvallend.

Kevelaer speelde een bijzondere rol voor de Nederlandse katholieken toen onder de Oranjes alle katholieke geloofsuitingen verboden waren. In Kevelaer mochten de katholieke meisjes zich in bruidskleren hullen om achter de vaandels met slaande trom door Kevelaer te trekken. In Nederland zou zo'n processie door de politie uit elkaar zijn geslagen en de deelnemers gevangen zijn gezet. Net over de grens konden de katholieke christenen hun geloof wel uitoefenen, want in het koninkrijk Pruisen bestond godsdienstvrijheid.

De grote Mariakathedraal werd in de jaren 1858-64 gebouwd en door de paus tot basiliek verheven in 1923. Al deze en diverse andere genadenoorden en heiligdommen liggen aan de Kapellenplatz in het centrum van Kevelaer.

Hoewel aan het eind van de 20ste eeuw zelfs in Nederland het zogenaamde processieverbod voor katholieken werd opgeheven, bleef Kevelaer naast Heiloo één van de belangrijkste genadeoorden voor Nederland. Het bedevaartsseizoen van Kevelaer eindigd op 1 november met de sluiting van het Pelgrimsportaal. Jaarlijks bezoek in deze periode een kleine miljoen pelgrims de heilgdommen aan de Kapellenplatz.

Verkehrsverein Kevelaer
Service-Center und Tourismus
Peter-Plümpe-Platz 12, 47623 Kevelaer
Telefon (0 28 32) 122-151/122-152

  • Zat 02 mei: Kevelaar, Via Contis Geldern (oorspronkelijk een Nederlandstalige stad tot Otto von Bismarck in 1870 verordonneerde dat er alleen nog Duits in het Duitse rijk mocht worden gebruikt: Ist. Döner/Kapuzinerstr.11 ), Kerken, Aldekerk (van hier vertrokken de eerste Mennonieten naar Krefeld in 1609, St. Peter und Paulkerk), Rheurdt, DE 29,4 km.

Zon 03 mei: Rheurdt, Via Contis Hüls (Waterburcht van 1455 was in 1492 de plaats waar het heksenproces tegen Nesgen tho Range vom Inrath), Krefeld, Fischeln (nu stadsdeel van Krefeld. St. Clemens Pfarrkirche, Glockenturm von 1170), Via Contis Schweinheim (Kapelle Heilige Dreifaltigkeit (Schweinheim). Bei Schweinheim liegen zwei Burgen. Die Burg Schweinheim liegt im Ort, die Burg Ringsheim außerhalb. Nahe bei Burg Schweinheim liegen das Kloster Schweinheim und das Flamersheimer Wald. Die Burg Schweinheim, von der nur noch Reste einer Burgmauer und eines Turmes zu sehen sind, ist in den letzten Jahren in das Interesse der Öffentlichkeit gerückt, weil hier das erste als Sparschwein identifizierbare deutsche Sparschwein, angeblich ehemals einem Ritter Spies von Büllesheim gehörig, mit mittelalterlichen Münzen gefunden worden ist.), Ivangsheide, Ossum-Bösinghoven, Meererbusch, Broicherseite, Tilmeshof, Neusserfurth, Neuss.


Neuss (Neuß)


Via Contis Neuß (na 1968 Neuss) ontstond als het Romeinse legerkamp Castra Novaesium, dat in de eerste eeuw na Chr. werd ingericht. In de campagnes van Drusus vormde de vesting een belangrijke uitvalsbasis en onderdeel van de Limes. Het militare fort bevond zich ten zuidoosten van het centrum in het huidige stadsdeel Gnadenthal (Vallis Gratiae). Neuß behoort daarmee tot de oudste steden van Duitsland.

De stad werd in de middeleeuwen een belangrijk bedevaartsoord met de komst van de relieken Romeinse martelaar Quirinus. Deze botten had paus Leo IX laten opgraven uit de catacomben van Prætextatus aan de Via Appia. Hij bracht ze mee als als cadeau voor zijn zus Gepa, die een klooster in Neuss bestierde.

Paus Leo IX is vooral bekend omdat hij in 1054 het definitief Grote Schisma tussen de Roomse en de Byzantijnse Kerk tot stand bracht. Dit neefje van keizer Hendrik III viel tijdens een van zijn apostolische reizen Leo in handen van de Noormannen, die hem negen maanden opsluiten in een kerker en de Heilige Vader aan de meest brute martelingen onderwerpen. Paus Leo IX heeft ook Nederland bezocht, bij welke gelegenheid hij de Sint-Laurentiuskerk van Voerendaal inwijdde. Kort daarop verblijdde hij zijn zus in Neuss met het magisch gebeente van St Quirin.

In tegenstelling tot verschillende heiligen met dezelfde naam, bezitten de botten van Quirin von Neuß over de beste papieren. Zowel zijn naam als begraafplaats werden genoemd in het "Martyrologium Hieronymianum". Oorspronkelijk was zijn feestdag op 30 april, zo blijkt uit de catalogus van Romeinse Martelaren uit de 4de eeuw.

Dankzij de schrijn van Quirinus achter het hoofdaltaar, wist Neuß zijn cultus snel over heel het Rijngebied te verspreidden. Alle middeleeuwse reclamemiddelen werden toegepast om het volk aan te moedigen een bedevaart naar Neuss te maken. Het oprichten van een Quirinus-altaar of de bouw van een Quirinus-kapel werd van harte ondersteund.

Al snel is de kloosterkerk aan de Freithof van Neuss te klein om al die toeloop , naar het Heilig Gebeente te kunnen huisvesten. In 1209 werd voortvarend de bouw van de Grote Münster aangepakt.

Ook onder de vrouwtjes is Quirinus behoorlijk populair. Voor de vrouwelijke fans werd rond 1250 het Cisterzienser vrouwenklooster Vallis Gratiae in het Gnadenthal van Neuß opgericht.

Een van de buitenposten waar propaganda voor de cultus van Sint Quirinus werd bedreven was Loenhout in de Kempen. Daar kreeg de plaatselijke St Quirinus-kapel aan het einde der XVe eeuw een schitterend houten altaar met zes panelen, waarvan er vier betrekking hebben op de martelingen van St Quirinus.

Op zich een wonder dat dit vermaarde Quirinusaltaar van Loenhout de Reformatie heeft overleefd. Het kunstwerk is dan ook al twee keer op een wereldtentoonstelling te zien geweest.

Dankzij dit soort reclamepaneelen en de nodige mirakelverhalen en wonderen werd Neuß een belangrijk punt aan aan de zogeheten Rhein-Camino, die we vanaf Neuss tot Bad Hönningen zullen volgen.

Neuß Webcam

  • Neuss-Quirinusmünster - Römerlager (ca. 3 km) - Grimlinghausen (ca. 1,5 km)

Grimlinghausen


Via Contis In Grimlinghausen is een kapel in Oude Romeinenstijl. Hier loopt ook de 'Bundesstraße 9', de grotendeels van Romeinse oorsprong zijnde weg die in de Middeleeuwen de Keizerlijke Hoofdstraat was van Nijmegen via Krefeld, Neuss, Dormagen naar Keulen en von daar verder via Bonn Mainz, Worms, Speyer naar de Franse Grens bij Straatsburg. In Grimlinghausen is deze kaiserlichen Hauptstraße voorzien van een kapel met kruisweg.

  • Grimlinghausen - Römerturm (ca. 2 km) - Uedesheim (ca. 2 km) - St. Peter (ca. 3,5 km) - Feste Zons (ca. 5 km)

Dormagen - Abdij Knechtsteden


Via Contis In 1190 werd op de fundamenten van een Romeinse Marstempel in Dormagen de katholieke St. Michaelkerk gebouwd. Ten westen van Dormagen bij het dorp Delhoven ligt midden in een natuurgebied de abdij Knechtsteden met haar imposante Torenhuis, Klooster en de driebeukige St. Andreasbasiliek. De Knechtstedenabdei is een voormalige Praemonstratenklooster uit het begin van de 12de eeuw, sinds 1896 in bezit van de Missieorde van de Heilige Geest (Spiritaner). Wegens de eeuwenoude bedevaart naar haar Genadebeeld verhief de paus de kerk in 1974 tot Basilika minor. Jaarlijks heeft hier in september het Festival Alte Musik Knechtsteden plaats. Op het kloosterterrein bevinden zich ook een Gaststätte en het katholieke Norbert-Gymnasium.

Kath. Pfarrbüro St. Martinus ligt aan de Hubertusstr. 1a in Dormagen.
Website Knechtsteden Abdij.

  • Dormagen (ca. 5,5 km) - Worringen (ca. 3,5km)

Worringen


Via Contis De plaats Worringen (Nederlands: Woeringen) is historisch nauw verboden met de geschiedenis van ons land en die van onze monarchie in het bijzonder. Hier werd de eerste koning uit de geschiedenis van Holland gekozen.

In het centrum van Worringen staat voor de St. Pankratiuskerk een herinneringspaal aan de Slag bij Woeringen in 1288 en de verkiezing van graaf Willem II van Holland tot Heilig Rooms Koning 41 jaar eerder. Geen enkele Duitse vorst durfde het aan om tegen de Staufische koning Frederik II aan te treden als kandidaat. Alleen de Haarlemse Willem heeft het lef. Hij wordt op 3 oktober 1247 in Woeringen aan de Rijn door drie aartsbisschoppen, elf bisschoppen, talrijke vorsten en hertogen gekozen.

Nadat de imposante oersterke Willem van Holland in het koningszadel is geholpen, weet hij snel zijn felste tegenstanders onder de Duitse vorsten voor zich te winnen. Hij verstrekt leningen en zogeheten Gnadenbezeigungen, al is het soms nodig om harder op te treden. Ook verwanten die het vertikken Willems gezag te erkennen, zoals gravin Margarete van Vlaanderen, zal Willem adekwaat afstraffen.

Als Willem na belegering de keizersstad Aken op de troepen van Frederik II verovert, laat hij zich op 1 november 1248 in grootste stijl door de aartsbisschop van Keulen tot Heilig Rooms Koning kronen. Om dan als Koninklijk Majesteit de Gekozen Keizer naar Nederland terug te keren.

Zo onloopt hij grotendeels de besluiteloosheid van de Duitse vorsten, waarvan een deel hem steunt, een deel liever Frederik II op de troon had gezien, terwijl er ook vorsten zijn die geen van beide als koning believen.

De aanhang voor de vader van graaf Floris V onder de Duitse Vorsten is bijna unaniem als Friedrich II in 1250 sterft en zijn zoon Konrad IV halsoverkop naar Italie moet om zijn bezittingen daar veilig te stellen. De allerlaatste tegenstand verdwijnt als Konrads in 1254 sterft. Internationaal wordt de Hollandse graaf algemeen erkend. En plannen Willem II en de paus de keizerskroning in Rome.

Alleen vlak bij huis, onder de West-Friezen in Noord-Holland, wil het maar niet rustig worden. Hoe kan hij zich keizer noemen als voor de deur de West-Friezen het vertikken zich te onderwerpen aan zijn door heel Europa erkende gezag. Willem gaat begin 1256 op weg naar de West-Friezen. Zonder leger! Geen van zijn mannen is in de buurt als Willem II in de buurt van Hoogwoud met paard en al door het ijs zakt.

Op zijn hulpgeroep komen een aantal West-Friezen af. Inplaats de hen onbekende drenkeling de reddende hand toe te steken, wordt de koning afgeslacht.

Maanden lang houdt Europa de adem in. De Heilig Rooms Koning lijkt in het niets te zijn opgegaan. Heel vromen menen zelfs dat hij 'met lichaam en ziel' ten hemel zou zijn gestegen.

Als de moordenaars beseffen, wie ze vermoord hebben, verstoppen ze het lichaam van de graaf onder de haardplaats van een Hoogwoudse woning.

Pas in 1282 slaagt zijn zoon Floris V er in het stoffelijk terug te vinden. Heilig Rooms Koning Willem II wordt begraven in de abdij van Middelburg.

Op de paal voor de katholieke kerk van Worringen wordt ook herinnert aan de Slag bij Woeringen in 1288. De uit Lyon afkomstige aartsbisschop van Keulen, Siegfried von Westerburg, had de Burcht van Woeringen op 29 mei bezet, maar na een treffen een goede week later ten westen van de vesting, werd Zijne Eminentie gevangen genomen door hertog Jan van Brabant. Het was het klapstuk van de toen al zes jaren durende oorlog tussen de aartsbisschop en Hertog Jan. Door deze overwinning veranderde de machtverhouding tussen kerk en adel in het Noordwesten van Middeneuropa.

De gevangen bisschop wordt door Jan van Brabant aan zijn medestrijder Graaf Adolf V van Berg overhandigd. Die de kerkvorst eerst een nacht in de Schelmentoren van zijn bezit Monheim aan de overzijde van de Rijn laat opsluiten. Het woordt Schelm betekende in de 12de eeuw niets anders dan 'beul'. Volgens de legende zou de beul van Berg aan de Dühn (Altenberg) ooit in de adelstand verheven zijn . De 26 meter hoge Schelmenturm moet dan ook gezien worden als steunpunt voor de Graven van Berg en diende ook in de 16e en 17e eeuw nog als gevangenis.

Nadat de mannen van graaf Adolf zich een nacht met de Keulse aartsbisschop in de Monheimse Beulstoren hebben vermaakt, werd de kerkprins overgebracht naar de kerker van Burcht Berge in Odenthal-Altenberg.

Santpoort-Worringen: Koning Willem II Route. Waarmee dus niet Oranjekoning Willem (1792–1849) met hetzelfde nummer, maar de Hollandse Willem II wordt bedoeld, de graaf die in 1247 in Worringen tot Heilig Rooms Koning werd gekozen


>>Detour Worringen naar Altenberg, Odenthal
Hitdorf - Altenberg (ca 20 km)


  • Hitdorf ligt tegenover Langel onder Worringen aan de rechteroever van de Rijn. Hier vaart de pont Langel-Hitdorf. Dan Opladen, Boddenberg, Blecher, Altenberg

Van de Stammburg Via Contis Altenberg in het Dhünndal resten wat brokstukken bij de Bülsberg en boven de Dhünn. Maar de Beulsfamilie wilde wel een aardige grafkerkje, waarvan de eerste steen in 1259 wordt gelegd.

Een meesterwerk van gotische bouwkunst in Duitsland, waaraan 120 jaar zal worden gebouwd. En dat midden in de bossen. Dat dit juweel tot stand kwam, is vooral te danken aan de Keulse aartsbisschop die hier gevangen werd gehouden. Ondanks zijn totaal afhankelijke positie als verliezer stribbelt bisschop Siegfried von Westerburg behoorlijk tegen bij het ondertekenen van het vredesverdrag met zijn overwinnaars. De Helden van Worringen laten zich niet imponeren door alle religieuze poespas van Siegfried. Ze gaan geduldig, maar niet bepaald zachtzinnig om met de kerkvorst. Wekelijks krijgt de aartsbisschop de condities voor zijn vrijlating voorgelegd. Keer op keer weigert hij te tekenen. Onder geen enkele voorwaarde wil hij afstand doen van de bisdommelijke domeinen. Steeds als hij weigert, vallen er klappen en blijkt er bij de volgende voorlegging weer een landgoed toe te zijn gevoegd aan de lijst. Uiteindelijk doet de bisschop niet alleen afstand van een flink deel van zijn domeinen, ook moet hij 12.000 Mark (ca. 3.000 kilo zilver) betalen als vergoeding voor het leed dat hij de Graaf van Berg heeft aangedaan. Geld dat de Graaf goed kan gebruiken voor zijn in aanbouw zijnde grafkerk. Na het ondertekenen van het vredesverdrag heeft de bisschop wel een paar weken nodig om bij te komen, voor hij op 6 juli 1289 de kerker mag verlaten.

Zes maanden later, op 18 januari 1290, verklaard paus Nicolaas IV de bisschop van Keulen ontheven van beloftes en verplichtingen die hij in het Vredesverdrag had gedaan. Twaalf dagen later beveelt de paus de aartsbisschoppen van Mainz en Trier om Siegfried te helpen bij de heroveringen van zijn domeinen. Sinds zijn vrijlating resideerde de Keulse bisschop in Bonn, en noemt de stad Verona, naar zijn favoriete heilige Sint Veronica. De aartsbisschoppelijke Munt van Keulen wordt opgeheven, en Siegfried laat in Bonn munten slaan met het opschrift Beata Verona vinces – De Heilige Veronica zal overwinnen.

Bij de koningskeuze van 1292 steunt bisschop Siegfried zijn zwager, graaf Adolf von Nassau, Een week voor de verkiezingen (27 april 1292) gaan de bisschop en Adolf von Nassau het Verdrag van Andernach aan, waarin Adolf belooft dat als hij gekozen wordt, hij steden als Dortmund en Duisburg, Rijksburchten en Hoven en de voogdij over Essen aan het Aartsbisdom Keulen zal geven. En ook 25.000 Mark in zilver aan de aartsbisschop zal betalen. Op 5 mei 1292 wordt Adolfs von Nassau gekozen en anderhalve maand later in Aken door bisschop Siegfried tot Duitse König gezalfd.

In 1298, een jaar na de dood van zijn beschermer aartsbisschop Siegfried, wordt Von Nassau het Koningschap 'unwürdig' verklaard en Albrechts von Habsburg tot nieuwe koning gekozen.

Op 2 juli 1298 treffen de legers van de ex-koning en de nieuwe koning elkaar bij de Donnersberg van Göllheim. Adolf wordt samen met zijn vaandeldrager gedood. Zijn leger vlucht de bossen in.

Albrecht von Habsburg stond de familie Von Nassau niet toe het lijk van de het koningschap onwaardig verklaarde Adolf in de Speyer Kaiserdom bij te zetten. En werd Adolf in het klooster Rosenthal begraven. Op 29 augustus 1309 liet koning Heinrich VII het Nassaulijk alsnog naar de Dom van Speyer overbrengen, om Adolf in een ceremonie vol verzoenings-symboliek, samen en naast zijn moordenaar Albrecht te begraven. Die was een jaar eerder bij een moordaanslag om het leven gekomen.


  • Worringen - Langel (ca. 6 km) - Rheinkassel (ca. 2 km) - Kasselberg (ca. 1 km) - Merkenich (ca. 3 km De witte toren van de St. Brictiuskerk stamt uit de tweede helft van de 12de eeuw. De bijbehorende Romaanse kerk werd in 1964 afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw) - Haltestelle Emdener Straße (ca. 1 km) - Köln Dom (ca. 9 km) = ca. 22 km
  • Din 05 mei: Keulen.

Keulen


Het Aartsbisdom Via Contis Keulen is het rijkste bisdom ter wereld. In de vroege Middeleeuwen werd de bisschop van Keulen een belangrijk figuur op het politieke toneel van de Middeleeuwen. Hij domineerde ook lange tijd het huidige Nederland.

Keulen is thuishaven voor een hele stoet van Heiligen, waaronder de Drie Koningen die de zojuist geboren Jezus kwamen aanbidden in de Stal van Bethlehem. Of de Heilige Ursula, patroonheilige van Keulen en van de universiteiten van Keulen, Coimbra, Parijs en Wenen. Ursula kwam met elfduizend maagden naar Keulen. Om daar door de Hunnen het heilig martelaarschap te verwerven. Een deel van de Hunnen trokken daarna terug naar de Aziatische steppen en een ander deel van hen bleven in Keulen wonen, pasten zich aan en gingen op in de bevolking. De vondst van het massagraf met de 11.000 heilige maagden van Ursula leidde tot een enorme inflatie in de toen bloeiende reliekenhandel.

Tot enkele decennia voor Christus leefden in het gebied dat tegenwoordig Keulen is de Eburonen. Die werden door Julius Caesar de Germaanse wouden ingejaagd. Om te voorkomen dat ze terug zouden keren, kregen de Ubiërs toestemming zich hier te vestigen. Ter ere van de latere echtgenote van keizer Claudius werd de stad omgedoopt tot Colonia Claudia Ara Agrippinensium. Veel te lange naam natuurlijk. Het werd als snel Colonia, en dat was al verbasterd tot Coln toen de stad werd ommuurd. Gedurende de Grote Volksverhuizing werd de stad bezet door de Franken.


Sint Maternus

Werd de heilige Marternus geboren voor of nadat zijn vader door Jezus uit de dood was opgewekt? Hij moet in elk geval heel erg oud zijn geworden als hij in het jaar 313 de eerste bisschop van Keulen wordt. Sint Maternus was de zoon van de weduwe van Naim, die als we de bijbel mogen geloven, door Jezus uit de dood was opgewekt. Daarna zou Maternus leerling van Sint Pieter (Petrus) zijn geworden, die hem samen met Eucharius en Valerius naar deze contreien zou hebben gezonden. Via Contis De bisschopsstaf van Maternus is een van de relikwieën die als eeuwen lang in de Dom van Keulen vereerd worden.


In 321 telt Keulen al een Joodse gemeenschap, de oudste “ten noorden der Alpen”.


Sint Severin

Via Contis Severinus van Keulen (320-404) was een tijdgenoot van Sint-Maarten van Tours en leidde in Keulen een christelijke geloofsgemeenschap naast die van een Ariaanse bisschop. Arius (256-336) was van afkomst waarschijnlijk een Berber en verwierp de nieuwe in de nog jonge christelijke kerk ontwikkelde opvatting dat Jezus als 'Zoon van God" ook nog eens God zelf zou zijn geweest. Dit was in de tijd van Severinus van Keulen een nog toegestane opvatting. Pas in 451 stelde het Concilie van Chalcedon de leer van de drie-eenheid vast. En er waren er nog twee concilies nodig voor het tot de definitieve afronding van deze theologische kwesties kwam en de aanhangers van het arianisme als ketters kon gaan vervolgen.

De eerste levensbeschrijving van Sint Severin dateert uit omstreeks 900, zo'n vijf eeuwen na zijn dood. Daarin staat dat hij bisschop was in een tijd dat Keulen bedreigd werd door de toen nog Ariaans-christelijke Franken.
Volgens de legende zou hij op een bisschoppenvergadering hemelse stemmen hebben gehoord die hem telepatisch de dood van Sint-Maarten (in 397) medeelden.
Een anderen nog latere legende verhaalt van een kluizenaar die aan God vroeg met wie hij straks de hemel zou mogen delen. Hij kreeg als antwoord: Met de heilige bisschop van Keulen, Severinus. Toen vroeg hij om deze bisschop in een visioen te mogen zien. Dat werd hem gegund, maar hij zag de bisschop juist, toen deze een overvloedige maaltijd tot zich nam. Hierop sprak hij zijn teleurstelling uit, maar hij werd terecht gewezen, aangezien de Keulse bisschop uit pastorale overwegingen het leven met andere mensen deelde, in tegenstelling tot de kluizenaar.
De legende vermeldt dat Severinus eindigde als bisschop van Bordeaux, destijd een gebied waar de opvattingen van Arius over de natuur van Christus werd aangehangen. Hij zou ook in dit Frans wijncentrum zijn gestorven. Aangezien de bewoners van Keulen hun vroegere bisschop vergaten, strafte God de stad met een drie jaar durende droogte. Toen stuurden de Keulenaren een delegatie naar Bordeaux en kwamen terug met de relieken van Severinus. Op het moment dat zijn heilige werd ter verering in de kerk van de heilige Cornelius en Cyprianus opgesteld en op dat moment had er een wolkbreuk plaats en was de droogte voorbij. Uiteraard ging de kerk Sankt-Severin heten. Severin wordt aangeroepen bij droogte en onheil. Zijn feestdag is op 23 oktober.


Sint-Ursula van Keulen

De Heilige Ursula was eeuwenlang een populaire heilige en de patroonheilige van de naar haar genoemde orde van de Ursulinen. Haar feestdag viel tot 1969 op 21 oktober. Dat jaar werd ze door paus Paulus VI officieel van de Heiligenkalender geschrapt.
Sint Ursula was volgens de Legenda Aurea een dochter van de christelijke koning Dionotus. Ze werd door haar vader uitgehuwelijkt aan de heidense Engelse vorstenzoon Etherius. Ze weigerde te trouwen met een heiden en samen met elfduizend maagden sloeg ze op de vlucht naar Rome. Op hun terugreis viel de groep in Keulen in handen van de Hunnen. Omdat Ursula ook niet met hun leider wilde trouwen, werd ze samen met haar gevolg doorboord met pijlen en heilig verklaard.
Clematius, een Romeins senator, bouwde ter ere van deze martelaar-maagden in de vierde eeuw de later tot basiliek verheven Keulse Ursulakerk. Die zou totaal vergeten zijn geweest, had de Heilige Geest vermomd als een duif op de dag dat Kunibert in 627 negende bisschop van Keulen werd gewijd, hem niet naar het graf van Sint-Ursula had gebracht.
Als bisschop van Keulen was Kunibert één van de raadsmannen van koning Dagobert I, na de dood van Pepijn van Landen werd hij rijksbestuurder en bloeiden de kerken en kloosters in zijn bisdom. Als Kunibert van Keulen op 12 november 663 sterft wordt hij begraven in de naar hem vernoemde Via Contis St. Kunibertkerk.


*Groß St. Martin

Iets ten Zuiden van de Dom tussen Muhlen- en Lintgasse ligt geheel ingesloten tussen woningen en kantoren de basiliek van Via Contis Groß St. Martin. De oudste kerk van Keulen. In de Lorscher Codex wordt de kerk al genoemd als aartsbisschop Brun (953–965) de Martinskirche het reliek van St. Eliphius schenkt, dat vanuit Toul naar Keulen wordt gehaald.
Na een bewogen verleden is de Groß St. Martin na meer dan twee eeuwen op 19 april 2009 opnieuw een kloosterkerk geworden. De uit Parijs afkomstige Benedictijnergemeenschap Fraternité de Jérusalem bezette die dag met 12 monikken en nonnen dit nieuwe filiaal van hun orde. De basiliek is sindsdien van dinsdag tot zondag van de Lauden in de ochtend tot de Vespers en eventueel Lof in de avond toegankelijk.


In 860 wordt de romaanse kerk St. Pantaleon gebouwd. De eerste Dom van Keulen volgt tien jaar later, in 870.


Vanaf ongeveer 953 houd de bisschop van Keulen voor zijn wereldlijk gezag slechts een smalle strook van 150 km lang aan de linkeroever van de Rijn over. Toch was dit voldoende om tot de voornaamste hoogwaardigheidsbekleders van het Heilige Roomse Rijk te horen.


De in 860 gebouwde kerk van St. Pantaleon wordt door de Byzantijnse prinses die in 972 met keizer Otto II in 980 prachtig uitgebreid. Keizerin Theophanu werd na haar dood (991 te Nijmegen) in de Keulse St. Pantaleon begraven. Net als aartsbisschop Bruno (zoon van keizer Hendrik de Vogelaar en broer van keizer Otto), die hier in 955 een benedictijnse abdij stichtte.


Bruno, de zoon van de Vogelaar dienen we niet te verwarren met naamgenoot Bruno 'Chartreuse', de stichter van de "Grande Chartreuse", het moederklooster waarnaar de orde der Kartuizers genoemd is. Deze Bruno werd rond 1032 in Keulen geboren. Hij gaf zo'n twintig jaar les aan de kathedraalschool van Reims. Onder zijn leerlingen was de toekomstige Paus Urbanus II.


In 1056 wordt voor de eerste keer schriftelijk melding van de Joodse wijk in Keulen gemaakt.


St. Georg

Met de bouw van de voormalige kloosterkerk van St. Gregorius werd in 1059 begonnen.


In 1164 komen door de Derde Kruistocht de lichamen van de Heilige Drie Koningen Caspar, Melchior, Balthasar (De Drie Wijzen uit het Oosten) in Keulen terecht.


Bruno Chartreuse uit Keulen was bisschop van Grenoble als hij in 1080 wordt verheven tot aartsbisschop van Reims, maar daar moest hij plaats maken voor de kandidaat van de koning. Daarop trok Bruno zich terug in het klooster van Sint Robert van Molesmes, de stichter van de cisterciënzers. Allemaal veel te glad, want Bruno wil een ruig leven. Dat kan pas als de heilige Hugo van Grenoble hem in 1084 een onherbergzaam stuk land in de Franse Alpen schenkt, de Grande Chartreuse, waar Bruno met zes vrienden als kluizenaar gaat leven. Het zou uitgroeien tot het moederklooster waarnaar de orde der Kartuizers vernoemd is.
In 1090 werd Bruno door Paus Urbanus II als adviseur naar Rome geroepen. Inplaats van een goede kamer verkiest hij de ruïnes van de Thermen van Diocletianus om te wonen. Later vertrok hij naar Squillace in Calabrië waar hij in op 6 oktober 1101 stierf. Hij is nooit officieel heiligverklaard, maar zijn cultus en viering als Heilige werd in 1514 toegestaan voor kartuizerkloosters, en voor de gehele Kerk in 1623.


In 1183 wees de toenmalige aartsbisschop de Keulse Joden een eigen gebied toe rond het huidige raadhuis. Dit gebied was uitsluitend voor Joden bedoeld en kon door poorten worden gesloten. In feite was dit dus het eerste getto. De mikwe (het rituele bad voor onrein geworden vrouwen) uit deze tijd is nog steeds te zien onder een glazen piramide voor het stadhuis van Keulen.


Sankt Maria in Lyskirchen

Het grootste Mirakelbeeld van Keulen staat in de kleinste van de romaanse baselieken van deze stad: De Schippersmadonna.
Het bevind zich in de Santa Maria in Campidoglio (Lys) aan de Marienplatz tussen de Deutzbrug en de Severinbrug.
Het is zelfs niet bekend of dit 205 cm hoge Madonnabeeld altijd aan deze kerk toebehoorde of dat het hier later belandde. Waar men het min of meer over eens is, is dat het beeld er nog niet was toen deze kerk gebouwd werd. Want de kerk van de Heilige Maria in Lyskirchen werd gebouwd tussen 1210 und 1220 en hwt Mirakelbeeld van de Madonna met een naakt kindje Jezus met een appeltje is volgens de experts rond 1410 in Aken of Keulen zijn gesneden.
De oudst bewaarde vermelding van het beeld stamt uit 1868. Tot dat jaar was het beeld buiten aan de oostapsis bevestigd. In 1868 was de verering onder de Rijnschippers van het beeld dusdanig geworden, dat de pastoor besloor het Mirakelbeeld naar binnen te halen.
Latere pastoors hadden blijkbaar minder op met een 'wonderen' veroorzakend houten beeld. Omdat er in de archieven niets kon worden gevonden over hoe de Schiffermadonna hier belandde, werden op een gegeven moment zelfs de nonnetjes van het klooster van Walberberg verdacht gemaakt dat zij de kleinste van de grote romaanse basilieken van Keulen hadden opgescheept met dit meer dan levensgrote Mirakelbeeld.


Sint Albert Magnus

Als Sint Albertus von Zwaben (ook bekend als Albert Magnus) op 15 november 1280 in Keulen stierf, werd deze Duitse filosoof en theoloog Doctor Universalis genoemd vanwege zijn enorme kennis. Albertus werd rond 1200 als de oudste zoon van de graaf van Bollstädt in Lauingen geboren. Hij ging naar de universiteit van Padua om de vrije kunsten te studeren en trad in 1223 in bij de dominicanen in Padua en vervolgde daar en in Bologna zijn theologie-studie. Vanaf 1228 gaf hij in de kloosters te Regensburg, Freiburg, Straatsburg, Hildesheim en Keulen onderwijs in de theologie. De communiteit van Keulen stuurde Albertus in 1243/44 naar Parijs, waar hij kennismaakte met het gedachtegoed van Aristoteles en Averroës. In 1247 behaalde hij daar de graad van magister in de theologie en doceerde met veel succes. Onder zijn gehoor was zijn medebroeder Thomas van Aquino, die Albertus in 1248 naar Keulen volgde, waar Albertus de leiding kreeg van het nieuwe Studium Generale van de dominicanen. In Keulen doceerde hij vooral de filosofische en natuurwetenschappelijke werken van Aristoteles en gaf Keulen zo de reputatie van centrum van de wetenschap.
In 1248, het jaar dat Albertus von Zwaben en Thomas van Aquino samen naar Keulen komen, werd in met de bouw van een nieuwe Dom van Keulen begonnen om de gebeentes van de Heilige Drie Koningen waardig te kunnen exposeren en exploiteren.
Tussen 1254 en 1257 wordt Albertus von Zwaben provinciaal van de Duitse provincie der dominicanen. In deze tijd hield hij zich onder andere bezig met de verdediging van de dominicanen als beschermers van het Ware Katholieke Geloof en het werk van de Arabische filosoof Averroes. Albertus was een vaardig bemiddelaar. Drie conflicten tussen de stad Keulen en de aartsbisschop van Keulen regelde hij met succes. Paus Alexander IV benoemde Albertus in 1260 tot bisschop van Regensburg. Dit ambt behaagde Albertus niet en nadat paus Urbanus VI aangetreden was, vroeg hij in 1262 om ontslag. De paus verleende dit en gaf hem de opdracht Duitsland en Bohemen op te roepen tot het houden van de Achtste Kruistocht. In 1274 nam hij deel aan het Tweede concilie van Lyon. Na de dood van zijn oud-leerling Thomas van Aquino op 12 maart 1274 verdedigde hij diens werk tegen critici. Albertus von Zwaben overleed op 15 november 1280 en werd als 'Magnus' begraven in de crypte van het Keulste Sint Andreasklooster. Het zou 650 jaar duren voor hij, op 16 december 1931, door Paus Pius XI heilig zou worden verklaard.


In de slag bij Woeringen in 1288 vocht het contingent van de Keulse burgers aan de kant van hertog Jan van Brabant tegen hun eigen bisschop. Dankzij diens nederlaag kon de stad zich van diens heerschappij bevrijden en een onafhankelijke stadstaat worden middenin de rest van het keurvorstendom, dat onder het gezag van de bisschop bleef. Die bisschop zou voortaan zijn zetel hebben te Bonn.

Rond die 1367 was Keulen met 120.000 inwoners de grootste stad van het Rijk.


De Gürzenich

De Gürzenich kent iedere Duitser. Al is het door de jaarlijkse televisieuitzendingen van de bijeenskomsten van het Gemeinnützige Gesellschaft des Kölner Karnevals mbH. Met een keurige 'Prins' afkomstig uit de betere Keulse kringen en beschaafd-pikante dansmariekes. In de oorlog werd Gürzenich zwaar beschadigd, maar tussen 1952 en 1955 weer herbouwd. In tegenstelling tot de nabijgelegen uit de 11de eeuw stammende Via Contis St. Albankerk met in haar toren de Heilige Broeder Konrad kapel. Sinds 1494 een van de opmerkelijkste Keulse genadenoorden. Van de door een voltreffer gebombardeerde Alt St. Alban werd alleen voorkant aan de straatzijde opnieuw opgetrokken. Midden in de achterliggende bouwval werd een kunstwerk van Käthe Kollwitz neergezet. Het moet „Trauernden Eltern“ voorstellen en dient als monument voor Keulse oorlogsslachtoffers.
De Gürzenich is nog steeds waarvoor het tussen 1441 en 1447 werd gebouwd. Een Keulse Feestzaal, die natuurlijk werd gebruikt voor bruiloften en partijen, maar waar je met goed fatsoen ook de eregasten van de stad kon ontvangen. Zoals de keizers Friedrich III (in 1474) en Maximilian I (1486), die hier in 1505 ook zijn Rijksdag hield. Dat de sjieke feestzaal populair was in de allerhoogste kringen, blijkt wel uit het feit dat keizer Karel V in 1520 direct na zijn kroning Aken verliet om in de Gürzenichsaal koningskroningsfeest te vieren. Waarbij het er aanzienlijk minder preuts aan toe ging als bij de Keulse Karnevalsverenigingen die er vandaag de dag hun vieringen houden.
In 1857 verving stadsbouwmeester Raschdorff de laatgotische driebeukige feestzaal. Die was toen wel heel erg altmodisch geworden. Geheel aangepast aan de toenmalige eisen van de tijd diende het gebouw van 1875 tot 1922 als de Keulse Beurs.
Net veertig jaar na de herbouw volgde tussen 1996 en 1998 een verdere modernisering van Gürzenich, en werd er de in cult- en kunstkringen blijkbaar onvermijdelijke glazen overkapping tot stand gebracht.


In 1475 bevestigde keizer Frederik III officieel de status van Keulen als vrije rijksstad, en dat zou ze ruim drie eeuwen blijven.


In 1525 werd Adolf Clarenbach als ketter verbrand. Tijdens de reformatie bleven zowel de stad als het omliggende bisdom katholiek.


In 1933 wonen er 18.000 Joden in Keulen, die in de nazitijd grotendeels verdwijnen.
De synagogen in de Glockengasse, Roonstraße, Mülheimer Freiheit en in Deutz werden tijdens de Kristallnacht 1938 in brand gestoken.


Het centrum van Keulen werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd. Van de bijna honderd katholieke kerken die er in het huidige Keulen staan, zijn er twaalf romaans en vier gotisch.

Vanaf Keulen met de boot naar Bonn en verder?

KD vertrekt dagelijks om 9.30 uur vanaf naar Linz.
Vertr. 9.30 uur Köln Rheingarten (bij Deutzer Brug), 10.25 Koln-Porz, 11.10 Wesseling, 12.30 Bonn, Bad Godesberg 13.00, Koningswinter 13.30, Bad Honnef 13.50, Unkel 14.10, Remagen 14.20 en Lins (14.50). Op vrijdag, zaterdag en zondag is er live-muziek aan boord en op zat/zon gaat de boot door tot Bad Breisig (15.20) en Bad Honningen 15.25).

KD doet ook rondvaarten (€ 7,80 mei 2009) en vertrekt om 10.30, 12.00, 14.00 en 18.00 uur vanaf de Rheingarten.

Köln
Rheingarten
50667 Köln
Tel. 0 2 21 / 2 58 30 11
Website KD

  • Köln (Dom) – Rodenkirchen (ca. 6,5 km) - Sürth (ca. 4 km) - Godorf (= ca. 4,5 km) - Wesseling (ca. 3 km) = ca. 18 km

Wesseling,

  • Wesseling - Urfeld (ca. 4 km) - Widdig (ca. 3 km) - Uedorf (ca. 0,5 km) - Hersel (ca. 1,5 km) - Graurheindorf (ca. 2,5 km) -Castell (ca. 2,5 km) - Bonn-Hauptbahnhof (ca. 2 km) - Bonn-Venusberg (ca. 4,5 km) = ca. 21 km

Bonn


Aartsbisschop Siegfried van Keulen, de man die Adolf von Nassau tegen betaling aan het koningschap hielp, mag dan wel bisschop van Keulen zijn, hij resideert sinds zijn vrijlating uit de kerker in 1289 in Bonn, en herdoopt de stad Verona, naar zijn favoriete heilige Sint Veronica. De aartsbisschoppelijke Munt in Keulen wordt opgeheven. Siegfried laat in Bonn munten slaan met het opschrift Beata Verona vinces – De Heilige Veronica zal overwinnen. Siegfried stierf op 7 april 1297 in Bonn, waar hij werd bijgezet in de Bonner Münsterkirche.

  • Bonn- Venusberg - Dottendorfer Jugendkreuz (ca. 1,5 km) - Bad Godesberg/Ruine Godesburg (ca. 3,5 km) - Gut Marienforst (ca. 4 km) - Ließem (ca. 5 km) - Rolandsbogen (ca. 5 km) - Rolandseck-Fähre (ca. 2 km, hier de veerboot Rolandseck Bad Honnef ‎naar de oostkant van de Rijn) - Bad Honnef (ca. 2,5 km) = ca. 24 km

Bad Honnef

  • Bad Honnef (Bahnhof) - Rheinbreitbach (ca. 5 km, Leonarduskapel aan de Hauptstraße stamt oorspronkelijk uit de 16de eeuw, en werd na vernietiging in 1655 opnieuw gebouwd. Het Armreliek van Sint Leonhard de Limoges maakte de plaats tot bekend Genadenoord. In de reliekenverzameling tal van botten van de Maagdelijke Vriendinnen (de Gefährtinnen) van de heilige Ursula) - Unkel (ca. 4 km) - Erpel (ca. 4 km, in de kerk die eerder op de plek van de rond 1230 gebouwde St. Severinus stond, werden de gebeenten van de Heilige Drie Koningen aanbeden toen aartsbisschop Rainald von Dassel deze in 1164 van Milaan naar Keulen bracht. Vandaar de drie kronen in het stadswapen) - Kasbach (ca. 2 km) - Ockenfels (ca. 1 km, Burg Ockenfels) - Linz (2 km) - Dattenberg (ca. 2 km) - Ariendorf (ca. 4 km) Schloss Arienfels - Bad Hönningen (ca. 2 km) = ca. 26 km

Bad Hönningen


Schloss Burgbrohl
Schloss Burgbrohl legt aan de overzijde van de Rijn, op een heuvel boven het plaatsje Burgbrohl nabij Laacher See en het Romanesque klooster van Maria Laach. Hier liggen medicinale bronnen die al in de tijd van de Romeinen in gebruik ware. Het kasteel werd gebruikt als sanatorium in de 19de eeuw.

In Bad Hönningen verlaten we de Rhein Camino.

  • Bad Hönningen - Leutesdorf (9,1 km) - Engers-Bendorf (15,7 km) - Vallendar (5,2 km, met het kloosterheiligdom Schönstatt)

schoenstatt gnadenort


Vallendar - Schönstatt


Via Contis Vallendar is internationaal bekend als Genadenoord van de "Dreimal wunderbaren Mutter von Schönstatt", een driedubbel wonderbaarlijk schilderij van Maria met Jezuskind. Of nog wonderbaarlijker: een afdruk van het schilderij. Het origineel, in bezit van de Zusters van Schönstatt, is minder belangrijk dan de afdruk boven het altaar van het wonderbaarlijke kapelletje, dat over de hele wereld is nagebouwd. Net zoals katholieken ook overal "Lourdesgrotten" bouwde, zo gebeurde ook met dit Genadenoord.

Alleen in Duitsland staan er al 56 kopieën op ware grote van deze kapel.

Het van oorsprong Keltische stadje Vallendar kent een geschiedenis die teruggaat tot 700-600 v. Chr. Zo'n vijftien eeuwen later, rond 830/840 wordt de plaats genoemd als bezit van de aartsbisschop van Trier. Het latere "Urheiligtum" is de kleine kerkhofkapel van het in 1143 gestichte Klooster van de Zusters Augustijnessen. Die protesteren tevergeefs als het bisschoppelijk bezit in 1232 door de graaf van Sayn wordt ingepikt.

De adellijke landsheer bouwt niet ver van het nonnenklooster in 1240 zijn Mariaburcht. Om Vallendar te vrijwaren van onaangekondigde bezoeken van de aartsbisschop dwingt de graaf de bewoners muren om hun stad te bouwen.

De eeuwen gaan over het kerkhofkapelletje heen. Het is bijna een ruïne, als de Pallottiner kloosterorde, gesticht door Sint Vincent Pallotti (1795-1850) uit Rome, zich hier vestigt.

De priester Pallotti, stichter van de Societas Apostolatus Catholici (SAC) predikte het katholieke geloof het liefst in de achterbuurten en gevangenissen, het liefst aan hen die het niet wilde horen. Hij verdroeg de meest verschrikkelijke afranselingen, gelijk Christus zijn geselingen verdroeg. Maar Vincent was niet gek. Toen hij hoorde dat een stervende kerel een pistool onder zijn kussen had, en dreigde de eerste de beste priester die hem zou benaderen af te knallen, verkleedde de priester zich als vrouw om het bed te kunnen benaderen. Geduldig wachtte Vincent het moment van sterven af, om razendsnel alsnog de sacramenten voor de stervende toe te dienen .

Paus Leo XIII zei dat hij geen moment twijfelde aan de Heiligheid van Vincent. De paus had Pallotti persoonlijk geobserveerd. Het was algemeen bekend dat Vincent zichzelf regelmatig flink geselde vanwege de verschrikkelijke zonden die hij tijdens zijn apostolische werkzaamheden tegenkwam. In 1887 werd Vincent Zalig verklaard, maar zijn heiligdom in de San Salvatorekerk van Onda trok nauwelijks pelgrims. Het zou tot 1962 duren voor hij officieel door de Katholieke Kerk werd opgenomen onder de Heiligen.

Een van Vincents volgelingen was pater Josef Kentenich. Samen met enkele scholieren van het Palottiner-Internaat van Vallendar-Schönstatt had hij voor de een afdruk van het schilderij Refugium Peccatorum van Luigi Crosio (1835-1915) een 'Liebesbündnis' afgesloten. Dit vormde het begin van de Schönstatt-Beweging, dat de oude kerkhofkapel transformeerde in een mystiek centrum voor vernieuwde Mariaverering binnen de katholieke kerk en Vallendar zou uitgroeien tot een belangrijk internationaal Bedevaartcentrum.

Van de kapel waar dit gebeurde, werden over de hele wereld kopieën gebouwd. In al deze kapelletjes hangt de Miraculeuze afbeelding van de "Driedubbele wonderbare Moeder van Schönstatt", met om de afbeelding het opschrift „servus mariae nunquam peribit“ (lat. „Een Dienaar van Maria zal nooit verloren gaan“) aangebracht. Er staan buiten de 56 exemplaren in Duitsland nog 30 van deze Schönstattkapellen in de rest van Europa en 73 in Zuid-Amerika.

In het heiligdom van Vallendar hangt de originele afdruk waarvoor de uitverkoren leerlingen van pater Josef Kentenich op 18 oktober 1914 hun eed van Trouw aan de Heilige Maagd Maria zwoeren. Op mystieke wijze is juist deze prent vol stralingen, in tegenstelling tot het originele schilderij

Dat werd pas in 1964 gekocht door de Zwitserse afdeling van de Schönstatt-zusters. Het was opgedoken in een kunsthandel, en ze kochten het origineel samen met een door de schilder ondertekend document (Turijn, 10 oktober 1898) waarbij hij het schilderij en het reproductierecht afstond aan de drukkerij van de Gebroeders Kuenzli. De Madonna is de schilder zijn dochter.

Nadat Vallendar als Driedubbele wonderbare pelgrimsplaats furore had gemaakt, werd het in 1932 officieel door de Duitse staat erkend als "Kneipp- und Luftkurort". Kerkelijke erkenning van het kapelletje als officieel Katholiek Genadenoord volgde in 1947.

De brug tussen Vallendar en het Rijneiland Niederwerth werd in 1958 ingewijd door de aartsbisschop.

  • Vallendar - Bad Ems ***** (13,8 km) - via Grabenstraße naar Nassau (8,5 km)

Nassau


Via Contis Nassau an der Lahn werd in 915 als Villa Nassova voor het eerst genoemd. Het was de bisdommelijke villa van de bisschop van Worms, Rond 1100 bouwde de Graaf van Laurenburg op deze plaats de nieuwe Burcht Nassova, dat zijn kinderen in 1159 verkiezen boven hun tochtige Larenburg, een paar kilometer verderop. Vanaf dat moment worden zij 'Von Nassova genoemd. Door het huwelijk met Claudia de Chalons et Orange verwerft Heinrich III (1504–38) het vorstendom Orange in Zuidfrankrijk. Zijn zoon Renatus (1538–44) voert als eerste Von Nassova de titel Prins van Oranje. Later zal Willem van Dillenburg deze titel vererven. In die tijd verbasterde Nassova tot Nassau. Het nagestacht van deze erfprins sterft uit met Wilhelm III, die in 1688 de Engelse troon bestijgt als de laatste Oranje. Zijn Nederlandse erfenis valt toe aan de familie Nassau-Diez van de zogeheten Ottoonse Lijn, stadhouders in Drenthe, Groningen en Friesland die er in slagen in 1747 Erfstadhouders van de Verenigde Provincien te worden. Deze Ottoonse Lijn sterft in 1890 uit met de Nederlandse koning Wilhelm III. In 1912 valt met de dood van Groothertog Wilhelm van Luxemburg ook het doek voor de zogeheten Walramische Lijn. Al wisten de vrouwelijke telgen van beide uitgestorven Oranjehuizen middels wetsveranderingen het koningschap en Hertogdom over te nemen

  • Nassau - Bad Schwalbach 33,8 km
    Nassau - Holzhausen an der Haide (14,3 km) - Kemel Heidenrod (11,9 km) - Bad Schwalbach - Wiesbaden.

Wiesbaden


De stad telt een kleine 300 duizend inwoners plus zo'n 12 duizend Amerikanen. In Wiesbaden zetelt de Duitse federale recherche (Bundeskriminalamt) en woont ook de 'Sterkste vrouw van de Wereld', de van de (Nederlandsche) Antillen afkomstige Wereldkampioen powerliften en Europees kampioen Bodybuilding IFBB Tina Woodley. Ze heeft tegenwoordig een 'all ladies' sportschool aan de Holbeinstraße 50.
Rond de bronnen van Wiesbaden ontwikkelde zich al vroeg een nederzetting. In de Romeinse tijd werd de plaats ommuurd, in de Middeleeuwen groeide Wiesbaden uit tot een kleine stad. In 1170 verwierven de Graven von Nassau rijksbezit in en rond het huidige Wiesbader stadgebied. In 1296 stichte Adolf von Nassau hier het klooster Klarenthal. In 1744 werd het Schloss Biebrich Hoofdresidentie van het Huis Nassau en in 1806 werd Wiesbaden de hoofdstad van het Hertogdom Nassau, dat in 1866 door Pruisen wordt geannektiert. Het wapen van de stad Wiesbaden heeft echter geen Oranjeleeuwtje, maar drie Franse Lelies, de Fleur-de-Lis. afkomstig uit het familiewapen van de Bourbons, zoals deze ook in het wapen van Spanje staan. Voor de Marktkerk staat een standbeeld van Willem de Zwijger.


  • Wiesbaden, Bierstad, Igstadt, Breckenheim, Gerbermuhle, Diedenbergen, Marxheim, Hofheim am Taunus, Zellsheim, Neufeld, Frankfurt, Offenbach am Main, Rumpenheim, Mühlheim am Main, Hainburg....

Detour:


DETOUR: Marktheidenfeld


Via Contis Marktheidenfeld is een stadje aan de Main en Spessart. Het is vol vakwerkhuizen, steegjes en een schilderachtige waterkant aan de Main met een oude brug uit veelkleurig zandsteen. Deze brug werd onder het bewind van koning Ludwig I van Beieren gebouwd en in januari 1846 opengesteld voor verkeer. Het is tot op heden een van de belangrijkste verbindingen gebleven.
Maar het is de Sint Laurentiuskerk waar je moet zijn. Zeker rond het feest van Maria Hemelvaart (15 augustus) als er rond dit godshuis de zogeheten Sint Laurenzi-Messe plaats heeft. Dan vieren ze in Marktheidenfeld negen dagen lang een volksfeest ter ere van de heilige martelaar Laurentius. Een feest dat je niet mag missen. Zeker niet als je van geroosterd vlees houdt.

De heilige martelaar Laurentius is ongeveer in het jaar 225 geboren in Spanje en leefde in de derde eeuw in Rome als diaken onder paus Sixtus II. Een jaar voor Laurentius' dood verbied keizer Valerianus I de christenen te vergaderen, sluit hun godshuizen en verbiedt ze eigen begraafplaatsen te gebruiken. In 258 draagt paus Sixtus II toch een mis op in de catacomben van Pretextatus, ook al weet hij dat hij hiermee de wet overtreed. Paus Sixtus wordt betrapt en op 6 augustus samen met vier van zijn zeven diakens als crimineel tot de doodstraf veroordeeld. Laurentius wordt wel gevangen genomen, maar niet dadelijk ter dood gebracht. Keizer Valerianus eist van hem dat hij eerst dat hij de die onder zijn hoede zijn gesteld, aan hem worden overhandigt. Als Laurentius verlof vraagt om het gevraagde op te halen, deelt hij kostbare gouden en zilveren vaten en boeken aan de armen uit. Als hij met lege handen, maar met een grote groep arme mensen terugkeert bij zijn rechters verklaart hij, wijzend op de stoet van mensen: "Zie daar de schatten van de kerk."
Omdat ze hem niet geloven, wordt hij dagen lang gemarteld en gegeseld. Maar die geselingen halen niets uit en dus wordt besloten Laurentius op een rooster boven een vuur te roosteren. Volgens de legende zou hij toen gezegd hebben: "Ik ben aan een kant al gaar, dus keer mij om." Mogelijk is hij tijdens deze braderie al gestorven, maar waarschijnlijker is het dat hij op 10 augustus onthoofd is. De relikwie van zijn hoofd dat nog los bewaard wordt, wijst daarop.

Sint Laurentius werd daarom de beschermheilige en patroon van bakkers. Omdat hij als diaken belast was met de zorg voor de boeken wordt Laurentius ook vereerd door bibliothecarissen.

Aan zijn kerk in Marktheidenfeld is meer dan 700 jaar gebouwd en herbouwd, zodat je stijlen als romaans, gotiek, barok en neo-barok kan onderscheiden. Oorsponkelijk was de Sank Laurentius een kerkje op een overstromingsvrije plek, die eeuwenlang onder de heerschappij van de Graven van Wertheim viel. Die stonden rond 1520 toe dat de leer van de ex-monnik Martin Luther in hun gebied mocht worden gepredikt. Veel van de kunstschatten werden toen door de intolerante protestanten in puin gehakt. Later werd het schip van de oude Romaanse kerk gesloopt om plaats te maken voor een nieuw schip. Het koor en de kelder van de toren bleven behouden. Uiteindelijk kwam de kerk weer in katholieke handen en kon men dit ontwijdde godshuis weer herstellen. Een standbeeld van de gebraadde heilige siert de gevel van de kerk aan de Obertorstraße. Een ander is te vinden in de kerk. In zijn hand heeft Laurentius een grill om vlees op te roosteren. De nieuwe spitse toren van de Laurentiuskerk van Marktheidenfeld is in 1805 na een blikseminslag afgebrand en werd door het huidige uivormig exemplaar vervangen.

St. Laurentius-Kirche. Pfarramt Kolpingstr. 12
97828 Marktheidenfeld,
09391 3468‎

Marktheidenfeld heeft een flink aantal hotels, restaurants en cafés. Bad Maradies is een bekend Freibadbereich met Waterglijbanen en Kneippanlage.

Het toeristenbureau is op de Conrad Adenauerplatz 7. Op zaterdag (sabat) en zondag (christelijke rustdag) is het gesloten. Op vrijdag (djmaa) is het tot 12.15 uur open, maar van maandag tot donderdag kunt u er van 7.45 tot 18.00 uur terecht voor meer toeristische informatie.

Verder is er aan de Obertorstraße 6 een barok gebouw, het Franck-Haus, waar getrouwd kan worden in de Festsaal met historische plafondschilderingen. Ook vertonen lokale artistiekelingen hier hun kunsten en hebben soms concerten plaats.

  • Marktheidenfeld, Altfeld, rivier over bij Triefenstein, Würzburg (Wallfahrtskirche Käppele), Heroldsbach

DETOUR: Heroldsbach


Am Herrengarten 9 in Heroldsbach werd in 1998 een genadekapel ingewijd op de plek waar op 9 oktober 1949 zeven kinderen en een jonge vrouw in een groen schijnsel de drie letters, J.H.S. boven het bos zien.

Kort daarop daalt een witte gestalte neer uit de hemel. De verschijning brengt haar handen naar haar mond en roept dan loeihard "de Moeder Gods!".

De volgende dag zien ze de witte gestalte weer. De derde dag daalt ze neer met een kindje in Haar armen.

De zeven kinderen, Maria, Gretel, Kuni, Erika, Antonie, Irma en Rosa zijn alle tussen de 10 en 11 jaar oud. De jonge vrouw, Hildegarde, is 19 jaar oud. Ze brengen vanaf het begin de pastoor op de hoogte. Die is dol enthousiast, temeer daar de derde verschijning plaats vond op de feestdag van het Moederschap van Maria.

Dit was voor de pastoor een teken van grote autenthiciteit, want de kinderen konden onmogelijk weten dat op deze dag het Moederschap van Maria wordt gevierd.

Bijzonder aan deze verschijningen is dat de kinderen een innig lchamelijk contact hebben met de verschijning, die ze omhelzen. Ook vraagt de witte verschijning haar kind aan te raken: "Jullie moogt Hem aanraken, opdat jullie handen geen onkuisheid zouden begaan."

Ook zegt de witte verschijning: "Jullie moeten het kindje Jezus, de Moeder Gods en de Heiligen altijd recht in de ogen kijken, opdat je geen vreugde zoudt hebben aan onkuise blikken."

Het nieuws over de verschijningen ging snel rond en er kwam er een grote stroom pelgrims naar Heroldsbach op gang.

Alle gebeurtenissen worden opgetekend door Prof. Walz die de kinderen volgde bij hun ervaringen.

Tot de bisschop op 14 juli 1951 de Prof verbied om nog langer met de kinderen de berg op te gaan.

Vol onsteltenis schrijft hij: " We knielden ontsteld op de grond, want hieruit blijkt dat Heroldsbach een boodschap is tot een kuis leven"

De Bischop verbiedt ook de pastoor nog langer de berg op te gaan. Als deze betrapt wordt, volgt overplaatsing naar een andere parochie. Vlak voor zijn dood verklaarde de pastoor dat, wanneer hij niet aan zijn biechtgeheim gehouden was, de verschijningen al lang erkend zouden zijn door de bisschop.

Tijdens de verschijning van 25 oktober 1951 vraagt de witte verschijning een kapel te bouwen, welke de "Moeder van God kapel" genoemd moet worden.

De de witte verschijning belooft de zieners om het jaar daarop terug te komen.

De mensen blijven terugkomen naar de berg en blijven trouw bidden. Op 8 december voltrekt zich een zonnewonder dat door getuigen als volgt wordt omschreven.

Die dag, 8 december, was een donkere sombere dag overal lagen plassen en modder. Er was die dag een processie die moeizaam ingang gezet werd doordat de wegen moeilijk begaanbaar waren.

Onverwachts brak het wolkendek en kwam de zon langzaam naar voren. De mensen stonden in een fel licht. het scheen alsof de zon met gouden stralen op hen neerscheen. Ze leek als een monstrans. Op een gegeven moment ging de zon draaien, eerst naar rechts en dan naar links. het tempo waarin dit gebeurde werd opgevoerd. De stralen van de zon hadden prachtige kleuren en werkte liefelijk op de mensen en het landschap in.

De kinderen op de Heilige Berg zagen de de witte verschijning met het kindje. Ook andere aanwezigen meenden iets te zien. Weer anderen zagen in de zon de lettertekens A.M. (waarschijnlijk Ave Maria) en andere letters als S.M. (Santa Maria) of C.B.T. Honderden mensen waren getuige van dit fenomeen en baden. De zon trilde en schudde en leek op een gegeven moment op de menigte af te komen.

Sommige mensen, raakten in paniek, dachten dat er een ramp op komst was en baden Maria om hulp. De zon bleef op een geschatte afstand van 50 meter stilstaan, Ondanks het felle licht kon men diep de zon kijken. Sommige zagen de Heilige Maagd die getooid was met een krans van sterren. Uiteindelijk steeg de zon weer naar haar oorspronkelijke plaats aan de hemel.

De mensen waren verbijsterd over hetgeen ze ervaren hadden en overtuigd van de echtheid van de verschijningen. De rust was net wedergekeerd toen opnieuw de kreet klonk: "de zon!!". Het zonnewonder herhaalde zich op exact de zelfde wijze als de eerste keer. Nu waren de mensen minder angstig. Na afloop van het fenomeen nam men boven het bos een vallende ster waar. En spontaan werd het lied Grote God wij loven U gezongen, waarna er nog een kleine goudkleurige ster uit de hemel viel.

Tot Gretel en Erika sprak de Mariaverschijning:

"Dit heb ik gedaan omdat er onder de mensen nog zoveel ongelovigen zijn."

Tot Antonie: " Het verheugd Mij dat de mensen hier elke dag komen om de Rozenkrans te bidden. Ze moeten ermee doorgaan, want het is nog niet genoeg."

Op 2 februari 1951 waren er ongeveer 30.000 mensen aanwezig toen de zon opnieuw draaide en van kleur veranderde. Er kwam een lichtkogel van het bos naar de berg en van de plaats van de verschijningen stegen lichtkogels recht naar de hemel die door de aanwezigen werden waargenomen. De mensen waren in een hel gouden licht gehuld. Deze was zo intens dat men nauwelijks de voeten kon zien.

Na afloop bleven Antonie, Gretel, Kuni en Erika te samen met een groep achter. De Moeder Gods verschijnt en zegt zeer bezorgd:

"Als de mensen Mijn wens niet vervullen, zal er veel bloed vloeien."

Antonie vraagt wat de Verschijning daar mee bedoelt.

"De Russen zullen komen en jullie afranselen."

Verschrikt reageren de kinderen en vragen aan de Verschijning om dit onheil af te wenden.

Ze reageert door te zeggen dat men dat ze dat zelf moeten doen door veel te bidden en boete te doen.

De kinderen vragen of zij dit aan de mensen moeten zeggen, waarop de Verschijning met "Ja" antwoordt.

De aanwezigen zijn geschokt. Maar als na een kwartier de rust is wedergekeerd, spreekt de verschijning opnieuw en vraagt de aanwezigen de "Blijde Rozenkrans" te bidden.

Op 6 februari neemt de Verschijning de rozenkrans van een van de kinderen, wikkelt die om Haar eigen handen en houdt de handen biddend omhoog. De aanwezigen zien de rozenkrans door de lucht zweven.

Op 8 februari zegent de Verschijning de rozenkransen, laat zich door de kinderen aanraken en draait zich om en spreidt Haar armen alsof Ze de kinderen wil beschermen.

De kinderen zien boven het bos een grote vlammenzee waarin satanische figuren grote sprongen maken. In de vlammenzee zien ze de gezichten van mensen en zondige dieren. De kinderen zijn geschokt en Gretel smeekt de Verschijning om dit visioen te doen verdwijnen. Pas na een minuut spreidt de Verschijning de armen opnieuw en verdwijnt het visioen. Ze bulderd tot de kinderen: "Laat u nooit verleiden door de boze vijand."

Op 9 februari mogen de kinderen even in de Hemel kijken. Ze zien een troon die volgens de omschrijving een kopie van de Troon in de Haagse Riddderzaal zou kunnen zijn. Niet de koningin, maar de Verschijning gaat op de troon zitten. De Verschijning zit naast de H. Drievuldigheid en heeft een scepter in Haar hand. Rond haar troon staan 3 engelen als hofdames opgesteld.

Op 24 februari vaardigt de bisschop een verbod uit, waarin het aan de priesters verboden wordt om op de verschijningsplaats nog langer godsdienstoefeningen te leiden.

Vanaf die dag ontvangen de kinderen een mystieke communie uit de handen van de "Kelk Engel".

Op 15 en 16 mei toont de Moeder Gods een "Russenvisioen". De kinderen zien boven het bos een oorlogstafereel waarin soldaten Heroldsbach naderen, waarop de Verschijning het dorp met Haar mantel omhult. De volgende dag zien ze soldaten het dorp binnengaan om de mensen uit hun huizen te sleuren. Ze zien de kerk en huizen brandend ineen storten.

De Verschijning spreekt tot de kinderen: "Zo zal het er eens bij jullie uit zien, Mensen bidt toch!"

Op 17 mei praat ook het kind van de Verschijning. Het zegt tegen de kinderen dat ze kruisjes en medailles moet dragen, ook als de Russen komen. Tevens geeft hij de volgende boodschap: "Als jullie niet vurig genoeg bidt, zullen de Russen komen en u slaan"

Op 2 oktober 1951 zien de kinderen boven het bos in een lichtstraal een kruis zweven. Het lichaam van Jezus bloedde uit alle wonden. Uit wond in de zij kwam een lichtstraal. Engelen vingen het bloed op in een kelk. Het bloed uit de wonden aan de voeten stroomde het vagevuur in, en bracht verkwikking aan de arme zielen die hun tijdelijke straf ondergingen. Boven de heftig bloedende Jezus zweefde de Heilige geest in de vorm van een witte duif. Al zwevend maakte de duif, tot driemaal toe met zijn rechter pootje, het kruisteken en gaf daarmee ook de zegen.

Op 17 april 1952 ziet Kuni boven het bos vjif engelen met ieder een bullepees in de hand. Maria ziet een engel met prachtige rozen. De engel zegt tegen haar: "Zoals deze rozen opbloeien zo moet ook het gebed van de mensen opbloeien." Aan deze gebeurtenis hebben we de naam Rosenkönigin von Heroldsbach te danken.

Op 30 augustus stierf de pastoor die door de bisschop was overgeplaatst. In een open kist werd hij naar de parochie van Heroldsbach teruggebracht voor een helden begrafenis. Zijn graf wordt door menig bezoeker van dit Genadenoord bezocht.

Op 31 oktober 1952 verschijnt de Rosenkönigin voor de laatste maal in Heroldsbach. Het vraagt de zieners om boete te doen voor de bekering van de zondaars. En vooral braaf te blijven en nederigheid te beoefen. Ook moeten ze veel voor de priesters bidden en de Heilige Aloysius of Sint Maria Goretti extra te gaan vereren als de zonde dreigt.

Bezoekers komen naar dit heiligdom om "den wichtigsten Wunsch nach Buße der Königin der Gnaden" te vervullen.

Heroldsbach Pilgerverein

  • Aschaffenburg, Würzburg (Wallfahrtskirche Käppele), Rothenburg ob der Tauber,


Hainburg


In het bos van Klein-Krotzenburg bevind zich het gesneden Vesperbeeld der Schmerzhaften Gottesmutter Maria, een Pieta dat rond 1620 werd gemaakt. Het werd na de Dertigjarige oorlog door herders in een holle eik ontdekt, waar het waarschijnlijk voor plunderende soldaten was verborgen. In 1736 werd daar een kleine kapel opgericht, dat al snel het doel van veel bedevaarten naar de Liebfrauenheide werd. De vele voriefbeelden vertellen van de vele gebedsverhoringen. De bisschop van Mainz gaf opdracht tot de bouw van een nieuwe kapel, die in 1868 werd ingewijd. Tot op heden hebben er op de 13 van elke bedevaarten naar dit genadenoord plaats.

  • Hainburg, Seligenstadt, Stockstadt am Main, Leider, Aschaffenburg

Aschaffenburg


Via Contis Aschaffenburg is de stad van de magisch-realistische schilder Christian Schad, die hier woonde en werkte van 1943 tot 1961. Daarna verliet hij Asschaffenburg om zich in het naburige dorp Keilberg te vestigen. Een groot deel van zijn werk bevindt zich in de Christian-Schad-Stiftung in Aschaffenburg. Het belangrijkste schilderij van de stad hangt in de kerk op de Stiftsberg.

Aschaffenburg (het middeleeuwse Ascaffaburc) werd in de 5de eeuw door de Alemannen gesticht, maar de oudste vestigingssporen stammen hier uit het stenen tijdperk.

De Via Contis Stiftskirche werd in 974 gesticht door Otto von Schwaben, Baron van Beieren. Het bevat een sarcofaag met de relieken van Sint Margaret en de befaamde Bewening van Christus van Matthias Grünewald (1460/80 - 1528).

Als de Mainzer aartsbisschop en Keurvorst Albrecht von Brandenburg vanwege de Reformatie in 1541 uit Halle an der Saale moet vluchten, verlegt hij zijn residentie naar Aschaffenburg. De bisschop nam zijn kunstschatten mee. Waaronder verschillende schilderijen van Cranach en zijn beroemde Relieken-Kalender: voor iedere dagheilige werd een relikwie verzameld. Vanuit Aschaffenburg voerde aartsbisschop Albrecht ook zijn beroemde correspondentie over de Aflatenhandel met Martin Luther.

De oude burcht werd in 1552 vernietigd tijdens de Markgravenoorlog (Markgräflerkrieg) In 1605 liet aartsbisschop Johann Schweikhard von Kronberg het renaissanceslot Johannisburg bouwen, dat in 1619 klaar kwam. De stad behoorde eeuwenlang tot het keurvorstendom Mainz, totdat het aan het begin van de negentiende eeuw aan Beieren kwam.
Webcams Aschaffenburg

  • Aschaffenburg, Kleinwallstadt, Hausen, Eschau, Dammbach, Wertheim, Altenbuch, Bronnbach

Bronnbach


Bronnbach (gemeente Wertheim am Main) telt 45 inwoners. De plaats wordt gedomineerd door de voormalige cisterciënzer abdij Bronnbach. In het wapen van het klooster houdt het kindje jezes op de schoot van zijn moeder een leeuwerik in de hand.

Het was de beroemde abt St. Bernard van Clairvaux zelf, die tijdens zijn verblijf in Wertheim de wens had uitgesproken dat er in de ruige wildernis van het Taubertal een klooster van zijn orde moest verrijzen. Nog tijdens zijn leven zorgden enkele Frankische edelen een cisterciënzer klooster te doneren. Ze hoopten zo op vergeving voor hun uiterst wellustig leven. Als ze in het Taubertal op zoek gaan naar een geschikte plek, stijgen plotseling drie witte leeuweriken op, die hoog in de hemel hun ochtendlied zingen. De oprichters zagen dit als een hint van de hemel. En bouwen op die plaats de Abdij Bronnbach met de tot op heden beroemd gebleven brouwerij.

Paus Benediktus XII verleende in 1336 en 1339 vanuit Avignon een aflaat voor de bouw van een houten brug over de Tauber, die in 1340 verrees en in het hoogwater van 1408 weer verdween. In hetzelfde jaar laat Abt Johannes III Hildebrand voor 40.000 Gulden een 110 m lange stenen brug bouwen. Met haar twee gewelfde bogen met een spanwijdte 21,70 m en 22,60 m heeft tot op heden stand weten te houden. Het standbeeld van Johannes Nepomuk staat sinds 1731 op de brug. Het werd door Abt Engelbert op de plaats van een Kruisbeeld opgericht, dat Wertheimer Beeldenstormers in 1631 in stukken sloegen en in de Tauber wierpen.

Aan de monding van de Schafhöfer Weg op de Taubertalstraße in het noordelijke deel van Bronnbach stond vroeger de grote Kloosterpoort met het appartement van de portier. Na de secularisering diende het gebouw enkele jaren als gevangenis, tot hij in de loop van de bouw van de Talstrasse werd gesloopt.

In 1803 werd het oorspronkelijke klooster opgeheven en kwamen complex en landerijen in het bezit van prinselijke adel van het Huis Löwenstein-Wertheim-Rosenberg. Het kloosterbrouwerijtje wordt onder de naam Schlossbrauerei Bronnbach een in heel Duitsland bekende brouwerij. In 1855 wordt Bronnbach zelfs de verblijfplaats van de uit Portugal gevluchte koning Dom Miguel de Braganza, die met prinses Adelheid van Löwenstein-Wertheim-Rosenberg, een dochter van de Bronnbacher prins was getrouwd. Op 28 november 1862 werd hier Maria Antonia Adelheid de Bragança, de moeder van Zita, de laatste keizerin van Europa, geboren.

Na de Eerste Wereldoorlog vonden de uitgezette bewoners van de cisterciënzer abdij Stična in Ljubljana, Slovenië een tijdelijk onderdak en in 1922 bloeide door de verhuur van een deel van het klooster ook het monastieke leven in Bronnbach weer op. Een permanente regeling bleek echter onmogelijk en in 1931 worden de activiteiten van de cisterciënzers verplaatst naar Seligenporten in de Opper-Palts. Kort na het vertrek van de Cisterciënzers vestigen zich de Kapucijnen zich hier, die tot 1958 werkzaam blijven in Bronnbach. In de jaren 1980 doen de dominicanen in Bronnbach hun intrede. De adelijke familie Löwenstein-Wertheim-Rosenberg bewoonde echter de meest comfortabele delen van het klooster tot de verkoop in 1986.

De noodzakelijke renovatie en nodige aanpassingen hebben plaats. In klooster Bronnbach kun je tegenwoordig weer een goed glas wijn uit het Tauberdal drinken, want in juli 2007 opende hier een wijbar. Tal van instellingen, waaronder de Missionarissen van de Heilige Familie hebben hier een onderkomen gevonden. In klooster Bronnbach hebben conferenties, seminars, workshops, concerten en tentoonstellingen plaats. En er is een pension met 17 kamers voor overnachtingen beschikbaar.

  • Bronnbach, Böttigheim, Werbach, Tauberbishofsheim, Lauda-Königshofen
  • Unterbalbach, Bad Mergentheim, Igersheim, Markelsheim, Elpersheim
    (Unterbalbach-Elpersheim 13,7 km)
  • Elpersheim, Weikersheim (hier nam Kyra de trein naar Nederland), Queckbronn, Neubronn, Rothenburg ob der Tauber
    (Elpersheim-Rothenburg ob der Tauber 32 km)

Rothenburg ob der Tauber


Als er één stad in Duitsland is, die model kan staan voor de Duitse Middeleeuwen, dan is dat Via Contis Rothenburg ob der Tauber. Het stadje lag aan de belangrijkste noord-zuid straat, halverwege Scandinavië en Rome. Haar faam had de plaats te danken aan het beroemde relikwie dreier Tropfen vom Blute Christi (Drie druppels van het Bloed van Christus).

Op haar hoogtepunt kende het nu 11.226 inwoners tellende Rothenburg niet minder dan vier heiligdommen waar het flink mirakelde: naast het Heilig Bloed was er de bij de rivier gelegen Kobolzellerkirche uit 1472-1479 met de roemruchte Kobolzell. De herders hadden hun heiligdom in de Wolfgangkerk. De meeste wonderen zouden plaats vinden in de voormalige synagoge. Deze werd dankzij de inzet van de prediker Johannes Teuschlein omgedoopt in de Kapel van de Allerzuiverste Maria. Predikant Teuschlein wordt tot op heden in Rothenburg geeerd met zijn Teuschleinstraße.
Johannes Teuschlein wist de de bevolking zo tegen de Joden op te hitsen, dat de stadsraad eind 1519 besloot dat alle joden voor Maria Lichtmis (2 februari) van het volgende jaar Rothenburg verlaten moeten hebben. De raad nam een advocaat in dienst om de bedrijven van de Joden te liquideren. Ze moesten ook schriftelijk vermelden dat ze niet waren gedwongen te vertrekken of uitstaande schuldeisen hadden. Ook werd het woord "uitzetting" vermeden in de officiële stukken en vervangen door "verlof verleend te vertrekken."

De Rothenburgers ging dit vertrek binnen drie maanden blijkbaar te langzaam.

De Synagoge werd op 8 januari 1520 geplundert. Volgens de verhalen van Teuschlein zou Maria zelf dit geweest hebben. De volgende dag geeft hij opdracht tot een verherbouwing. Er zullen 350 jaar lang geen Joden in Rothenburg wonen.
Al op 10 april 1520 wordt er een Mariakapel ingewijd. Onder begeleiding van Teuschlein hebben er allerhande wonderen plaats. Die ijverig worden opgetekend in een Mirakelboek. Dat Teuschlein ook in boekvorm laat verschijnen. Een lang leven is zijn synagogekapel niet gegund. Vijf jaar na de inwijding wordt het heiligdom kort en klein geslagen tijdens de Boerenoorlog.

Het oudste en grootste heiligdom in de stad was een kapel, direct ten westen van de oude romaanse Via Contis Sint Jakobskerk. Volgens het verhaal betrof het enkele door Jezus tijdens het Laatste Avondmaal gemorste druppels (witte) wijn die op mystieke wijze in het rode Heilig Bloed van Chistus zou zijn veranderd.
Dit relikwie, in een geslepen kruisvormige capsule van Bergkristal bewaard. Alles wijst er op dat dit Heilig Bloed reliek net als een soortgelijk relikwie in Brugge, dat in 1204 werd buitgemaakt door de kruisvaarders. Twee Heilig Bloed relieken verdwenen tijdens de plunderingen van de heiligdommen van de stad. Ook deze christelijke heiligdommen moesten het ontgelden onder de kruisvaarders, ondanks alle gezworen eden en dreigende excommunicatie van de Paus.

Een ander verhaal is dat het Reliek van het Heilig Bloed van Rothenburg afkomstig zou zijn uit de schatkist van Keizer Alexios III Komnenos. Die kwam op de troon door zijn broer af te zetten en de ogen uit te steken. Als de zoon van zijn broer weet te ontsnappen uit het gevang vraagt deze de ridders van de vierde kruistocht om hulp. Zij vielen Constantinopel aan en namen op 17 juli 1203 de stad in en zetten de zoon samen met zijn blinde vader op de troon. Keizer Alexios III Komnenos nam de benen met de kroonjuwelen en de schatkist, waarin waarschijnlijk ook het Heilig Bloed van Rothenburg, dat voor het eerst wordt vermeld in 1265.

Het Heilig Bloed van Rothenburg veroorzaakt de nodige wonderen en wordt al snel het 't jaarlijkse doel voor duizenden pelgrims uit de verre omtrek. De toeloop was dusdanig, dat het Heilig Bloedkapelletje tussen 1453/71 werd opgenomen in het prachtige westkoor van de aanlendende Sint Jacobskerk.
De zaken gingen blijkbaar zo goed, dat de de belangrijkste Duitse houtsnijder Tilmann Riemenschneider wordt gevraagd er een altaar voor te maken voor het reliekkruis van bergkristal. Dit meesterwerk van de laatgotiek werd op 8 Mei 1502 ingewijd. Het toont in het midden het Laatste Avondmaal. De zijvleugels zijn in reliëf gesneden en laten aan de ene kant de Triomfale Intocht van Jezus in Jeruzalem zien, terwijl de andere vleugel zijn doodsangsten in de nabijgelegen Hof van Olijven toont. Op deze plek werd Jezus door een van zijn volgelingen, Judas genaamd, verraden.
Na de reformatie werd reliekenverering verboden. Het ging om Het Woord en dus werd door de evangelisch-lutherse gemeente een gigantisch 5500 pijpen tellende Oostenrijks orgel geplaatst.

De Heilige Jakobskerk heeft naast de Drie druppels bloed van Christus ook enkele andere middeleeuwse kunstschatten, zoals een afbeelding van de Heilige Maagd Maria, geschilderd door Friedrich Herlin, die ook verantwoordelijk is voor de beschildering van de zijvleugels van het Twaalf Apostelenaltaar uit 1466. Herlin schilderde aan de voorzijden het leven van Maria, aan de achterzijden de legende van Sint Jacob de Morenslachter. De maker van het in hout gesneden middenstuk is onbekend. Gastenpater van het heiligdom is Oliver Gußmann.

Zie Rothenburg als Wallfahrtsort im Mittelalter

In het midden van de 10de eeuw was er in de nabijheid van de huidige stad al een boerennederzetting, genaamd Via Contis Dettwang. Bij deze nederzetting bouwen leden van de gravenfamilie van Komburg rond 970 een burcht, die zij Rothen-Burg (rode burcht) noemen. In 1116 sterft de familie Komburg uit en erft Koenraad van Hohenstaufen, de latere keizer Koenraad III het bezit. Hij liet het kasteel in 1142 ombouwen tot rijksburcht. Hiervan rest slechts de Burgtor. In de nabijheid groeide het stadje Rothenburg.

Rothenburg is omgeven door de stadsmuur met weergang, die tussen 1350 en 1380 werd gebouwd. De weergang leent zich uitstekend voor een wandeling. Tussen Spitalbastei, een bolwerk met 7 poorten achter elkaar, elk met een valhek in het zuidoosten en de Klingentorbastei in het noordwesten, passeert men 12 torens en de Rödertor en de Würz Burgtor. Van de Rödertor, met vlakbij de oude smidse, loopt de Rödergasse naar de Röderbogen, die evenals de nabije Markusturm nog dateert uit de tijd van de eerste stadsversterking aan het begin van de 13de eeuw.

Op zaterdag is er van 8 tot 12 uur een wekelijkse markt, die kan uitlopen tot ca. 15 uur. Aan de Marktplatz ligt ook het stadhuis en de Ratstrinkstube uit 1446 met het beroemde uurwerk. Uit deze klok uit 1910 komen op het hele uur van 11.00-15.00 en van 20.00-22.00 uur de poppen naar voren komen die de 'Meistertrunk' uitbeelden.

Rond 1180 wordt ook de Diebsturm (Dieventoren) of Markusturm gebouwd, die tot 1844 als Gevangenistoren in gebruik zal blijven. In de dertiende eeuw heeft de plaats al een hoog ontwikkelde stedelijke regelgeving. De verpanding aan de graven van Hohenlohe in 1251 vormt een terugval voor de stedelijke zelfstandigheid.

Rothenburg werd in 1274 een Vrije Rijksstad. De drieschepige Franciskanerkerk aan de Herrengasse werd in 1309 gewijd. Een stenen laatgotisch doksaal scheidt koor en schip. Van de altaren in de vijf kapellen ontsnapte alleen het Franciscusaltaar uit 1490 aan de protestantse barbarij.

Onder de fraaie Keizerszaal van het stadhuis liggen acht imposante gewelfde ruimten (Historiengewölbe). Van de Historiengewölbe voert een kleine steile trap naar het onderliggende Staatsverlies. Langs de wachtruimten voert een verbindingsgang naar de folterkamer met verschillende martelapparaten en de drie onderaardse gevangeniscellen. In een daarvan werd Heinrich Toppler onthoofd.

Van 1373 tot 1408 was Toppier hier burgemeester. Hij was het die het stadje aanzien en welstand verschafte en het grondgebied aanzienlijk wist te vermeerderen. Toppier haalde zich echter het wantrouwen van de gemeenteraad op de hals. Hij werd in 1408 gevangengenomen en na verschrikkelijk te zijn gemarteld, in het geheim vermoord. Volgens zijn Epitaph in de Topplerkapel van de St. Jakobskerk gebeurde dat op 13 juni 1408.

Met de komst van het protestantisme in de 16de eeuw ging het met Rothenburg bergafwaarts. In 1631 veroverde de keizerlijke veldheer Tilly de rebellerende stad. Uit woede over de tegenstand die hij had ondervonden, dreigde hij vier leden van de raad te vermoorden en de stad te verwoesten. De legende wil dat hij had toegezegd genadig te zullen zijn als de burgemeester, die hem de welkomstdrank aanreikte, een bokaal met 3,25 I wijn in één slok zou leegdrinken. Burgemeester Nusch slaagde erin deze Meistertrunk te volbrengen en redde hiermee de stad. De burgemeester zelf zou drie dagen in coma hebben gelegen, zo wil het verhaal. Naast de in de klok wordt sinds 1881 jaarlijks het Meistertrunkspel, een toneelstuk van de plaatselijke glasblazer Adam Hörber, opgevoerd in de Keizerzaal van het Stadhuis.

Op vrijdag voor Pinksteren begint een drie dagen durende historische markt vol traditionele ambachtslieden en handelaars die de Dertigjarige Oorlog opnieuw tot leven brengen. Protestantse Rothenburg viert de wonderbaarlijke redding van de handlangers van generaal Tilly, die stad in oktober 1631 wilde plunderen. Dat de stad nog bestaat, zou aan de protestantse Altbürgermeester Nusch te danken zijn. Natuurlijk is dat een legende, die ze hier maar al te graag vertellen en rond Pinksteren vieren.

Op zaterdag voor Pinksteren hebben er gevechten van historische troepen plaats en speelt er 's avonds een live-band op de weide vóór de Galgentor. Op zondag trekt er om 9 uur 's ochtends een plunderende bende door de oude binnenstad, en heeft er om 11.30 en 13.45 uur de uitvoering van de historische herders-reidans plaats op de Markt. Om 15 uur heeft het hoogtepunt van dit Pinksterfestival plaats. Dan heeft de Herreszug plaats het kamp voor de Galgentoren, en vecht het Historisch Leger deze geloofsoorlog opnieuw uit. Zie www.meistertrunk.de

Gothic

Een van de beruchtse plekjes in Rothenburg is het Plönlein-pleintje, met links de Siebersturm. Rechts voert de weg naar de Kobolzeller Tor (1360-1370). Aan de Obere Schmiedgasse staat een van de mooiste woonhuizen van de stad, het Baumeisterhaus met binnenhof, door stadsbouwmeester Leonhard Weidmann in 1596 voorzien van een renaissancegevel. Patriciërshuizen met binnenhoven zijn ook te vinden in de Herrengasse, die van de markt naar de Burgtor loopt; vooral de nummers 11, 15 en 18 zijn bezienswaardig. Tot slot zij gewezen op de twee verdiepingen tellende brug over de Tauber, die oorspronkelijk uit 1330 dateert.

Christelijk Rothenburg

Foltermuseum, Burggasse 3,
Tel. +49 9861 5359
Ervaar het geloof in de donkere tijden. In het Kriminal-und Foltermuseum aan de Burggasse 3 wordt duidelijk dat crimineel een flexibel begrip is. Tegenwoordig wordt je vervolgd als je hennep kweekt, maar ben je niet langer crimineel als je een jood bent of een jood verborgen houd. Vroeger was je ook crimineel als je op een bezem rondvloog of katholiek was. Naast de en fysieke folter gebruikte men in de middeleeuwen ook psychische middelen, zoals de nekviolen die vrouwen hier omkregen als ze ruzie maakten. Om de dames ook in seksueel opzicht in het gareel te houden waren er de schandemaskers. De heren werd zo'n masker bespaard. Voor hen had de Beul van Rothenburg een uigebreide collectie aan klammer, knebel, schläge en fessel-instrumenten tot zijn beschikking. Het is allemaal te zien in het Foltermuseum.

Als je echt Gothic bent, maak je natuurlijk de spannende wandeling die hier als de Beulen-tour (Henkers-Führung) wordt aangeboden. De beul van Rothenburg was in Duisland minstens zo berucht als de Beul van Haarlem in middeleeuws Holland.
Deze Beulentocht duurt een klein uurtje en heeft van april tot december om 18.00 uur vanaf de Marktplatz plaats.
Een als middeleeuwse beul verkleedde gids voert de toerist langs de plekken waar op zeer effectieve wijze alles en iedereen die er in Rothenburg een ander of afwijkend geloof op na hield werd bestreden. Deze bestrijding had zowel onder de katholieken als protestanten plaats. De nadruk van de beulentocht ligt echter op een zwaar onderbelicht deel van de geschiedenis: de vervolging van heksen, duivels en demonen.
De Heiligdommen van Rothenburg oefende een enorme aantrekkingskracht uit op heksen. De beul van Rothenburg had een aardig aantal beulsknechten in dienst. Niet alleen om de verdachte vrouwen stevig aan de tand te voelen, maar ook om alle vrouwen die tijdens de behandeling toegaven dat ze bijvoorbeeld door de lucht hadden gevlogen of omgang met de satan hadden gehad, levend te kunnen verbranden. De Beulentour is extra amusant op vrijdag, zaterdag, tijdens de Beierse schoolvakanties en de Kerstmarkt-periode. Dan krijgt de beul namelijk versterking van de Rothenburger Duivel en een Heks uit het nabijgelegen Dettwang.
Kosten: 5,00 euro per persoon, zonder heks en duivel, 7,00 euro per persoon met een heks en duivel. Duur: ongeveer 50-60 minuten. Georganiseerd door Georg Lehle, Galgengasse 27, 91541 Rothenburg, Tel: 0177-8807122, Email: glehle@hotmail.com

Je kunt ook op pad gaan met de Rothenburger nachtwacht tijdens een avondlijke rondleiding door de stad. Dagelijks van april t/m december om 20.00 uur een Engelstalige en om 21.30 uur een Duitstalige Nachtwacht. Net als de Beulentour vertrekt ook deze rondleiding vanaf de Marktplatz. Het centrale ontmoetingspunt is de fontein op de markt. Zie webcam markt Rothenburg

Het Heilige Geesthospitaal werd in 1574-1578 gebouwd; de kerk kreeg haar huidige vorm in 1591 en herbergt waardevolle kunstwerken. Op de binnenplaats van het hospitaal staat het Hegereiterhuisje.

Reichsstadtmuseum, Klosterhof 5. In het interessante voormalige dominicanenklooster is Rothenburgse kunst en huisraad te zien. Bijzonder zijn 12 schilderijen, de 'Rothenburger Passion', uit 1494.

De 'Kerstwereld' van de firma Käthe Wohlfahrt, waar men in het kerstdorp en op de kerstmarkt het hele jaar door feestelijke decoraties aantreft. Het is echter ook de moeite waard om een blik te werpen in de kleine straatjes waar de ambachtslieden bezig te zien met hun versieringen.

De Johanniskerk van Rothenburg werd aan het begin van de 13de eeuw als godshuis en grafkapel voor de Johanniterorde gebouwd. Na de reformatie heeft de kerk tot 1844 als 4-geschossiger städtischer Getreidespeicher genutzt. In de 19de eeuw keren samen met de joden ook de katholieken terug in Rothenburg. Na terugkoop en herinwijding van de Johanniskerk wordt in 1893 de eerste zelfstandige Rooms Katholieke parochie sinds de middeleeuwen opgericht. Uiteraard was alle middeleeuse kunst door de protestanten in puin geslagen of verkocht. Vandaar dat je hier als kruis boven het altaar de Künstlerische Gestaltung van Klaus Backmund uit München aantreft. Hij noemde zijn verzilverde stukken kreupelhout het „gesprengte Kreuz“.

Heimatmuseum
Alt-Rothenburger Heimatmuseum, Alter Stadtgraben 26, In een handwerkerhuisje uit 1270 wordt een beeld gegeven van het leven in de middeleeuwen.

Joods Rothenburg

De eerste jood die wordt vermeld in de archieven is Samuel Biscoph in 1180. Tot 1298 groeide de Joodse bevolking van Rothenburg tot meer dan 500 (op een bevolking van circa. 3500 zielen).
Gedurende die periode Rothenburg werd een centrum van de joodse beurs. Meir Ben Baruch van Rothenburg, die zich in 1246 in de stad vestigde, gold als de de grootste joodse geleerde van Midden-Europa. Zijn faam trok studenten uit heel Europa en van zijn "Talmoedische responsa" zijn er meer bekend dan van alle andere middeleeuwse geleerden.

De eerste pogrom in 1298 sloeg deze welvarende gemeenschap. Een looser uit Roettingen, de patriciër Rindfleisch, was niet in staat zijn schulden aan de Joodse gemeenschap terug te betalen en verspreidde het gerucht dat de Joden een hostie zouden hebben ontheiligd.
Rindfleisch en zijn hordes doodde meer dan 10.000 Joden in meer dan 60 Frankische steden. In Rothenburg, vermelden de archieven dat er 450 Joodse burgers werden vermoord tijdens de "Rindfleisch-pogrom".
Hoewel een Joodse gemeenschap opnieuw werd opgericht in 1300, waren er opnieuw pogroms in 1336, 1338, 1342 en 1348.

Een nieuwe periode begint met de Habsburgers. Koning Rudolf voert een actieve politiek om zijn positie in Franken en Zwaben te versterken. De verpanding van Rothenburg wordt door hem beëindigd en de stad wordt de zetel van een belangrijke keizerlijke rechtbank. In 1336 krijgt de stad de rijksburcht in bezit en rond de stad ontstaat een redelijk groot territorium.

Nabij de Weißer Turm (Witte Toren), deel van de 12e-eeuwse vestingwerken van de stad , is het Judentanzhaus, een zalmkleurig vakwerkgebouw dat het centrum van de Joodse Gemeenschap was van 1390 tot 1520.

In 1511 werden de Joden door de gemeenteraad gedwongen de tot het dragen van een merkteken op hun kleding en in 1520 de laatste Joden uit de stad. Daarna zijn de katholieken aan de beurt. Die worden uit hun kerken en kloosters verdreven als in 1544 de reformatie wordt ingevoerd.

Eeuwen later, in 1875, zijn er acht joodse gezinnen. Deze nieuwe gemeenschap bestaat uit 100 leden in 1910. Maar na de nazi's aan de macht kwamen slaat het anti-semitisme ook in Rothenburg toe. Nog voor de Reichspogromnacht worden de laatste 17 joden in Rothenburg op 10 oktober 1938 de stad uitgejaagd.

Het Judentanzhaus bij de Weißer Turm werd vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog en getrouw gereconstrueerd in 1953. Dertiende-eeuwse joodse grafstenen zijn ingebed in de oude stenen muur rond de "Rabbi-Meir-Ben-Baruch-Tuin".

Achter deze stenen muur begint de Judengasse (joodse steeg). De meeste gebouwen dateren uit de 13de en 14de eeuw, waardoor dit Duitsland best bewaarde middeleeuwse Joodse wijk is.

  • Rothenburg ob der Tauber, Ansbach.

Ansbach


Via Contis In de Heilige Gumbertuskerk aan de Johann-Sebastian-Bach-Platz is de crypte uit 1040, de Georgskapel uit de 14de eeuw en het hoogkoor van de laatromaanse Zwanenridderkapel uit de 16de eeuw.
Sint Gumbertus (ook bekend als Gombert, Gumbert, Gumpert. Gundo, Gundobald, Gundobert) was Heer van Champenois en echtgenoot van de Heilige Bertha, voor wie hij het klooster Val d'Or, bij Avenay, Reims bouwde. In 748 stichtte Gumbertus in Ansbach een aan Maria en Sint Salvator gewijd Benediktijnerklooster. Deze Benedictijnenabdij werd in de 11de eeuw omgezetin een Koorherenklooster en Ansbach beleefde gouden tijden, tot in 1528 de Markengraaf Georg der Frommen zich tot de lutherse secte bekeerd. De kloosterkerk van Sint Gumbertus kwam in Evangelisch-Lutheraanse handen en werd de grafkerk voor de adel. Het klooster werd in 1563 opgeheven. Delen ervan overleefde de reformatie.

Tegenwoordig is de Sint Gumbertus de thuishaven voor het Windsbacher Knapenkoor en hebben er allerhande modernistische liturgische handelingen plaats als het Taizé-Gebed, de Bismarkturmandachten en de "Gute-Nacht-Kirche".

  • Ansbach, Sachsen bei Ansbach, Lichtenau, Windsbach, Spalt, Friedrichsmund, Niedermauk, Röttenbach, Heideck, Selingstadt, Thalmassing, Greding.

Greding


In Schwarzachstadt Greding vertellen indrukwekkende stenen van haar bewogen verleden. Via Contis De romaanse basiliek van St. Martin is Gredings merkteken dat hoog boven het stadje uittorend. De vijf onderste verdiepingen van de toren stammen uit ca. 1080. Aan de stadszijde van de toren bevind zich een spreukband met het Latijnse opschrift "Videt omnia" (Hij Ziet Alles). De huidige basiliek werd in het midden van de 12de eeuw gebouwd en door bosschop Otto (1182 - 1196) ingewijdt. Het was er rustig en vredig tot er rond 1370 een gigantisch (5,20 x 2,45 m) fresco van Sint Christophorus werd geschilderd. Al snel ging de mare door Beieren dat de schildering "bewoog" en hadden er opmerkelijke wonderen middels deze afbeelding plaats . De kerk bevorderde de cultus rond Sint Christoffel van Gredig door een volle dag aflaat te verlenen aan elke gelovige die bij het betreden van de basiliek deze fresco zou vereren.
Er is weinig bekend over de historische Christoffel. Er gaan meerdere verhalen over deze ook nu nog onder katholieke reizigers populaire heilige. Christoffel zijn naam was Reprobus Cananeus (reus uit Kana) en zou in de tijd van de Romeinse keizer Decius (249-251) zijn diensten alleen wilde aanbieden aan het allerhoogste gezag. Eerst trad hij in dienst bij de koning, die echter bang bleek te zijn voor de keizer. Hij trad in dienst bij de keizer, maar die was bang voor de duivel. Toen bood hij zijn diensten aan aan de duivel. De duivel was echter bang voor Christus en Reprobus besloot Christus te gaan dienen. Hij deed dit, op advies van een kluizenaar, door mensen op zijn brede rug een rivier over te dragen. Op zekere dag moest hij een klein kind de rivier over tillen. Terwijl hij daarmee bezig was werd het kind echter zwaarder en zwaarder, totdat Reprobus bijna bezweek en tot zijn schouders in het water stond. Toen openbaarde het kind zich als Christus en doopte Reprobus in de rivier. Zijn doopnaam werd Christophorus, Grieks voor Christusdrager. Jezus liet Christoffels wandelstok groen uitlopen. Maar zijn staf die bladeren en vruchten droeg maakte blijkbaar weinig indruk op een plaatselijke koning, die in het kader van de christenvervolgingen Christoffel langdurig liet martelen. Voor deze martelingen waren, zo verhaalt de legende, maar liefst 400 soldaten nodig. Christoffel was immers een reus van een kerel. Nadat hij alle martelingen met vlag en wimpel had doorstaan, werd Christoffel op 25 juli van het jaar 250 onthoofd.
In latere eeuwen wordt Christoffel als de soldaat voorgesteld die het christuskind veilig naar de overkant van het water brengt. Zijn feestdag viel voor het Tweede Vaticaans Concilie op 25 juli, samen met het feest van Sint Jacob van Compostela. In de middeleeuwen trok men dan massaal naar de wonderbaarlijke fresco van Greding, dat die dag extra zijn best deed de lammen te laten lopen en de blinden te doen zien. Aansluitend op de mis trok de processie rond en opende de Jakobimarkt. Op de authentiek behouden middeleeuwse Marktplatz van Greding hadden dan de gerechtsvoltrekkingen plaats en kon de massaal toegestroomde bevolking kijken hoe misdadigers werden gestraft.

Tot op vandaag de dag viert men het vierde weekeinde van juli Volksfest op de Gredinger Marktplatz. Het zijn topdagen voor de lokale clubs als de Burschenverein Edelweiß en de Bläsermusikanten Als U het in de Martinskerk het Christoffelfresco gaat vereren, let dan ook even op de niet-katholieke Sirene die uit het water opduikt.

Links naast de Sint Martinsbasiliek is de Michaelskapel uit de vroege 12de eeuw, die in de 14de eeuw vanwege plaatsgebrek op het kerkhof als ossarium werd gebruikt. Dagelijk kunt u hier de opgeslagen gebeenten van ca. 2500 mensen bezichtigen.

Op de plek van de huidige Stadtpfarrkirche St. Jakob stond tot in de Dertigjarige Oorlog de kleinere Jakobskapel, die de Zweden in 1633 volledig afbrandde, waarna in 1725 begonnen werd met de bouw van de huidige kerk, die in 1728 door Franz Ludwig Freiherr Schenk von Castell werd ingewijd.
Hier bevind zich aan de rechter zijmuur van de kerk het uit 1510 stammende laatgotische houten genadenbeeld van Maria met Jezuskind. Niet Maria, maar aan beide relieffiguren aan de zijkant, Sint Crispus en Crispinian, werden rond het jaar 1870 diverse gebedsverhoringen toegeschreven.

Hoewel het lijkt dat in de kronkelende steegjes van de historische Gredinger Altstadt de tijd stil heeft gestaan, hebben er publiekelijk geen afstraffingen en executies meer plaats op de parkeerplaats van de Martinskerk. Op de zogeheten Wandertafel met wandelroutes die hier staat, ontbreekt de Via Comitis tussen het Naturlehrpfad en de Quellenwanderweg. Ook heeft de Verein für Kultur und Heimatpflege Greding e.V. geen informatie aan het bezoek van graaf Dirk III van Holland aan Greding.

De stad heeft naast het miraculeuze Christoffelbeeld een Spaarbankmuseum en het barokke jachtkasteel van vorst-bisschop Johann Euchar Schenk von Castell (1685 - 1697) bisschop van Eichstät. Er is tegenwoordig een antiekwinkel in gevestigd.

Greding

  • Greding, Wiesenhofen, Hirschberg, Beilngries, Oltmaring, Dietfurt an der Altmuhl, Hernau, Nittendorf, Regensburg.

Regensburg


Regensburg aan de Donau, bij de monding van de Naab en de Regen, dankt haar naam Keltische Ratisbona. Net als het Vaticaan heeft de stad twee sleutels in haar stadswapen. Van de Romeinse legerplaats "Castra Regina" staat de noordelijke toegangspoort van dit Romeinse kasteel er nog precies zo bij als toen in 739 Bonifatius hier een bisdom en de Benedictijner abdij Via Contis Sankt Emmeram oprichtte.

De Via Contis Dom van Regensburg behoort tot de belangrijkste van Duitsland en is de enige gotische kathedraal in Beieren. De kerk is gebouwd nadat hier de door Bonifatius gebouwde kerk in 1273 afbrande. Alleen de Eselsturm aan de noordzijde van de huidige kathedraal bleef bewaard. De bouw van de nieuwe kerk begon in 1273. Aan de zuidkant van de kathedraal bevindt zich een 650 jaar oude antisemitische karikatuur, de in steen uitgehakte Jodenzeug (Judensau). Het middeleeuwse Regensburg werd een stad van betekenis nadat keizer Otto de Große in 961 relieken van martelaren, apostelen en Heilige Maagden naar Regensburg brengt en verdeeld tussen de kerk en St. Emmeramabdij.

Om al deze heilige botten toe te zingen, werder de Regensburger Domspatzen opgericht, nu een van de oudste knapenkoren op aarde. De stad is trendsetter in de stormachtige ontwikkelingen van de reliekenverering aan het begin van de 10de eeuw. Nadat het houden van optochten met relieken zich als een olievlek vanuit Regensburg over heel Europa verspreidde, was het de Beierse hertog Albrecht IV die in 1487 een jaarlijkse museale tentoonstelling van de meer dan honderd relieken van de Dom invoerde. Eerbiedig aanbaden de gelovigen de allerheiligste botten en andere kerkschatten. Waaronder het beroemde Emailkästchen waarin zich niets minder dan De Heilige Geest zou bevinden, samen met wat sanctuaria minores als de kies van de Heilige Maagd.

Heel bijzondere verering koesterde jonge moeders voor het relikwarium met het armpje van een van de Onschuldige Kinderen, die volgens de bijbel op bevel van Herodus zouden zijn vermoord. Absoluut hoogtepunt van de collectie was wel het Ottokarkruis met daarin een splinter van het Ware Kruis.

Sinds 1974 worden deze allerheiligste geloofsbewijzen continue museaal opgesteld en zijn tegen betaling te vereren in de zogeheten Schatkamer van de Kathedraal.

Een reliek op zich is de stenen preekstoel in het middenschip van de kathedraal. Een jaar nadat een van de meest herdrukte boeken in de Nederlandse geschiedenis was verschenen, predikte de schrijver hier in 1556/1557 tegen de protestanten. Deze Nijmeegse burgemeesterszoon Peter Kanis was de eerste Nederlandse Jezuïet. Zijn catechismus, de Summa Doctrinae Christianae, speelde een belangrijke rol in de Contrareformatie. Kanis overleed in 1597 en werd in 1925 door de paus heilig en tot kerkleraar verklaard. Kanis dankte zijn sint-titel aan de aan hem toegeschreven en door het Vaticaan goedgekeurde genezingswonderen. Deze Nederlandse heilige is vooral bekend onder de Latijnse vorm van zijn naam Petrus Canisius.

Veel relieken gingen tijdens de 30 Jarige Oorlog ( 1618 tot 1648) verloren, waaronder het vergulde reliek van de "Amsterdamse" Sint Andreas, dat de latere paus Pius III aan Regensburg had geschonken.

Een aantal relieken bevinden zich in de vroeggotische Sint Ulrichkerk. Deze werd rond 1220 gebouwd als hofkapel voor de hertog. Hier worden nu ca. 250 relieken en andere sacrale voorwerpen en spirituele kunst getoond. Grotendeels afkomstig uit de voormalige kloosters van St. Emmeram, St. Johann en Niedermünster. Maar ook het Mirakelschilderij van de Schönen Maria im Judenkirche. Nadat in 1519 de Joden uit Regensburg waren verdreven, werd de Synagoge als Mariakapel ingericht. Met op het altaar het door Albrecht Altdorfer geschilderde genadenbeeld van de Schönen Maria. De voormalige synagoge werd, na er opmerkelijke wonderen door de Mooie Maria plaats vonden, in no-time een populair welvaartsoord. De snelle opmars werd gevolgd door een even snelle teruggang binnen 10 jaar. Met periodieke oplevingen in de 17de en 18de eeuw tijdens de tegenreformatie.

Tot het kleinse maar voor het geloof en kunst belangrijkste genadeobject in het Sint Ulrichmuseum is het reliek in de vorm van een vlinder. Eeuwenlang was dit reliek in het achterhoofd van de Christusfiguur verborgen. Dit Gotisch houten Mirakelkruis had sinds het einde van de 14de eeuw in het Schottenklooster van Regensburg gehangen. Later werd dit klooster het priesterseminarie St. Wolfgang.

Pas bij de restauratie in 1994 ontdekte men in de Christuskop de afgesloten ruimte met het in een lederen etui verpakte Kruisreliek en twee kleine reliekenzakjes. Het translucide emaille in brilliante kleuren als violet, blauw en groen dat oplicht op het vuurvergolden zilver. Het miniatuurwerk is 4 x 5 cm groot en toont in kleinste detail de kruiziging van Christus met Maria en Johannes. Omdat het als hoogtepunt in de middeleeuwse emailleerkunst wordt beschouwd, vergeet men dat al deze pracht rond 1310 werd gemaakt om een stukje hoogheilig hout van het Ware Kruis in te bewaren.

In de Sint Ulrich vind je ook de ivoren bisschopsstaf van Sint Emmeram uit de 12de eeuw en de "Wolfgangsmitra" uit het begin van de 13de eeuw en de zogeheten Albertitafeln. Van laatbarok tot aan het einde van de 19de eeuw populair propagandamateriaal om Sint Albertus en zijn sacramentscultus te bevorderen in Beieren.

Niet alleen keizers, koningen en pausen, maar ook de zwaarmoedige Keizer Karel V bezocht de Regensburg. Hij bezaadde hier de handwerkersdochter Barbara Blomberg, die hem een zoon schonk met de naam Hans. Hans zou als "Don Juan de Austria" in 1571 de zeeslag van Lepanto tegen de Osmanen winnen. Het maakte hem tot de Europese held van zijn eeuw. Het monument van de keizerlijke bastaard staat op een klein pleintje bij het raadhuis. De herberg waar hij verwekt werd, hotel "Het Gouden Kruis" aan de Haidplatz, heeft zelfs een herinneringsplaquette aan de uiteindelijk voor Europa zo belangrijk geworden buitenechtelijke liefdesnachten van zijn vader.

Goethe kwam over de 900 jaar oude Steinerne Bruecke (stenen brug) toen hij de stad bezocht. Hij schreef aan Charlotte von Stein: " Regensburg ligt zo mooi, het kon niet anders dan dat in deze omgeving een stad gebouwd moest worden".

  • Regensburg, Donaustauf (Walhalla, tussen 1830 - 1842 gebouwd voor koning Ludwig I van Beieren), Demling, Strasskirchen, Plattling (Tussen de toenmalige Reisingerbach en de Isar lag het in het Nibelungenlied bezongen Pledelingen (Plattling). De dichter van het Nibelungenliedes schrijft rond 1200 dat in dit oude Pledelingen konigin Kriemhilde door haar oom, de Passauer bisschop Pilgrim wordt ontvangen en daar ook overnacht), Deggendorf

Deggendorf


Aan de voet van de bergen van het Beierse Woud (bayerischen Waldes) ligt het vissersdorp Via Contis Deggendorf. Ooit een populair Beierse bedevaartsoord, bekend als de „Deggendorfer Gnad'“. Het is mogelijk dat graaf Dirk III en zijn mannen hier inscheepte. Het is onduidelijk welk deel (of delen) van de historische Via Comitis via de Donauschepen werden afgelegd. Al in de tijd van Dirk III lag hier een kleine haven aan de rechter Donau-oever.

Het latere Genadenoord Deggendorf wordt op 20 november 1002 genoemd in een oorkonde van koning Heinrich II. Maar het visserdorp dankt haar bekendheid vooral aan Het Wonder van Deggendorf.

Van 1361 tot 1992 trok jaarlijks de processie uit van het Deggendorfer Genadeoord, gemarkeert door een van de meest barokke kerktorens van Beieren. Relatief nieuw, want de toren werd in 1722 gebouwd.

Volgens de geruchten afkomstig van de adelijke Hartmann (ook Hartwig) von Degenberg zouden joden in september 1338 tien katholieke hosties hebben buitgemaakt op een priester. Als Hartmann verhaal komt halen in de synagoge, ontkennen ze in alle toonaarden. De joden hadden de hosties in de put geworpen. Normaal zouden ze dan snel zijn opgelost, echter niet in dit geval. Mensen sterven als ze het water uit deze put drinken. Gelukkig haalt een zojuist tot priester gewijdde knaap uit Niederalteich de hosties ongeschonden uit de put. Als dit bekend wordt, volgt een pogrom onder leiding van Hartmann von Degenbergen. Daarbij werd de komplete joodse bevolking levend verbrand. Een paar weken later verklaarde de hertog alle burgers van Deggendorf schuldvrij aan deze massamoord, vermits ze op de plek van de verwoeste synagoge een kerk zou bouwen om de wonderhostie te verheerlijken.

In 1360 had de consecratie van de kerk plaats. Slecht vijf dagen per jaar, van 30 september tot 4 oktober, konden bezoekers van de "Deggendorf Gnad" een Volle Aflaat krijgen. Deze traditie begon in 1361. Door de eeuwen heen boert de kerk goed met de tien Geredde Hosties. In 1721 bezochten 40.000 pelgrims het heiligdom tijdens de 5 Genadedagen. Vanuit heel Beieren en Oostenrijk trok men tot in 1967 naar de „Deggendorfer Gnad'“. Dat jaar werd deze belangrijke bedevaart door bisschop Rudolf Graber gedegradeerd tot een "Eucharistische bedevaart voor het bisdom". Uit andere bisdommen mochten er geen officiele pelgrimstochten meer plaats hebben naar Deggendorf. Hierme hoopte men het de antisemitische tendenzen rond deze bedevaart een halt toe te roepen.

Het zal tot 1992 duren voor de bisschop van Regensburg de pelgrimage naar Deggendorf helemaal afschaft. Naar aanleiding van het proefschrift van Manfred Eder laat de bisschop de katholieken van Deggendorf weten:
„Nu ook in het geval Deggendorf de onzin over Joodse hostieschendingen definitief bewezen is, is het uitgesloten dat de" Deggendorfer Gnad "- zelfs als een "Eucharistische bedevaart van het bisdom Regensburg '- nog langer verder kan worden gehouden."

Beierse knapenverenigingen houden de traditie van de processie levend, al marcheren ze sinds 1992 zonder Blaaskapellen en Koorknapen naar de Genade vam Deggendorf.
De sacrale vereringsvoorwerpen en andere zaken verbonden met de bedevaart hebben nu een eigen afdeling in het Deggendorfer Stadtmuseum.
Webcam Deggendorf

  • Donauschip van Deggendorf naar Passau (60km)
    De Freifließende Donau-lijn van de firma Wurm & Köck vertrekt tussen 25 april en 11 oktober dagelijks (behalve vrijdags) om 9:45 uur van de Anlegestelle Deggendorf aan de Egingerstr. Het schip is om 10:15 uur in Niederalteich, 11:30 uur in Vilshofen, 11:45 bij Windorf (met haar eilandenlandschap) en aankomst in Passau om 13:15 uur nabij Rathausplatz aan de Donau. De boot vaart dan nog 16km verder naar Obernzell/Kasten in Oostenrijk.
    De scheepvaartmaatschappij werd in 1893 door Ludwig Wurm uit Wischelburg bij Deggendorf opgericht. Een van zijn transportschepen was zo gebouwd dat er houten banken in konden worden gezet voor het vervoer van pelgrims naar het genadenoord Sankt Maria Himmelfahrt bij de stad Bogen. Hier kwam in 1104 het Mirakuleuze Genadebeeld van Maria aanzwemmen, dat werd geplaatst in een kapel op de 432 meter hoge Bogenberg, dat geld als de oudste Mariawelvaartskerk van Beieren.
    De Holzkirchener Kerzenwallfahrt
    Op vrijdag voor Pinksteren vertrekt al meer dan 500 jaar vanuit Holzkirchen een twee dagen durende Fußwallfahrt naar Bogen. Dan brengen ze een 13 meter lange kaars naar het Heiligdom op de Bogenberg. Dit indachtig een deal (gelofte) voor het Mirakelbeeld in Bogen gedaan. Als het beeld de Schorskever die de wouden rond Holzkirchen bedreigde zou doen verdwijnen, zouden de dorpelingen jaarlijks een gigantische kaars komen offeren. Omdat kort daarop de torren verdwenen, slepen tot op de huidige dag de sterkste kerels van Holzkirchen een gigantische rode kaars de berg op na een 75 km lange tocht. Bekijk de video's.
  • Deggendorf, Oosterhofen, Pleinting, Vilshofen, Passau (grens Oostenrijk).

Passau


De Altstadt legt op een smal schiereiland waar de Inn en Donau samenkomen. De St. Stephansdom staat op een kleine heuve en aan de oever voeren strapsteegjes stijl naar beneden. In het zuiden ligt de genadekerk Mariahilf.

In Passau onstond de "Ausbunds", het oudste en tot op heden door de Amis gebruikte gezangenboek van het protestantisme. Onstaat tussen 1535 en 1540 in de kerkers van de Passauer Burcht. De makers waren gevangengenomen Dopers, waarvan een aantal al tijden hun gevangenschap zou sterven. De meesten werden aansluitend op hun gevangenschap omgebracht. De derste druk van de bundel droeg de titel: Etliche schöne christliche Gesäng wie sie in der Gefengkniß zu Passau im Schloß von den Schweizer Brüdern durch Gottesgnad gedicht und gesungen warden. Ps. 139.

In de Romeinse Keizertijd (15 v. Chr. tot 450 na Chr.) bouwden de Romeinen kastelen in de eerste eeuw aan de Donaugrens: Regensburg, Straubing, Künzing en Passau. De Bundesstraße 8 volgt tissen Regensburg en Passau met kleine afwijkingen deze voormalige Römerstraße.
In de oude binnenstad komen drie rivieren bijeen: de Donau, de Inn en de Ilz, waardoor de stad ook wel Dreiflüssestadt wordt genoemd. Hoewel de Inn de breedste van de drie rivieren is, wordt het vervolg van deze drie stromen toch Donau genoemd, omdat de Donau de langste van de drie is.
De stad heeft het Keltische oppidum Boiodurum en de Romeinse castra Boiotro als oorsprong. De Bataafse huursoldaten die in het Romeinse kamp gelegerd waren gaven de stad haar naam (uit Batavis werd Passau).

Het klooster Niedernburg, werd in 1161 door Friedrich I Barbarossa aan de bischop geschonken en werd het zetel van de Vorstbisschop.

In de oude binnenstad staan de burchten Oberhaus (13de eeuw) en Niederhaus (14de eeuw), een Raadhuis uit de 14de eeuw, de 15de eeuwse Sint Stephans Kathedraal met het grootste kerkorgel ter wereld. Verder vind je hier Klooster Niedernburg, een Observatorium uit de 17de eeuw, twee voormalige paleizen: het oude paleis (1680) en het nieuwe paleis (1712-1730).

Tussen 1935–1945 was Passau een belangrijke standplaats van de Wehrmacht. In de stad lagen vooral eenheden van de Infanterie.
Sinds 1942 bevond zich in Passau een "Außenlager" van het concentratiekamp Dachau (dat 20 kilometer ten noorden van München lag). In november 1942 opende hier ook Passau I, een buitenkamp voor concentratiekamp Mauthausen, dat in 1944 ook het filiaal Passau II en in maart 1945 Passau III opende.

  • Passau, Innstadt (grens Oostenrijk)

OOSTENRIJK


Legenda int. historic trialsTussen Klooster Lambach bij Wels en Wenen loopt de Oostenrijkse Jacobsweg synchroon met de Via Contis Via Comitis van Graaf Dirk III van Holland. Vanaf Linz tot Wenen loopt de Via Comitis ook synchroon met de Österreichische Sultanmarsch, gemarkeerd door de letters SM. De met gele schelpen gemarkeerde Camino Austria loopt van Wolfsthal via Feldkirch naar het Zwitserse Maria Einsiedeln.

  • Passau, Innstadt (grens Oostenrijk), Engelhartszell, Schlogen, Grub, Steinwand, Hartkirchen, Aschach (Donauoversteek), Freudenstein, Ottensheim, Puchenau, smal voetpad naar Linz...

sultanstrial


Linz


... Donderdag 4 juni 2009: Bel met Sedat, die me vraagt te kijken of er een vereniging is voor de kleine 10.000 Turken in Linz. De zoekmachine overdonderd me met sites vol burgerinitiatieven tegen wat de Groene Pest wordt genoemd. Op de eerste dag van het jaar 2008 brachten de inwoners van Linz op het terrein waar een moskee werd gebouwd een eeuwenoude traditie opnieuw tot leven. Op Sint Sylvesterdag werd een "ganz besondere Wünsche an die dortige islamische Gemeinschaft gerichtet. Zahlreiche Schweinsköpfe wurden vor Ort auf Holzpfählen installiert."

Alsof een paar varkenskoppen de bouw van "eine weitere Großmoschee in Österreich" zouden kunnen tegenhouden. Volgens mij gaat het hier gewoon om een fotomontage. Het bericht is exclusief afkomstig van de website van de Nationalen Volkspartei.

Voor Sedat lijkt het me beter dat hij voorlopig zijn Hollandse vlag uithangt. Als mensen uit Linz vragen wat hij komt doen?

Zeg maar dat je naar Wenen loopt, en onderweg even langs het kerkhof van het stadje Leonding ten zuiden van Linz wil bezoeken.

Wie ligt daar dan?

Daar liggen er twee. De ouders van de bekendste Oostenrijker uit de geschiedenis.

Zijn die heilig?

Niet officieel voor de katholieke kerk. De familie heette tot 1876 Schicklgruber. Vader Alois stierf in 1903 en moeder Klara Pölzl in 1907. Hoewel zijn moeder in Linz stierf, werd ze bij haar man in Leonding begraven...

Linz werd wereldnieuws toen Michael Jackson op 16 september 1988 de Linzer Grottenbahn op de 537 m hoge Pöstlingberg wilde kopen.

Volgens geruchten ging de deal niet door nadat (volgens nimmer bevestigde geruchten) de österreichische Sultanmarschers de heer Jackson zouden hebben bedreigd. Voor hen is de Pöstlingberg een nationaal heiligdom sinds hier in de vroege middeleeuwen een Weerkruis op de top staat. Voor Linz en de wijde omtrek de plek waar discreet op katholieke wijze boete kon worden gedaan. Er is vanuit de stad enkel uitzicht op de lager gelegen hellingen mogelijk. De tocht naar de beboste top werd een gekende penitentie-opdracht voor de mannen in de Linzener biechtstoel. Vrouwen bleef zo een zware boetegang bespaard.

De top wordt een nationaal Oostenrijks genadenoord als de Linzer houtbewerker Ignaz Jobst in 1716 een Pietà aan het kruis bevestigd. Al snel gebeuren er hier zogeheten boete-genaden plaats en lijkt heel mannelijk Oostenrijk deze berg op te willen. Al in 1720 wordt er een houten bedevaartskeet gebouwd, die in de Goede Week van dat jaar klaar komt, en al gelijk veel te klein blijkt te zijn.

Voor vrouwen achte de kerkelijke instanties deze bedevaart nog steeds minder geschikt. De dames zelf dachten daar anders over. In 1742 werd begonnen met de huidige Pöstlingbergkirche, merkteken van Linz en een van de meest bekende bedevaartoorden in Opper-Oostenrijk. Een jaar voor de inwijding is er al een herberg om de pelgrims van hun natje en droogje te voorzien. In 1898 bracht de opening van de Pöstlingbergbahn een nieuwe stuwkracht in de spirituele ontwikkeling van de berg. Later ontstonden hier de sprookjesgrotten, waarin de heiligen zijn vervangen door andere wezens. Die bijna met Michael Jackson waren afgereist...

Linz is ook de plaats van de grootste kerk van Oostenrijk. Aan de neogotische Mariä-Empfängnis-Dom is van 1862 tot 1924 gebouwd. Er is plaats voor 20.000 gelovigen. Toestemming om de oorspronkelijk geplande kerktoren te bouwen werd niet verleend. In de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie mocht geen toren hoger zijn als de zuidtoren van de Weense Stephansdom. Dus werd de toren in Linz twee meter lager. Totdat het gigantische kruis op de top werd geplaats. Dat de Linzer Dom de hoogste kerk van Oostenrijk maakte.

De stad werd gesticht door de Romeinen, die het Lentia noemden. Het Kasteel Lentia werd tussen 166 en 180 gedurende de Markomannenoorlogen gesticht. In 799 werd de stad onder haar Duitse naam als „Linze“ voor het eerst in een oorkonde genoemd, samen met de Martinskerk. De huidige kerk stamt uit de 10de eeuw.

Linz was binnen het Heilige Roomse Rijk een lokale regeringsstad en een belangrijke handelspost. Als Wenen door Matthias Corvinus veroverd wordt, vlucht de Habsburgse keizer Frederik III naar het uit de achtste eeuw stammende Linzer Slot. Het wordt zijn nieuwe residentie. Linz is het korte tijd de belangrijkste stad van zijn imperium.

De wiskundige Johannes Kepler werkte tussen 1612 en 1626 in Linz. Hij ontdekte er begin 1618 zijn door de kerk eeuwenlang bestreden derde wet van planeetbewegingen.

Linz is ook de stad waar Hitler zich na zijn pensionering wilde terugtrekken. Hitler bracht hier zijn jeugd door en bezocht er het Fadingergymnasium. Op het balkon van het stadhuis van Linz proclameerde Hitler het Grootduitse Rijk en de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland.

Hitler had dan ook grote plannen voor de stad zodra zijn oorlog voorbij zou zijn. Alle laagwaardige horeca zou in Linz worden ausradiert. Het centrum van de stad moest een groot Hoogwaardig Cultureel Kunstcentrum worden, vergelijkbaar met Quartier Latin in Parijs of Covent Gardens in Londen. Van Hitlers uitgebreide plannen met Linz werd alleen de Nibelungenbrug over de Donau gerealiseerd.

Niet alleen Hitler, maar ook Adolf Eichmann, de architect van de jodenvernietiging, groeide op in Linz.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Linz belangrijk voor de productie van chemische producten en staal voor de nazioorlogsmachine.

Dicht bij Linz stond kamp Mauthausen-Gusen, het laatste naziconcentratiekamp waar ook Wiesenthal, die later Eichmann zou opsporen, gevangen zat.

Simon Wiesenthalhad na de oorlog zijn eerste kantoor in Linz, vanwaar hij uitkeek op het huis waar Hitler opgroeide. Dit kantoor was slechts enkele huizen bij het ouderlijk huis van Eichmann vandaan. Waar vader Eichmann ook na de oorlog verder leefde.

  • Linz, (4 juni 09): Abwinden, Mauthausen (Niederösterreich), Grein (Oberösterreich, noord van de Donau. Waarschijnlijk scheepte Graaf Dirk III hier in tot het klooster van Melk.

Melk


Het benedictijner klooster Via Contis Melk speelt zowel in het Nibelungenlied als in de bestseller "De naam van de roos" van Umberto Eco een belangrijke rol. Het enorme gebouw van de wereldberoemde abdij van Melk is van veraf zichtbaar. Het grootste barokklooster van Oostenrijk neemt pelgrims op, maar alleen na een telefonische aanmelding bij de de Gästepater.

In de kloosterkerk bevat het linker zijaltaar de sarkofaag met het gebeente van Sint Koloman († 1012). Koloman was vanuit Ierland als pelgrim onderweg naar Palestina, toen hij in het Oostenrijkse Stockerau werd aangehouden, omdat men hem hield voor een Hongaarse spion. Koloman wordt aan de meest brute martelingen blootgesteld. Hij stierf opgehangen aan een boomtak en doorboord met een spies. Aan de Hornerstraat van Stockerau, op de plek waar Koloman begraven lag, begon het te wonderen en hadden onverklaarbare genezingen plaats. En begon de bevolking hem als een heilige te vereren. Er werd een kapel gebouwd, maar op 13 oktober 1014 werden zijn relieken door landgraaf Heinrich II van Oostenrijk opgegraven en naar het klooster Melk overgebracht. Wat niet verhinderd dat Koloman gewoon blijft doorwonderen.

Koloman werd patroonheilige van Oostenrijk en de beschermheilige van de tot de strop veroordeelden. Sinds 1451 wordt jaarlijks op 13 oktober in Melk de Kolomanikirtag gevierd.

Naast de machtige botten van Koloman zonder kaak heeft het klooster ook het Melker Kreuz (ze laten uit veiligheidsgronden slechts een kopie zien in het museum) met een splinter van het Ware Kruis. In de abdij verbleef keizer Franz Jozef I regelmatig als hij op doorreis was.

  • Melk, Sankt Pölten.

Sankt Pölten


Sankt Pölten is, wat stadsrechten betreft, de oudste stad van Oostenrijk. In de binnenstad van Sankt Pölten stond van de 2e tot de 4e eeuw de Romeinse stad Aelium Cetium. Al in 771 wordt hier een Benediktijnerklooster aan de heilige Pölten ingewijd. In de middeleeuwen kwamen hier elke dinsdag pelgrims naar de Rosenkranzkapel van de Dom om het reliek van de enige heilige tegenpaus in de geschiedenis van de katholieke kerk te vereren.

Op Sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren) trekt na afloop van de Hoogmis in de Dom dit reliek mee in de Fronleichnam-processie door Sankt Pölten. De Pöltners moeten het sinds 2004 zonder bisschop Kurt Krenn doen. Die bij de altaren aan de stadsmuren opgesteld de bevolking er altijd aan herinnerde dat het deze muren waren die de stad in 1529 en 1683 tegen de Turken beschermde. Deze bisschop was dan ook een gekend tegenstander van het Europees lidmaatschap van Turkije. Voor bisschop Krenn hier een extra zegen uitdeelde, waarschuwde hij tegen de islamitisering van Europa. Bisschop Krenn moest aftreden nadat er meer dan 40.000 fotos en onbekend aantal films met hard-core porno, dierenseks en kinderporno op de computers van zijn seminarie werden aangetroffen. De bisschop probeerde het eerst af te doen als 'kinderspel' en plaatste zichzelf onder de bescherming van Sint Pölten.

Sint Pölten kwam niet uit Oostenrijk. Hij werd omstreeks 170 als Hippolytus in Syrië geboren, in 192 priester en later bisschop van de Arabische hoofdstad Bostra gewijd.

Pölten gold als een streng bestraffer van losbandigheid en verzette zich openlijk tegen de opvattingen van de pausen van zijn tijd.

Zo klaagt Hippolytus dat Calixtus I geen openbare boetedoening meer eist voor de zonden begaan buiten de kerk. Hippolytus vond een doodzonde voldoende reden voor de afzetting een bisschop. Maar het allerergste vond Hippolytus wel dat de paus het goedvond dat adellijke dames trouwden met hun slaven, iets wat door de Romeinse wet verboden was.

Hippolytus beschouwde paus Calixtus als een ketter.

Als Paus Calixtus I in 217 als straf voor zijn "seksuele zonden" op boetetocht is, maakt de in Rome verblijvende Pölten van diens afwezigheid gebruik om stemming te maken tegen de paus. Hij mag dan wel boete doen, Pölten verkondigd dat het seksule gedrag van de boetvaardige paus onaanvaardbaar is, want ontucht is een doodzonde, waarvoor geen vergeving mogelijk was. Pölten laat zich door zijn volgelingen uitroepen tot tegenpaus. Dit was het begin van het zogenaamde schisma van Pölten. De beschuldigingen vliegen over en weer, Callistus beschuldigd Pölten van Ditheism, het ontkennen van de Drieeenheid. Pölten beschuldigd de paus weer de uitvinder van een aangepast soort Sabellianism te zijn. Wat de paus bij hoog en laag ontkent.

Met de verkiezing van paus Pontianus eindigde het schisma van Hippolytus. Rond het jaar 235 werden zowel ex-tegenpaus Pölten samen met de nieuwe paus Pontianus door de Romeinse keizer Maximinus Thrax naar Sardinië verbannen. Al in 236 werden hun dode lichamen door paus Fabianus naar Rome overgebracht. Pölten (Hippolytus) is

Een andere lezing is, dat Pölten legeroverste was onder keizer Vespasianus. Toen die merkte dat Pölten christen was, liet hij diens lichaam door paarden uiteenscheuren in het Collosseum.

In de Domkerk, een barockiseerde romaanse basilika bevind zich de romaanse Rosenkranzkapelle waarin eeuwenlang het reliek met een stukje gebeente (waarschijnlijk het stuitje) van de heilige Hippolytus werd vereerd. St. Hippolytus wordt via Polyt verbasterd tot Pölten. De kapel in de Dom was een van de twee stedelijke heiligdommen. Het ander bevond zich in de kapel van Slot Ochsenburg aan de rechter oever van de Traisen. In de middeleeuwen brachten de Heren van Ochsenburger een belangrijk reliek mee, dat van 1383 tot 1530 samen met het kasteel zelf in bezit kwam van de Koorheren van St. Pölten.
Hoewel het reliek, de stok van de soldaat die Jezus aan het kruis laafde in de 16de eeuw verdween, werd de Nikolauskapel in de 18de eeuw geheel herbouwd. Het kasteel dient sinds de renovering als zomerresidentie voor de bisschop.


  • Sankt Pölten, Böheimkirchen, Lanzendorf, Kirchstetten, Wolfersdorf, Umsee, Matzeldorf, Neulengbach, Maria-Anzbach, Hutten, Eichgraben, Rekawinkel, Pressbaum, Tullnerbach, Bartberg, Purkersdorf, Wien (ma 8 juni 09).

Wenen


Klik op foto voor grotere afbeeldingVia Contis Na zeven dagen wandelen nadert de Sultanmarsch vanuit Linz haar eindpunt.
Wenen is de is beroemd vanwege haar koffie- en cafécultuur. De eerste Weense coffeeshop opende in 1683 'nachdem im Kampf gegen die Türken 500 Sack Kaffee erbeutet worden waren'. Dankzij de Turken maakte Wenen kennis met de koffie.

De woorden "koffie" en "café" zijn afgeleid van het Arabische woord "qahwa" ('dat geeft kracht'). Omstreeks 900 wordt koffie voor het eerst vermeld in een Arabische medische encyclopedie. In de 15de eeuw veroverde de drank Perzie en het Osmaanse Rijk. In 1511 opende de eerste koffiehuizen in Mekka. In 1554 werd, na heftige oppositie van de klerus en staat, de eerste coffeeshop in Istanbul geopend. Tot de elfjarige Murad IV in 1623 sultan wordt en bevel geeft de koffiehuizen te sluiten de de koffiedrinkers zwaar te vervolgen. Net als hij alcohol en tabak verbood op straffe van executie. Murat IV liep 's avonds in burgerkledij door de straten van Istanbul om de uitvoering van zijn bevelen te controleren. Als hij iemand zag die tabak of alcohol gebruikte, doodde hij deze ter plekke.
In 1631 bestormden de Janitsaren het paleis en doodden de Grootvizier. Murat IV laat 500 militaire leiders wurgen en 20.000 rebellen in Anatolië executeren. In 1635 laat Murat IV zijn broer Bayezid in doden, gevolgd door de executie van nog twee broers een paar jaar later.

Murat IV stierf in 1640 op 27-jarige leeftijd aan levercirrose. Op zijn sterfbed droeg hij nog de executie van zijn krankzinnige broer Ibrahim I op, wat het einde van de Osmaanse dynastie zou hebben betekend, maar het bevel werd niet uitgevoerd. Ibrahim I werd vrijgelaten uit de kafes, de speciale afgesloten plek in het paleis waar mogelijke troonopvolgers opgesloten werden om te voorkomen dat deze een opstand zouden plegen.
Ibrahim gedoogde en decriminaliseert het koffiedrinken, als zou het tot 1754 duren voor het drinken van koffie niet langer kon worden bestraft in het Osmaanse Rijk.

Regeren liet Ibrahim I aan zijn moeder Kösem over, zodat hij zich geheel aan zijn hobbie kon wijden: vrouwen met obesitas. De dikste vrouwen van het Rijk vullen de Keizerlijke haren. Tot deze dames de sultan weer vervelen. Dan geeft Ibrahim opdracht bijna alle 280 leden van zijn harem als hoeren te veroordelen en in verzwaarde zakken in de Gouden Hoorn te gooien. Dit was de druppel; hij werd afgezet en samen met zijn moeder, zijn minnaar en grootvizier Hezarpare Ahmet Pasha vermoord in een coup geleid door de Groot moefti.

Hoewel menig geleerde en kerkvorst protesteerde tegen deze 'Turkendrank', drong het gebruik van koffie langzaam in Europa door nadat in 1683 die 500 zakken koffiebonen op sultan Mehmed IV was buitgemaakt.

Koffiebonen worden in Oostenrijk anders gebrand dan in Nederland of België, de zogenaamde Wiener röstung. Zeg maar de Osmaanse manier, zoals ze koffie ook in Griekenland of Hongarije branden. De stad kent een kleine zevenhonderd coffeeshops (Kaffeehäuser). Verwacht echter geen cannabis, zoals in Holland. De Weense coffeeshops serveren een keur aan koffiesoorten, meestal met warme melk en een glaasje leidingwater. Sommige coffeeshops zijn vermaard vanwege hun vaste klanten die regelmatig een uurtje bleven zitten op één kop koffie. Café Landtmann was ooit het stamcafé van Sigmund Freud.

Of je nu een Kaffee verkehrt of een Milchkaffee besteld, je krijgt dezelfde koffie verkeerd. Anders is dat met koffiesoorten die naar religieuze kloosterorden zijn vernoemd. Een Franziskaner is een melange met slagroom i.p.v. melkschuim. een Kapuziner is mokka met een beetje slagroom, soms ook wat chocolade. En dan zijn er de poeha-koffiesoorten die rechtstreeks uit de paleiskeuken bij coffeeshop Central in de Herrengasse op de kaart kwamen te staan. Central lijkt dan ook eerder op een paleis dan op een koffieshop. Ooit de ontmoetingsplaats van beroemdheden die hier een Maria Theresia (dubbele mokka met sinaasappellikeur) of een Kaisermelange (gemaakt met eigeel en cognac) bestelde. Denk echter niet dat Maria Theresia de naar haar venoemde koffiecreatie dronk, gezien haar uispraak dat mannen moeten zijn als koffie, heet en sterk. Het liefst dronk de keizerin Türkische.

Wir tragen nur rot-weiss-rot Fahnen

Wenen: Sint Stephansdom

Hierin richtte Graaf Salm, de Verdediger van Wenen op 8 september 1529 zijn hoofdkwartier in en verbleef zijn verdedigingsleger van Duitse Landsknechten, Piekaardiers en Spaanse musketiers. Salm liet zijn mannen de toen drie eeuwen oude muren rond de Stephansdom verstevigen.
In de de Graben, een straat die loopt naar de dom, staat midden op het rondpunt de Pesttoren, opgericht nadat in de 16e eeuw de pest in Wenen uitbrak en 16.000 slachtoffers eiste. Omdat er zoveel mensen in korte tijd stierven, konden zij niet allemaal begraven worden. Daarom werden de lijken in de catacomben onder de Stephansdom ingemetseld. Tegenwoordig kan men door een uitgekapt gat in de muur en smaakvol verlicht de bergen schedels en botten zien liggen.

Wenen: Votivkirche
Rooseveltplatz 8

In de Votivkerk staat het Praalgrag van Niklas Graf Salm. Hij stierf op 4 mei 1530, zeven maanden nadat een vallende steen twee tenen had verbrijzeld tijdens de laatste aanval van Süleyman in 1529. Nadat de Turken waren vertrokken, keerde Ferdinand I weer terug naar Wenen en gaf Loy Hering de opdracht een schitterende graftombe te bouwen voor de Grote Held van Wenen.
votivkircheDe Renaissance sarcofaag van Graaf Zalm werd eind 19de eeuw naar de doopkapel van de Votivkirche overgeplaatst. Deze kerk werd gebouwd als dank voor de redding van keizer Franz Josef bij een moordaanslag in 1853. Een Hongaarse nationalist bespong de keizer van achteren en probeerde Frans Josef met een mes te kelen. Een poging die mislukte omdat de nek van de keizer hij door de hoge kraag van zijn imposante uniform werd beschermd. Het broertje van de keizer, Maximiliaan, liet toen als dank deze uit witte zandsteen opgetrokken tempel bouwen, mede als passend onderkomen voor de Belgische 'Redder van Wenen' Graaf Salm.

  • Na Wenen gaat de Camino Austria van het Sankt Jakobs Bruderschaft uit Sulz im Wienerwald verder naar Wolfsthal bij Bratislava.

Simmering: Schloss Neugebäude


Het paleis (of wat er nog van het) kan worden gevonden in het zuiden van Sultanstrial Simmering, niet ver van het Zentralfriedhof aan de rand van Wenen. Het werd gebouwd door de zoon van de man die al voor de aankomst van de Sultan in 1529 uit Wenen vluchte op de plek waar Süleyman zijn tent stond.
Dit grote zomerpaleis Sultanstrial Schloss Neugebäude was ooit het grootste Renaissancepaleis van Oostenrijk, tot keizerin Maria Theresa het bijna compleet sloopte omdat ze de stenen nodig had voor haar eigen monument Gloriette en een 'Romeinse Ruine' in haar achtertuin.

Wat er rest zijn een toren en een van alle siersteen gestript paleis. In 'Der Grotte', de kelders, schilderde de Weense kunstenares Gina laFemme een paar Keizersportretten in de nissen, waaronder dat van de bouwer van dit paleis.

Omdat op deze plek Sultan Süleyman zijn tent had staan, is Schloss Neugebäude dan ook de officiele statrplaats van de Sultantrial naar Istanbul.

  • Wenen (14 juli 2009 om 10 uur: officieel vertr. uit Simmering bij Wenen, begin Sultanstrail). Purbach am Neusiedler See, Donnerskirchen (Grens Hongarije), Sopron.

Purbach - Türkenkeller


In Sultanstrial Purbach am Neusiedler See heeft de historische Stadsmuur een Türkentoren, die tussen 1630-1634 werd gebouwd. Het is een dubbele toren met rondel. Aan de poort zijn nog steeds balkgaten voor de ophaalbrug en zonnewijzersteen te zien.

En de historisches Kelderwijk van Purback heeft een Türkenkeller met de naam Der Purbacher Türke.

In het jaar 1532, toen Sultan Süleyman Wenen voor de tweede keer belegerde, kwam een groep ruiters richting Purbach. De bewoners verborgen al hun bezittingen en vluchtte naar het nabijgelegen Leitha Bergen, waar ze zich verborgen hielden. De Osmanen doorzochten het verlaten dorpje, en een van de soldaten, Murat Aschkerl (waarschijnlijk een verbastering van asker, soldaat in het Turks) genaamd, beland in een wijnkelder. Onbekend met wijn liet hij zich de drank goed smaken. Als hij vervolgens het huis verder wil doorzoeken, gaat hij even op een zak zitten, en valt in slaap.

Hij sliep lang en werd wakker van een luid gesprek. Murat schrok. Dat was niet zijn moedertaal. Waar waren zijn kameraden?

Die waren toen hij sliep vertrokken. Nu de bewoners waren teruggekeerd verborg Murat zich snel achter de stapels zakken toen de deur werd geopend en twee kerels binnenkwamen. Die even later weer vertrokken omdat ze niets verdachts zagen.

Toen het donker werd, sloop de soldaat naar de keuken, waar de maan binnen scheen via de schoorsteen. Hij hoopte via de schoorsteen te kunnen ontsnappen. Met veel moeite wist hij zich omhoog te hijsen. Blij dat hij eindelijk kon ademhalen stak hij zijn hoofd uit de schoorsteen en wordt ontdekt.
Het steegje staat al snel vol boeren die naar hem schreeuwen en met hun vuisten bedreigen. Murat wordt uitgerookt. Met behulp van een ladder komt hij naar beneden en wordt naar de gevangenis gebracht.

De Raad van Purbach kwam bijeen om te bespreken wat ze moesten doen met gevangen soldaten. Het oordeel was dat Murat niets zou gebeuren, als hij zich zou laten dopen en knecht zou zijn van de eigenaar van het huis waarin hij werd gevangen.
Murat was allang blij dat hij het er levend van af had gebracht. In de Kerk van Sint Nikolaus (gebouwd in 1418) staat de doopfont waar Murat werd gedoopt. Hij leerde Duits en werd goede maatjes met zijn "eigenaar". Hij bleef in het huis aan de Schulgasse 9 wonen tot aan zijn dood. Ter herinnering aan de trouwe Murat liet de eigenaar van het huis zijn hoofd in steen beitelen en op dezelfde schoorsteen zetten waar hij werd gevangen. En waar Murat nog steeds te zien is.

Hiermee is het verhaal van de Purbacher Turk nog niet ten einde. De legende verhaald dat Murat in het geheim een zoon had verwekt bij de vrouw van boer Grein. Boer Grein had al enkele jaren tevergeefs geprobeerd een nakomeling bij zijn jonge vrouw te verwekken. Tevergeefs. Discreet vroeg ze Murat om hulp, en die hielp de vrouw. Boer Grein wist niet dat hij de vader niet was en doopte het kind Andreas.

Ruim een eeuw later duikt er opnieuw een Andreas Grein op in de geschiedenis van Purbach. Rond 1640 wordt een jonge boerenzoon met die naam door de Osmaanse commando's gevangen genomen.

Ook zijn geschiedenis leefde voort in de dorpsverhalen rond het Neusiedler Meer, tot deze orale overlevering op een gegeven moment werd opgetekend door Herr Doctor Josef Wein. In deze versie probeerde de 12-jarige Andreas zich tevergeefs te verstoppen voor hij met een ketting achter een paard mee naar Istanbul wordt gevoerd, 'wo er fürchterliche Strapazen zu erdulden hatte'. Herr Doctor Josef Wein gaat verder niet in op deze Strapazen, maar gezien alle moeite om hem helemaal mee te voeren naar Istanbul, duid er op dat Andreas een "prachtexemplaar" voor de slavenmarkt moet zijn geweest.

Bijzonder en opmerkelijk detail in dit verhaal is wel dat Andreas door zijn nieuwe eigenaar 's nachts werd opgesloten 'in einen Schweinestall'. Dit wijst er op dat de Oostenrijker niet aan een moslim, maar aan een Grieks-Orthodoxe meester was verkocht. Dat waren de enige die varkens hielden in Istanbul.
Daar moest de jonge boerenzoon uit Purbach van vroeg in de ochtend tot diep in de nacht de 'schwerste Sklavenarbeit verrichten. In de dorpsverhalen wist men de kleinste details: Zo werd Andreas zeven jaar lang ingespannen voor een ploeg. Als voedsel kreeg hij 'Kukuruz, Hirse und Nüssen.'
Als hij volgens zijn meester niet hard genoeg had geploegd, wachtte hem 'eine gute Tracht Prügel'.

Maar na zeven jaar weet de inmiddels 19-jarige Andreas Grein te ontkomen. Dankzij de hulp van een eveneens door dezelfde bruut gevangen gehouden Oostenrijks meisje. Het lukt haar de sleutel te ontfutselen en Andreas uit de varkensstal te bevrijden. Maar ze voelt er niets voor om samen met de stoere boerenzoon te vluchten, 'da sie sich an die Entbehrungen der Gefangenschaft gewöhnt hatte', wist Herr Doctor Josef Wein.

Grein loopt achterstevoren van zijn Schweinestall weg, zodat zijn voetsporen de verkeerde richting wijzen. Overdags houdt hij zich schuil in de velden en bossen en reist alleen als het donker is. Na tal van 'gefährlichen Abenteuern und kräfteraubenden Irrwegen' berijkt Andreas in oktober 1647 de Neusiedler See.

Hij ruste wat op zijn eigen grond, zo'n 1000 voetstappen buiten het dorp. En gaat dan naar zijn huis aan de Schulgasse 15, waar zijn familie de verwilderde Grein eerst niet herkend, Umso größer war dann jedoch der Jubel und die Freude über den tapferen Heimkehrer.

In een andere versie van dit verhaal is Andreas opmerkelijk ouder, want het is zijn vrouw die open doet als hij na zeven jaar gevangenschap huis keert. Zijn vrouw, Catharina, is zojuist hertrouwd is met de beste vriend van Andreas. Ze herkende haar man aan zijn stem en vraagt hem vergeving omdat ze hertrouwd is. Dat huwelijk wordt ontbonden.

In elk geval wordt Andreas Grein een cult-held. Op de plek waar hij door de Turkse commando's gevangen was genomen, laat hij een zogeheten Dreifaltigkeitssäule oprichten met daarop het jaartal van zijn terugkeer: 1647.

Andres was niet alleen een held, hij was ook een bijzonder slimme knaap. Die een Votiefschilderij van zijn avonturen liet maken voor de plaatselijke kerk. Daarop is te zien hoe Grein 'auf brutale Weise von seinen Peinigern' naar Istanbul werd gesleept. Om de geboeide Andreas te troosten en te beschermen zweven boven hem onder meer de als Vredesduif vermomde 'Heilige Geest', een Heilige Maagd, God de Vader, Jezus en Sint Nicolaas.

Het schilderij is voorzien van de volgende getuigenis: "Ik Andreas Grein ben in 1647 door de Tartaren gevangen genomen, en gered werd door de voorbede van de H. Drievuldigheid en Moeder Gods en ook door de voorbede van Sint Nicolaas."

Ter herinnering aan zijn listige achteruitlopen tijdens die romantisch-avontuurlijke vlucht plaatste hij in de muur van zijn woning aan de Schulgasse een stenen kreeft. Zo wisten de mensen waar ze moesten zijn om de avonturen van Andreas zelf te horen.

www.purbach.at

  • Van Purbach naar Donnerskirchen 5,4 km

Donnerskirchen


Op het kerkhof van Sultanstrial Donnerskirchen liggen de Tartarengraven. Hier bouwde de bevolking rond 1630 een muur om het dorp tegen de Turken.

Toen alarm werd geslagen dat de Turken in aantocht waren, grepen de kerels van het dorp naar hun dorsvlegels, rieken en mesthaken, terwijl de vrouwen zich verschanste in de grote kerk van het dorp, die eveneens door een schutsmuur ongeven was.

Bij het invallen van de duisternis klommen de Turken over de muur en komt het tot een gevecht met de dorpsbewoners. Een paar Turken worden gedood, de rest vlucht.

De volgende dag besluit men de doden Turken buiten de dorpsgrens te begraven. Die nacht komt er een verschrikkelijk onweer over Donnerskirchen. De volgende ochtend vind men de begraven soldaten weer boven de grond. "Mutter Erde duldet solche bösen Menschen nicht."

Vervolgens besloot men met de Türken het meer op te varen om ze in het water te werpen. Die nacht steekt er een heftige storm op die de lichamen op de oever van Donnerskirchen blaast. Uiteindelijk begroef men de doden op aanraden van de dorpspastoor in de gewijde aarde van het kerkhof. Waar ze dan eindelijk hun laatste rustplaats vonden.


  • Donnerskirchen, Sieggraben.

In 1921 werd het Hongaarse Sieggraben Oostenrijks. Het dorp werd in 1302 al Sykrems genoemd en zou tot 1921 Szikra heten...


DETOUR: Mannersdorf an der Rabnitz


Via Contis Mannersdorf an der Rabnitz heeft zo'n 2000 inwoners. Het plaatsje was eeuwenlang bekend vanwege haar mirakuleuze Gnadenstuhl in het voormalig cisterciënzer klooster Marienberg.

De kloosterorde der cisterciënzers werd opgericht door Robert van Molesme, die de benedictijnenkloosters niet streng genoeg vond om God passend van dienst te zijn. Als in 1115 de jonge Bourgondische edelman, Bernardus van Fontaines tot abt werd gekozen, gaat de stengheid een standje hoger. Er was blijkbaar een enorme behoefte aan een leven vol ontbering en boetedoening, want de toeloop was enorm. Aan het eind van het leven van Sint Bernardus telde de orde al meer dan 300 kloosters, meestal gevestigd in onherbergzame streken. Het kloostercomplex van Mannersdorf werd in 1197 gesticht door Dominik Bors, de Banus (gouverneur) van Slavonië.

De zogeheten Gnadenstuhl van Mannerdorf werd alleen op kerkelijke hoogtijdagen getoont aan zondaar die bereid waren vrijwillig boete te doen.

Zijn abdij werd in 1532 tijdens de Turkse invallen beschadigd, maar de Gnadenstuhl overleefde deze aanslag. Als het klooster in 1680 door monniken uit Lilienfeld weer herbouwd, kunnen de boetelingen weer genieten van de zaligheid veroorzakende afbeelding. Op de Gnadenstuhl is de Heilige Geest vermomd als een duif afgebeeld, terwijl de Godvader op een hemelse troon zit, met in een hand het Kruis waaraan een dode Christus hangt. Het klooster domineert de vruchtbare vallei met haar aardbeienvelden en appel-en perzikbomen. Het jaarlijkse hoogtepunt in Kloster Marienberg is het Kastanjefeest, dat op 26 oktober, de Oostenrijkse Nationale Feestdag wordt gevierd.

  • Donnerskirchen (Grens Hongarije),
  • Zo 14 juli 2009 om 10 uur: officieel vertr. uit Simmering bij Wenen, begin Sultanstrail. Donnerskirchen (Grens Hongarije), Sopron.

Hongarije


In Hongarije heb je ook Türben zoals Gül Baba in Budapest, die is gerenoveert.

Ridder op Sufipad

  • Sopron, Nagycenk, Sopronkovest, Sarvar, Kald, Keléd (18 juni 09), Ohid, Kisgorbo, Vindorniyazolos, Karmacs, Kertvaros, Keszthely (Balatonkasteel, hoerenkasten), Marcali, Kiskorpad, Kadarküt, Patosfa, Szigetvár...

Szigetvár


Het burchtstadje Sultanstrial Szigetvár (eiland-burcht) ligt in zuid-Hongarije in westelijke richting van Pécs. In vertaling betekent Szigetvár: Eiland-burcht. Stad en burcht lagen destijds op eilanden in het moerasgebied en waren daardoor niet gemakkelijk te veroveren. Precies 33 dagen lang hield de commandant de burcht, Miklós Zrinyi, zich met 2.500 verdedigers staande tegen een Turkse overmacht van 80.000 man onder leiding van sultan Süleyman. Ondanks verlokkende aanbiedingen - zo zou bij overgave het Kroatisch-Hongaarse Zrinyi voor altijd heersen over de Turkse satellietstaten Kroatië en Slovenië - gaf Zrinyi het niet op. Toen de strijd ten slotte een gevecht van man tegen man, wonnen de Turken en overleefden slechts enkele verdedigers van de burcht de slag.

De kleinzoon van de gesneuvelde Miklós Zrinyi schreef het drama 'De val van Sziget'. De burcht, die door de Turken werd opgebouwd, werd na 1960 gerestaureerd. Op het Zrinyi tér staat het monument van de commandant en de voormalige moskee, oorspronkelijk met twee minaretten, die tegen het eind van de 18e eeuw in een barokke rooms-katholieke kerk werd veranderd.

  • Szigetvár, Pécs.

Pécs


Pécs is met 158.942 inwoners (2001) de op vier na grootste stad van Hongarije. De stad ligt in het zuidwesten van het land, in de beschutting van het Mecsekgebergte, even ver van de Donau als van de Drau. Het is de hoofdstad van het comitaat Baranya. Als zuidelijkste grote stad van Hongarije wordt de stad gekenmerkt door een mediterraan aandoende atmosfeer. Van 1543 tot 1686 maakten de Turken in Pécs de dienst uit. Zij lieten de stad onder meer een prominente moskee na. De stad herbergt de opvallendste Turkse bouwwerken van Hongarije, die in het land verder niet bijzonder talrijk zijn.

Belangrijkste en best bewaarde moskee is de Hassan Jakovali Djami aan de Rákóczi út 2. tel: 72/313-853. Tussen 1 april - 30 september van 10-18 uur geopend, behalve op woensdag.

De moskee werd aan het einde van de 16de eeuw gebouwd als onderdeel van een religieus complex van Pasha Hassan Jakovali. De moskee werd een katholieke kapel in 1714 en werd in 1975 in ere hersteld als gebedshuis. In de stad bevind zich ook de grote moskee van Kasim Pasha en de Idrisz Baba Türbe aan de Nyar Utca.

  • Pécs, Mohács.

Mohács


Sultanstrial Mohács ligt aan de Donau op 45 km afstand oostelijk van Pécs en 11 km van de grens met Kroatië, waar de herinnering aan de Turken voortleeft. Hier speelde zich voor Hongarije wel het grootste drama uit die tijd af. In 1526, toen de Turken naar het noordwesten oprukten, deden de Hongaren een poging deze hier terugslaan. Dit lukte echter niet. Ze werden volledig verslagen. De complete Hongaarse adel ging hier op 29 augustus 1526 ten onder, inclusief koning Lajos II van Hongarije. Zijn weduwe nam daarna het regentschap in Hongarije waar tot aan de kroning van de nieuwe koning, haar broer Ferdinand. Ze zou nooit meer hertrouwen. Deze Maria van Hongarije, werd in 1530 door haar broer Karel V aangesteld als landvoogdes der Nederlanden. Vijfentwintig jaar later legde ze tegelijk met het aftreden van Karel V haar bestuursfunctie over de Nederlanden neer.
Op 15 september 1556 nam ze samen met broer Karel en zus Eleonora in Vlissingen de boot naar Spanje, waar ze twee jaar later zou sterven.

In een museum te Mohács zijn herinneringen aan de veldslag en aan de historie van de stad te zien. Als het voorjaar is geworden, zo rond Pasen, viert men hier het Busó-feest. Er is een legende, waarin verhaald wordt dat de bevolking van Mohács zich wist te redden uit de handen van de Turken, door in een schuilplaats op een eilandje in de Donau angstaanjagende maskers te snijden. Door deze maskers voor hun gezicht te plaatsen, zouden de Turkse vijanden zo geschrokken zijn, dat ze op de vlucht sloegen. Thans geldt dit feest meer als een traditioneel voorjaarsfeest. De optocht der maskers, de rondedans om het vuur "en het springen over de vlammen", kunnen als onderdeel van een groots dansspel beschouwd worden dat ieder jaar weer duizenden toeschouwers trekt naar Mohács.

  • Mohács, Udvar (grens Kroatie).

DETOUR: Kroatië


  • Udvar (grens Kroatie), Beli Manastir, Kozarac, Darda, Via Contis Osijek

Kroatië - Osijek


Via Contis Sultanstrial Osijek in de regio Slavonië het noordoosten van Kroatië ligt aan de rivier de Drava en is de vierde stad van het land. De plaats werd door Kelten bewoond en de Romeinen stichtten er hun nederzetting Mursia, dat in 351 de hoofdplaats van een vroegchristelijk bisdom werd. Later verschenen er achtereenvolgens Slaven en Hongaren in het gebied. In 1526 namen de Ottomaanse Turken Osijek in. De Turkse sultan liet er een indrukwekkende 8 kilometer lange houten brug over de Drava en de aangrenzende moerassen bouwen. 'considered to be one of the wonders of the world.' De Osmanen bouwden hier verschillende belangrijke gebouwen en moskeeen.

Keizerlijke Oostenrijkse troepen onder Eugenius van Savoye verdreven de Turken in 1687. Osijek lag er compleet verlaten bij tot het Zijne Majesteit in 1712 behaagde er een nieuw militair complex te bouwen en de plaats tot hoofdstad van het comitaat Verőce te verheffen. In 1721 was de barokke Tvrdja aan het Drievuldigheidsplein (Trg Sv. Trojstva) klaar. Kort daarop sloeg het noodlot toe, gezien de pestzuil uit 1729.

De Bovenstad (Gornji Grad) ten westen van de citadel werd vanaf 1692 gebouwd en mocht alleen door katholieken bewoond worden. In 1698 volgde de Benedenstad (Donji Grad), waar ook andersgelovigen gedoogd werden.

Het comitaat Verőce moestt na de val van de Dubbelmonarchie in 1920 worden afgestaan aan het latere Joegoslavië.
De stad was tot 1945 het culturele centrum van de van oorsprong Duitse Donauschwaben, die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog het land moesten verlaten.
Aan het begin van de jaren negentig van de 20e eeuw lag Osijek als Kroatische grensstad maandenlang onder Servisch vuur, maar de nieuwe republiek Kroatië slaagde erin de stad te behouden en de schade aan de binnenstad te beperken. De stad heeft zo'n honderduizend inwoners.


Kosovo


Sultanstrial Kosovo heeft ruim 2 miljoen inwoners, die voor zo'n 92% uit etnische Albanezen bestaat. Kosovo is volgens Servië een autonome provincie van Servië, ook al heeft dat land er in praktijk geen gezag. Kosovo is de facto een onafhankelijke staat, die op 17 februari 2008 eenzijdig zijn onafhankelijkheid uitriep. De hoofdstad is Pristina.

De Slag bij Kosovo Polje eindigde in het ineenstorten van de middeleeuwse Servische staat. De Servische prins Lazarus Hrebeljanovic voerde de troepen aan die door Sultan Murat I werden verslagen.

Ook Sultan Murad I Hüdavendigâr vond de dood tijdens de Slag op het Merelveld (Slag bij Kosovo Polje).

Sufipath Zijn hart werd begraven in een hoek van het slagveld op een plaats die bekend staat als de Meshed-i Hudavendigar.

Na de dood van Murat nam zijn opvolger Bayezid I het bevel over. Omdat beide partijen zware verliezen hadden geleden zag Sultan Bayezid af van een verdere opmars, bood de Serviërs een vergaande autonomie aan en trouwde met de dochter van de Servische tsaar. De weduwe van de Servische tsaar mocht als regentes van haar zoon Stefan Lazarević blijven regeren. Wel moesten de Serviërs troepen leveren om sultan Bayezid te helpen tijdens de rampzalig verlopen veldslag tegen Timoer Lenk bij Ankara. Na deze veldslag vluchtten de zonen van sultan Bayezid naar Servië.

In tegenstelling tot de mythe en de heiligverklaring van de Servische prins Lazarus kwam aan de zelfstandigheid van Servië pas een einde door een invasie door de Hongaarse koning. De verdeelde Serviërs riepen de hulp in van de Turken. Pas na de val van Constantinopel werd Servië volledig bij het Osmaanse rijk ingelijf, al konden de Serviërs tot 1521 een zekere mate van zelfbestuur in stand houden.

De veldslag werkt door in Balkanconflicten van deze tijd, met name rond Kosovo. De mythevorming rond deze slag speelde hier een grote rol: de dappere Serven onder leiding van een wijze koning en met dappere helden zoals Miloš Obilič in hun gelederen hebben deze slag weliswaar verloren, maar toch zien zij de veldslag als een overwinning. In de Servische visie hebben ze op het Merelveld de Turkse opmars naar West-Europa tot staan gebracht.

Servië werd op 5 maart 1882 tot Koninkrijk uitgeroepen.

Op 28 juni 1889 werd ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van de Slag om Kosovo de order van de Heilige Prins Lazarus ingevoerd door koning Aleksandar I Obrenovic. De Order wordt alleen gedragen door de Koning van Servie en zijn kroonprins als deze meerderjarig is. Op 5 februari 1998 kreeg de huidige troonpretendent prins Petar de versierselen.

De moord op aartshertog Franz Ferdinand door de Servische nationalist Gavrilo Princip op de verjaardag van de Slag bij Kosovo in 1914 vormde de directe aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog.

In 1930 werden de koninkrijkjes van de Serven, Kroaten en Slovenen het Koninkrijk Jugoslavia.

Ook tijdens de meer recente oorlogshandelingen werden tal van gebedshuizen beschadigd of vernietigd. Maar in al die eeuwen van vijandelijkheden tussen moslims en de orthodox-christelijke Serven, heeft het monument met het hart van Murat I op het Merelveld de eeuwen ongeschonden overleefd. Al werden, nadat de Serven de plaats hadden herdoopt in Obilić, alle Servische naamplaten overschilderd of vervangen door Kosovaanse exemplaren en wordt
Peć nu Peja genoemd.

Het hart van de Sultan bleef in Kosovo, de rest van zijn lichaam werd naar Bursa gebracht om te worden begraven.

  • (Grens Servie).

Servië

Servië is een van de weinige landen waarvan Google Maps geen wegen aangeeft. Servië viel onder direct Osmaans bestuur van 1459 tot 1804. In 1815 ontstond het Vorstendom Servië, een semi-onafhankelijk vorstendom onder Osmaanse supervisie, geleid door Miloš Obrenović. In 1903 wist het huis Karađorđević de macht te verwerven.

Aleksandar Karađorđević, zoon van de laatste koning, die nooit abdiceerde, werd geboren 17 juli 1945. Als 'kroonprins van Joegoslavië' meent hij recht te hebben op de Servische troon van de op 5 juni 2006 onafhankelijk verklaarde Servische staat. Zijn zoon Peter Karađorđević (1980) zal hem opvolgen als kroonprins voor de vacante troon in Belgrado.
Website Servische Koninklijke Familie

Joegoslavië viel in de jaren negentig langzaam en gewelddadig uit elkaar. Servië en Montenegro vormde tussen 1992 en 2006 een federatie, vanaf 2003 Servië en Montenegro geheten. Op 3 juni 2006 riep Montenegro zijn onafhankelijkheid uit. De Servische onafhankelijkheidsverklaring volgde twee dagen na die van Montenegro op 5 juni 2006. Op 17 februari 2008 scheidde ook Kosovo zich af van Servië en riep zichzelf uit tot onafhankelijke staat.

  • (Grens Servië), Sombor, Novi Sad.

Novi Sad


Novi Sad ligt aan de linkeroever van de Donau, ontstond in 1694 na de bouw van het fort Petrovaradin, waar Oostenrijk en Venetië de Turken in 1716 een nederlaag toebrachten. De plaats lag strategisch, tegenover het fort Petrovaradin, een belangrijk bruggenhoofd aan de overzijde van de rivier. Novi Sad werd pas in de 18e eeuw een stad en ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot een Servisch "Athene". De stad behoorde in die periode tot Hongarije, terwijl Servië verder Turks was. De voornaamste bezienswaardigheid van Novi Sad is het fort en de Kerk van de Besneeuwde Heilige Moeder in Tekije

Nadat Belgrado opnieuw Turks was geworden in 1739 trokken veel Duitse katholieken, Armeniers, Joden en Grieken vandaar naar Novi Sad. De katholieken bouwden toen hun Besneeuwde Mariakerk en droegen deze op aan de Oostenrijkse overwinning op de Turken bij Novi Sad in 1716.

Voor de etnische schoonmaak en genocides waren er grote Griekse en joodse bevolkinsgroepen. De laatste bouwde in 1909 een grote synagoge. Na 1945 waren er nog maar enkele joden in de stad. Hun synagoge wordt tegenwoordig voor cultureel-artistieke manifestaties misbruikt en kan ook als concertzaal worden gehuurd.

In 1920 werd de stad bij het Verdrag van Trianon met de rest van de Vojvodina toegewezen aan Joegoslavië.
Novi Sad kreeg in 1960 een universiteit en ontwikkelde zich in 1999 tot een belangrijk doelwit voor de NAVO-bombardementen op het Joegoslavië van Slobodan Milošević. Alle bruggen werden platgebombardeerd. Tot 2005 lag er een pontonbrug over de Donau (ter vervanging van een tweetal verkeersbruggen) waardoor het scheepvaartverkeer vanuit het noorden geblokkeerd was. De spoorwegbrug werd snel herbouwd, evenals één verkeersbrug. Nadat in 2005 ook de tweede verkeersbrug klaar kwam en de pontonbrug verdween is er weer scheepvaartverkeer op de Donau mogelijk.
Aan de overzijde van de Donau ligt het heuvelland van de Fruška Gora met zijn talrijke orthodoxe kloosters.

Tegenwoordig heeft de stad een kwart miljoen inwoners. Volgens de telling van 1991 vormen de Serven met 65,3 % nu de meerderheid. Nu vormen de Hongaren met 7,6 de grootste minderheid. Verder: Kroaten 3,3; Yugoslaven 12,4; Slovaken 3,1; Montenegrijnen 2,3; Grieks Orthodoxen 0,9 en overigen samen 5,1 percent.

  • Novi Sad, Belgrado (28 juni).

Belgrado


Belgrado, letterlijk "Witte Stad" is de hoofdstad van de Servische Republiek, werd door de NATO gebombardeerd.

Kalemegdan

In stadsdeel Via Contis Stari Grad ligt de Kalemegdan (verbastering van het Turkse Kale Meydan, Fortplein). Pas in 1521, 132 jaar na de Slag van Kosovo, werd de Belgrado Vesting door de Osmanen veroverd, en bleef, afgezien van korte periodes van Servische en Oostenrijkse bezetting, tot 1867 in Turkse handen.
Het park rondom het kasteel is de groene oase van de stad. Het is met de talrijke kronkelende wandelpaden en schaduwrijke bankjes het meest populaire park onder Belgraders.
Bij de Sahat Kula (klokkentoren) en Zindan kapija (Kerker poort) heb je een schitterend uitzich over de Donau.

Binnen de muren bevind zich het hexagonaal grafmonument van Sultanstrial Silahdar Damat Ali Pasa (1667-1716), de Osmaans veroveraar van Moreia. Damad Ali Pasha was Grootvizierten tijde van Sultan Ahmed III en leidde het Turkse leger in de strijd tegen Oostenrijk in Petrovaradin. Hier raakte hij gewond en stierf op 5 augustus 1716. Zijn lichaam werd meegenomen en begraven in de Belgrado Vesting. De huidige turbe werd opgericht in 1783. Later werden ook de commandanten Pasha Selim (1847) en Hasan Pasha (1850) er in bijgezet.
De Kalemegdan is ook bekend vanwege zijn kilometers lange tunnels, ondergrondse gangen en catacomben, die nog grotendeels onontgonnen zijn.

De officiele geschiedschrijvers en huidige machthebbers worden liever niet aan deze Turkse periode herinnerd. Hun held is de de eerste orthodoxe aartsbisschop van Servië en de stichter van de Servisch-orthodoxe Kerk, Sint Sava.

Sint Sava

Deze Sava Nemanjic was de jongste zoon van grootžupan Stefan Nemanja van Servië. Hij werd op 15-jarige leeftijd župan van Hum (Herzegovina), maar verdween een jaar later in een Russisch klooster op de Athosberg in Griekenland. Vervolgens werd hij monnik in het Griekse Vatoped-klooster. Zijn vader voegde zich bij hem in 1197 onder de kloosternaam Simeon. In 1208 keerde zijn zoon naar Servië terug om een einde te maken aan de burgeroorlog tussen zijn broers Vukan en Stefan. In 1219 haalde hij de patriarch van Byzantium over hem aan te stellen als eerste aartsbisschop van Servië, wat hij bleef tot 1233. Daarvoor schreef hij de Kormchaya kniga ("Boek van de roerganger"), de Slavische versie van de Byzantijnse Nomokanon, de collectie van kerkelijke canons en civiele wetten (Grieks: nomoi), die Sava verplicht stelde voor alle Slavisch-Orthodoxe kerken in zijn gebied.

Op 12 januari 1236, tijdens zijn tweede pelgrimstocht naar Jeruzalem, sterft Sava aan een longontsteking in Veliko Tarnovo, waar hij ook begraven werd. Later werden zijn restanten overgebracht naar het klooster Mileseva in Zuid-Servië. Ze zouden 360 jaar later worden opgegraven en openbaar worden verbrand in het Karadorde-park, op de plek waar in 1985 werd begonnen aan de bouw van de grootste Oost Orthodoxe kerk op aarde. De ruwe bouw van de op de Ayasofya van Istanbul geinsprireerde Heilige Sava-kathedraal van Belgrado was voltooid in 2004.

Karadorde

Voor de kerk van Sava staat een standbeeld van Karadorde (Zwarte George, 3 nov 1768 - 13 juli 1817). Met zijn gigantisch zwaard leidde hij de Eerste Servische opstand tegen de Turken, en werd postuum verheven tot stichter van het Koninklijk Huis van Karadordevic. Tussen 1842 en 1858 hadden ze de macht 12 jaar in handen, al zou het tot 1903 duren voor zijn nakomelingen de kroon echt mochten opzetten. In tegenstelling tot andere Balkanstaten als Griekenland, Bulgarije en Romanie importeerde de Serven geen leden van Europese vorstenhuizen voor hun troon.

Karadorde kreeg vanwege zijn donkere huidskleur en korte lontje de bijnaam "Zwarte George". Hij leide op 2 februari 1804 een opstand in Orašac. Aan het eind van dat jaar veroverd hij Belgrado en sluit een bondgenootschap met Rusland. In 1812 tekent Rusland echter een vredesverdrag met Turkije. Servië werd in 1813 opnieuw door de Turken bezet. In tegenstelling tot Karađorđe, die naar Oostenrijk en later naar Moldavië vluchtte, gaf Miloš zich aanvankelijk over aan de Ottomanen. In 1815 organiseerde hij echter de Tweede Servische Opstand. Hij bleek een uitstekend staatsman en wist door militaire tactiek en diplomatie de ene overwinning na de andere te behalen. Ten gevolge hiervan erkende sultan Mahmut II hem in december 1815 als vorst van Servië met beperkte soevereiniteit. De Obrenović-dynastie verwierf het recht tot belastingheffing van de Turkse sultan in ruil voor een vaste jaarlijkse afdracht. Karadjordje vlucht naar Bessarabië, waar hij zich aansluit bij de geheime Griekse Heteria. De Grieken bezorgen hem een vals paspoort helpen, waarmee hij Servië binnen dringt in de hoop Miloš Obrenović af te slachten. Op 24 juli 1817 wordt Zwarte George betrapt en onthoofd. Obrenović zond diens afgehakte hoofd naar Constantinopel.

Tegen 1830 was Miloš Obrenović in zijn semi-onafhankelijk vorstendom onder Osmaanse supervisie zo rijk geworden, dat hij bij de sultan in ruil voor leningen nieuwe rechten kon kopen. De hierop volgende periode stond in het teken van felle strijd tussen de families Obrenović en Karađorđević. In wreedheid doen ze niet voor elkaar onder.
Pas in 1903 weet de familie Karađorđević definitief op geweldadige wijze de macht te verwerven. Middels een alom gevreesde ondergrondse beweging berucht als de Zwarte Hand weten ze diep in het leger van koning Alexander Obrenović door te dringen. De Servische kolonel van de militaire inlichtingendienst, Dragutin Dimitrijević, drong op 11 juni 1903 met een groep officieren van het garnizoen van Belgrado het koninklijk paleis binnen en schoot Koning Alexander, Koningin Draga, haar twee broers en de minister van Oorlog dood. De naakte lichamen werden via een raam in de tuin geworpen en door de Nušićevastraat gesleept. Met Alexander stierf de dynastie Obrenović uit.
Het Osmaanse Rijk streeft al snel een normalisatie van de betrekkingen na. Het komt tot felle protesten in Griekenland als de nieuwe Servische koning Peter I in 1909 een staatsbezoek brengt aan Sultan Abdulhamid II en samen met hem een rijtoer door Istanbul maakt.

In 1919 roept Zijne Majesteit het Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen uit, vanaf 1929 Koninkrijk Joegoslavië geheten. Joegoslavië werd in 1945 een federale republiek.

  • Belgrado, Grocka, Brestovik, Udovice, Smederevo.

Smederevo


Smederevo ligt op 46 kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad Belgrado aan een rivierhaven langs de Donau. Het woord Smederevka betekent vrouw uit Smederevo. Het woord staat ook voor de druivensoort waarvan de wijn wordt vervaardigd. De Smederevkawijn is een zeer populaire wijn in Servië.

Smederevo heeft een van de grootste forten van Europa. Dit middeleeuwse fort werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers misbruikt als arsenaal voor hun munitie. Op 5 juni 1941 had hier een katastrofische explosie plaats, die duizenden mensen in de stad doodde en het tussen 1428 en 1430 n. Chr. door Đurađ Branković gebouwde fort zwaar beschadigd.

Het fort werd gebouwd als een militaire vesting in de vorm van onregelmatige driehoek. Elke kant heeft een lengte van meer dan 500m en ruimte binnen de muren is meer dan 10 hectare.

De bouw van Smederevo had plaats in de tijd dat de eerste kanonnen werden gebruikt. Dat is de reden waarom de bouw van de vesting begon volgens de opvatting van de verdediging met zwaard, boog, goedendag en andere koude wapens. Maar tijdens de bouw kwam de invoering van kanonnen en werden de muren en torens grootschaliger en sterker om de grotere vernietigende kracht van kanonkogels te weerstaan. De kleinste breedte van de muren aan de Donau-zijde is 1,90 m. Echter, aan de meer bedreigde landzijde is de dikte van de muren en torens minimaal 4,00 m.

Toen het fort klaar was maakte Brankovic Smederevo zijn residentie. Van 1430 tot 1439 was het de hoofdstad van Servië.

Smederevo werd in 1439, na een belegering van twee maanden, ingenomen door de Osmanen. Het dichtbij gelegen Belgrado viel pas 80 jaren later.

In 1444 werd Smederevo, overeenkomstig de voorwaarden van de Vrede van Szeged tussen Hongarije en de Osmanen de stad teruggegeven aan Đurađ Branković, die is gelieerd aan Johannes Hunyadi. Op 22 augustus 1444 nam de Servische prins vreedzaam bezit van de stad. Toen Hunyadi het vredesverdrag brak, bleef Đurađ Branković neutraal. Servië werd het strijdtoneel tussen het Koninkrijk Hongarije en de Osmanen, en de boze Branković nam Hunyadi gevangen na zijn nederlaag bij de Tweede Slag om Kosovo in 1448. Hunyadi werd voor een korte tijd opgesloten in de vesting van Smederevo.

Branković laat hem vrij in ruil voor het gebied van Tokaj in Hongarije. Daar plantte de Servische heerser daar druiven uit Smederevo. Waaruit de beroemde witte Tokaji wijn zou voortkwam.
In 1454 belegerde Sultan Mehmed II Smederevo. De stad werd bevrijd door Hunyadi. In 1459, na de dood van Branković, werd Hunyadi opnieuw gevangen genomen door de Turken. De stad werd een Turkse grens-fort, en speelde een belangrijke rol in de Osmaanse-Hongaarse Oorlogen tot 1526.
In het najaar van 1476 probeert een gezamenlijk leger van de Hongaren en Serviërs om de vesting op de Osmanen te veroveren. Zij bouwden drie houten tegenvestingen, maar na maanden van beleg komt Sultan Mehmed II zelf aanrijden en vluchten ze weg.
Voor een lange periode, werd de stad de hoofdstad van de Sanjak van Smederevo. De Turken bouwde aan de Donau-zijde een buitenmuur en drie torens voor de kanonnen op de hoeken. Aan de voorzijde van de belangrijkste poort naar de stad was er een andere toren met een kanon, dat werd verwoest in 1880.

De grote hoofdtoren is verdeeld in drie verdiepingen, met op elke verdieping nissen waarin kanonnen konden worden geplaatst. Alle torens hadden een dak en schoorsteen en diende als accommodatie voor de soldaten. Op de toren in de buurt van de Jezava is een marmeren plaat met Turks inscriptie die werd geplaatst toen en buitenste fort werd gebouwd.

Uit de Turkse tijd stamt het badhuis (hamam) en in het centrum van de grote binnenstad bevinden zich de overblijfselen van een moskee. In een kleine binnenstad zijn er ook resten van gebouwen uit de Turkse tijd. Buiten de vesting op de plaats van de middeleeuwse stad, ontwikkelde zich na 1815 het moderne deel van de stad Smederevo.

Tijdens de Eerste Servische Opstand in 1806, werd de stad weer een paar jaar de tijdelijke hoofdstad van Servië, evenals de zetel van de Sovjet Praviteljstvujušči, een regering geleid door Dositej Obradović. De eerste christelijke school werd opgericht in 1806. Daarna werd de stad weer ingenomen door de Turken tot het jaar 1867. Tot die tijd was een klein garnizoen van de Turkse soldaten en Turks dorpje van honderd huizen in het fort. Op 12 april 1867 had voor de ingang van de toren op de belangrijkste poort naar de stad de overdracht van de sleutels van de Turken aan de Servische soldaten plaats. Op dat moment was Smederevo de best bewaarde middeleeuwse burcht in het land. Enkele jaren na het vertrek van de Turken werden de eerste foto's gemaakt die laten zien dat de vesting bijna volledig was behouden. De eerste veranderingen begonnen na het jaar 1880, toen langs het fort een spoor-en treinstation werd gebouwd.

In de Eerste Wereldoorlog werd de stad door de artillerie van de Donauzijde aangevallen. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad omgetoverd tot een opslagplaats van munitie, die op 5 juni 1941 explodeerde. Door die explosie werden grote delen van de vestingmuren in de buurt van de hoofdingang verwoest, en in 1944 werd Smederevo gebombardeerd vanuit de lucht. Een bom viel naast de toren aan de stadsmuur en dat is de reden waarom deze toren licht overheld.

In 2003 had de stad 62.900 inwoners, en in Smederevo gaat er een brug over deze rivier. De bezienswaardigheden in Smederevo zijn naast het 15e-eeuws fort de Sint Joriskerk en de vestingwerken bij de Donau

  • Smederevo, Radinac, Velika Plana.

Velika Plana


Aan de rand van de stad Velika Plana zijn drie belangrijke monumenten: het 15e eeuwse Koporin nonnenklooster, waar Despoot Stefan Lazarevic, zoon van Prins Lazar van de Slag van Kosovo is begraven. Het Pokajnica klooster werd aan het begin van de 19e eeuw gebouwd als een teken van berouw door de moordenaar van Karađorđe, een van de leiders van de Eerste Servische Opstand en stichter van de Karađorđević dynastie. Op op 4 km afstand bevind zich een kleine kerk, gebouwd door koning Alexander Karađorđević van Joegoslavië op de exacte plaats van zijn voorvader werd onthoofd.

  • Velika Plana, Jagodina, Paraćin, Aleksinac.

Aleksinac


Aleksinac wordt voor het eerst vermeld in 1516 als dorp in de Turkse Krusevac sanjak. Aangezien de Romeinse Via Militaris door Aleksinac loopt, weten we dat de kruisvaarders van de eerste vier kruistochten hier langs kwamen om Constantinopel te bereiken.
Tijdens het bewind van de Nemanjić dynastie viel dit grondgebied onder directe controle van de Byzantijnse staat. Na de dood van Uros V werd dit gebied opgenomen in het grondgebied van Servië Moravische onder de Prins Lazar en zijn opvolgers.

Na de vermelding in de "Kruševački Tefter", de lijst van de steden en inwoners gemaakt door de Turken bleef Aleksinak een dorp tot het zich aan het einde van de 16de eeuw tot een stad ontwikkelde. In het midden van de 17de eeuw is Aleksinac een stad met meer dan 100 winkels. Vanwege haar strategische ligging op de weg naar Constantinopel werd het een belangrijke reis-en caravan station. In 1616 bouwde de Turken hier een fort om de reizigers te beschermen tegen struikrovers en andere wettelozen. De ontwikkeling van Aleksinac kwam tot stilstand tijdens de zogenaamde Grote Turkse Oorlog (1683-1699). Aleksinac werd veroverd door Oostenrijkse leger onder Ludwig van Baden, later weer heroverd door de soldaten van Jegen-Osman Pasha.

Aleksinac werd door Grootvizier Hallil Pasha gestraft tijdens de tweede Oostenrijks-Turkse oorlog (1716-1718) nadat hij werd verslagen onder de muren van Belgrado. Na de derde Oostenrijks-Turkse Oorlog (1737-1739) ontwikkeld Aleksinac zich tot belangrijk handels-en handwerkcentrum met caravans uit het hele Ottomaanse Rijk en Centraal-Europa. Tijdens de vierde Oostenrijks-Turkse Oorlog (1787-1791) werd Aleksinac geplunderd door een bende onder leiding van Osman Pazvan.

Aleksinac wordt tijdens Eerste Servische Opstand in januari 1806 de plaats waar Vuča Žikić zijn beruchte Deligrad loopgraven aan de noordzijde van de stad groef. Na de mislukking van de Eerste Servische Opstand blijft Aleksinac Turks tot en met december 1832, waarna ze deel uit maakt van prins Miloš's Servië.
Aleksinac was ook de site van de grote veldslagen in Eerste Serbo-Turkse oorlog in 1876. Aleksinac werd ernstig beschadigd tijdens de NAVO-bombardementen op Joegoslavië in 1999 en had in 2002 een bevolking van 17.171 personen.

  • Aleksinac, Niš.

Niš


Niš is een van de oudste steden van de Balkan. Gelegen op de kruising van wegen naar Istanbul, Belgrado, Sofia en Griekenland ligt het op een economisch en militair strategische plaats. In het Romeinse Rijk heette de stad Naissus (stad van de nimfen).
Na 395 behoorde de stad tot het Byzantijnse Rijk. In de daaropvolgende eeuwen was Niš afwisselend in Byzantijns, Bulgaars en Servische handen om in 1385 voor het eerst door de Osmaanse Turken te worden veroverd. Stefan Lazarević heroverde de stad voor de Serven, maar in 1459 werd ze opnieuw Turks, ditmaal om het tot 1878 te blijven. De Turken bouwden er tussen 1719 en 1723 een belangrijke vesting (Tvrdjava), die tot een van de mooiste van de Balkan behoord en nog steeds bestaat. Helaas is het complex van vier gebouwen (1720-1723) langs de zuidelijke wallen van het fort en de Turkse Arsenal (1857) in de buurt van de Stambol Gate in 1972 omgebouwd tot een galerie voor kunstzinnige en/of artistiekerige uitingen. In de gewelfde kamers van de bewakers is een souvenirwinkel gehuisvest. De moeite waard te bezichtigen is de Bali Bey's Moskee (begin 16e eeuw) in het centrale deel van het fort en het oude Turkse badhuis (15e eeuw) in de buurt van de Stambol Poort bij de ingang van de burcht. Er zijn resten van een Romeins gebouw met mozaïeken (2e-4e eeuw) aan de noordelijke zijde van het fort.

Tot de bezienswaardigeheden van de stad behoord ook de Schedeltoren aan de Zoran Djindjic Boulevard. Op 31 mei 1809 leden de Serven op de Čegar heuvel een paar kilometer ten noordoosten van Nis de grootste nederlaag in de Eerste Servische Opstand tegen het Osmaanse Rijk (1804-1813). De Servische commandant Stevan Sinđelić besloot, die om overgaven aan de Turken te voorkomen, dat hij en de rest van zijn mannen massaal zelfmoord zouden plegen.
De Turkse bevelhebber van Niš, Hursid Pasha, gaf opdracht de hoofden van deze dode Serviërs te scalperen en deze met katoen te vullen. Zo werden de koppen naar Istanbul gestuurd als bewijs voor Sultan Mahmud II. De onthuidde schedels liet hij langs de weg naar Sofya in een toren metselen als een waarschuwing aan iedereen die zich tegen het Osmaanse Rijk keerde. In totaal werden 952 schedels in de toren opgenomen, met de schedel van Sinđelić op de top.

In 1878 kwam Niš met de Vrede van San Stefano in Servische handen. In 1892 werde er in heel Servië geld opgehaald en een kapel gebouwd links van de toren. Vandaag zitten er slechts 58 schedels van de kleine duizend in deze toren, met inbegrip van die van Sinđelić.
Aan de voorzijde van de kapel staat het monument voor Sinđelić, en een klein reliëf beeltenis van de strijd, zowel uit 1937. Het monument ter herdenking van de slag in de vorm van een bewaker toren werd gebouwd in 1927 op Čegar Hill door Julian Djupon. Het onderste deel is gemaakt van steen uit de Niš fort.

Op 7 mei 1999 werd de stad door de NAVO gebombardeerd.

  • Niš, Kabania, Bela Palanka, Ponor, Pirot (zondag 5 juli).

Pirot


Tegenwoordig telt de stad zo'n 40.000 inwoners, en bestaat volgens de volkstelling van 2002 voor 92,79% uit Serven. De grootste tweede groep wordt gevormd door de Roma met 3,83%. Van begin tot eind juli is het kersenpluktijd en wordt de stad overspoeld door honderden jongeren die hier tot wel 800 dinar zakgeld per dag kunnen verdienen met het plukken van de kersen.

De stad Pirot is gebouwd op de site van Romeinse Torenforten uit de 3e eeuw. De eerste schriftelijke vermelding was op een Romeinse kaart uit de 4de eeuw. Een toren, de Tabula Peuntigeniana, gebouwd op de zuidelijke helling van de Sarlah Heuvel om de belangrijkste weg in dit deel van het rijk te controleren. Reizigers konden hier slapen, verfrissingen en verse paarden aanschaffen.

In de loop van de 4e eeuw groeide de toren uit tot een Byzantijnse vestingstadje, Quimedava geheten. Het heeft nogal te leiden van de aanhoudende invasies van de Gotische stammen in de volle 4de eeuw en de Hunnen in de 5de eeuw. Vanaf de late 8ste eeuw maakte het stadje deel uit van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Aan het begin van de 11de eeuw werd Quimedava opnieuw door de Byzantijnen veroverd, tot de stad in 1182-1183 wordt ingenomen door een gezamenlijk Servisch-Hongaars leger en voor het eerst werd het een Servische stad gemaakt, maar wordt weer Bulgaars na de succesvolle opstand van Asen en Peter aan het eind van de 12de eeuw. Het vestingstadje bleef Bulgaars in de 13de en 14de eeuw en wordt voor het eerst Pirotski (Pirot) genoemd. Uit deze periode stamt de Kerk van St.. Paraskeva in Staničenju.

In 1386 wordt het vestingstadje voor het eerst door het Osmaanse leger veroverd, maar het bezit van de regio wisselde verschillende keren tussen de Serven en Osmanen. In de 15de eeuw wordt Pirotski definitief de Osmaanse vestingstad Şehirköy (Legerplaats). En groeit uit tot een prachtige en rijke Turkse stad. De goed bewaard gebleven Hisar-vesting, een monumentale Konak uit de 18 eeuw en het in de Hristić gevestigde Ponišavlja Museum zijn de getuigen van deze bloeiperiode.

De inwoners van Pirot startte met de Shopi inwoners van huidig noord-west Bulgarije, met steun van Servie in 1836 de weinig succesvolle "Pirot rebellie". In 1841 heeft de evenmin succesvolle "anti-feodale nationale opstand" tegen de Osmaanse autoriteiten plaats.

In december 1877 veroverden de Bulgaren de stad. De Accoorden van San Stefano wijzen Pirot in 1878 aan Bulgarije toe. Maar een paar maanden later wordt de stad volgens de Accoorden van Berlijn aan Servia toegevoegd. Tijdens de Servo-Bulgaarse Oorlog van 1885 werd Pirot kort bezet door Bulgarije. Tussen 1915-1918 in de Eerste Wereldoorlog wordt Pirot opnieuw bezet door Bulgarije.

In Pirot zijn Dancing bar "Odeon", het Museum van Ponišavlja, de vestingstad Momčilov, het gebouw van het klooster van St. George in de buurt van het dorp Temska, het klooster van St. Johannes de Doper en het Klooster Poganovo een bezoek waard.

TV Pirot

In het noorden en noordoosten van Pirot ligt de Stara Planina, de grootste en volgens bergkenners de mooiste berg van Servië. De piek Midžorom markeert de grens tussen Servië en Bulgarije.

  • Pirot, Dimotrovgrad (grens Bulgarije).

bulgaristan


BULGARIJE


De Kalotina-Gradinje grenspost is een van de drukste grensovergangen van Bulgarije vanwege de nabijheid van Sofia. Het dorp Kalotina werd voor het eerst in 1453 vermeld onder haar huidige naam. Het dorp heeft een middeleeuwse Bulgaars Orthodoxe Sinterklaaskerk uit de 14de eeuw, gebouwd tijdens de regering van Ivan Alexander van Bulgarije, waarschijnlijk tussen 1331 en 1334/7.

In Bulgarije zijn zondag 5 juli 2009 voor het eerst sinds het land twee jaar geleden lid werd van de Europese Unie, algemene verkiezingen. Verwachte winnaar wordt de conservatieve partij GERB (Burgers voor Europese Ontwikkeling van Bulgarije). De leider van GERB is de burgemeester van de hoofdstad Sofia, Boiko Borisov.
De Europese Commissie vindt dat de huidige socialistische regering niet genoeg succes boekt bij de strijd tegen corruptie. Daarom zijn diverse subsidies aan het land de laatste tijd bevroren. Borisov zegt dat hij de corruptie flink zal aanpakken en wijst op zijn succes bij de misdaadbestrijding in Sofia.

Het Groot-Bulgaarse Rijk was een Bulgaarse staat, gesticht door Kubrat Dulo, dat zich in de 7e eeuw zou uitstrekken ten noorden van de Kaukasus in de steppe tussen de Dnjestr en de Beneden-Wolga. Het was een rijk dat bestond van de zesde tot de tiende eeuw in Zuid-Rusland en op de Noordelijke Kaukasus wat bewoond werd door de Protobulgaren, een Turks volk verwant aan de Hunnen, waaraan het rijk zijn naam dankt. Tussen de zevende en de dertiende eeuw maakten de in Rusland aan de Wolga wonende Wolgabulgaren deel uit van het rijk. Deze Wolgabulgaren bekeerden zich onder khan Alamusch in 922 tot de islam en groeiden uit tot een handelsmacht tussen het rijk van Kiev en de islamitische staten. Een deel van de Wolgabulgaren verplaatste zich naar de Donaudelta, waar ze onder leiding van Asparuch de troepen van het Byzantijnse Rijk verslaan. De macht van de Donaubulgaren was op hun hoogtepunt tot Khan Krum in 811 bijna Nicephorus I van Byzantium wist te vergiftigen. Uiteindelijk namen zij in de negende eeuw het Oosters christendom aan.

sultanstrial

In 1185 werden de Bulgaren ten noorden van de Balkan door de Byzantijnen aan een bijzonder zware belasting onderworpen. Twee bojaren, de broers Theodoor Peter en Ivan Asen, verschenen in 1185 voor de Byzantijnse keizer Isaäk II Angelos met het verzoek voor een pronoia. Na Isaäks weigering beraamden ze een opstand van Bulgaren en Vlachen, die ze wisten te verenigen in de gezamenlijke verering van Sint Demetrius. In Trnovo roepen ze de Bulgaarse onafhankelijkheid uit.
De Byzantijnse keizer Isaäk moest na enkele jaren oorlog in 1188 het Tweede Bulgaarse Rijk erkennen. Aangezien het Bulgaarse aartsbisdom Ochrid onder Byzantijns gezag viel, zetten de gebroeders een nieuwe kerkelijke organisatie op door de de Bulgaarse monnik Vasilij tot aartsbisschop van Târnovo te verheffen. De nieuwe aartsbisschop kroonde Ivan Asen tot tsaar van Bulgarije, terwijl Theodoor Peter, de latere tsaar Peter IV ongekroond in de oude hoofdstad Preslav resideerd en de oostelijke helft van het rijk regeerd.

In de voortdurende strijd met Isaäk Angelos versloegen de Bulgaren Byzantium in 1190 en opnieuw in 1193, waarbij heel Centraal-Thracië werd ingenomen. Na een hernieuwde Byzantijnse nederlaag in 1196 werd Ivan Asen vermoord door ontevreden Bulgaarse edelen. Zijn opvolger Theodoor Peter viel een jaar later hetzelfde lot ten deel, waarna de derde broer Kalojan in 1197 de troon besteeg. Kalojan, slaagde erin de macht van de tsaar te herstellen. Hij onderdrukte energiek de oppositie en keerde zich vervolgens tegen Byzantium.

Kalojan streefde naar het herstel van het vroegere prestige van Bulgarije en knoopte met dat doel voor ogen onderhandelingen aan met paus Innocentius III, die de heerschappij over de hele christelijke wereld nastreefde. De onderhandelingen leidden in 1204 tot de Unie tussen de Roomse en Bulgaarse Kerk. De Bulgaarse Kerk bleef orthodox, maar erkende het gezag van de paus. Kalojan werd tot koning van Bulgarije gekroond en de aartsbisschop kreeg de titel “primaat”, wat door de Bulgaren als “patriarch” opgevat werd.
In 1204 veranderde de politieke situatie op de Balkan drastisch. De Vierde Kruistocht eindigde met de inname van Constantinopel, waardoor er een einde kwam aan het Byzantijnse gezag op de Balkan. Het Latijnse keizerrijk, met Boudewijn van Vlaanderen aan het hoofd, verving het Byzantijnse rijk. De Byzantijnse aristocratie riep Kalojan ter hulp en beloofde hem de Byzantijnse keizerstitel als hij Constantinopel heroverde. Kalojan verpletterde de troepen van keizer Boudewijn I, die gevangen werd genomen, maar de Byzantijnse aristocratie veranderde van kamp, waarop Kalojan wraak op hen nam. Hij bedacht zichzelf met de titel Romeoubiec (Romeinendoder). Als resultaat van de Vierde Kruistocht was Thracië in handen gekomen van een Franse baron, die zich Hertog van Philippopolis verklaarde. De lokale bevolking vroeg de Bulgaarse tsaar de streek van deze Fransoos te bevrijden en Kalojan viel Thracië binnen. De inwoners van Philippopolis gaven hun stad onmiddellijk over aan Kalojan en steunden zijn invasie. Tsaar Kalojan veroverde, afgezien van Adrianopel (Edirne), vrijwel geheel Thracië, en veroverd vervolgens het fort Serres op het kruisvaarderskoninkrijk Thessaloniki. Hij verzwakte het Latijnse Keizerrijk ernstig, maar werd in 1207 vermoord.

Eén van de samenzweerders tegen tsaar Kalojan was Boril, die de troon usurpeerde. Hij was de zoon van de zuster van Kalojan. Er was een sterke oppositie tegen het gezag van Boril. Een nieuwe religieuze opvatting, overgewaaid vanuit Byzantium, waar zij zich langzaam ontwikkeld had, werd in Bulgarije gepredikt door de priester Bogomil. Het droeg het verzet van het volk tegen Boril en de Grieken. De hogere clerus bestond uit Grieken, die ver boven het gewone volk stonden. In 1211 organiseert Boril een concilie te Trnovo. Het werd bekend als het Synodicon van Boril. Het Synodicon is de enige bron uit deze periode die ons directe informatie verschaft over de redenen van vervolging van de volgelingen van de ketterse priester Bogomiel.

Die bidden het "Onze Vader niet op vaste plaatsen, maar op de plaats waar ze op dat moment toevallig stonden". Alsof dit niet erg genoeg was, hielden ze volgens het synodicon ’s nachts geheime gebeds- en boetebijeenkomsten en vierden ze op 24 juni, de geboortedag van Johannes de Doper, een geheim feest. De eerste veroordeling van het Synodicon van Boril was gericht “Aan pope Bogomil", die wordt vervloekt. Het is vreemd dat er geen enkele verwijzing is naar het ascetisme van de bogomilen. Nergens in het synodicon wordt het huwelijksverbod en de beperking van voedsel vermeld. Er vinden naar aanleiding van dit Concilie al snel zogeheten kettervervolgingen plaats. Tot Boril in 1218 wordt verdreven door aanhangers van zijn neef Ivan Asen II, de zoon van Kalojans broer tsaar Ivan Asen I. Naar Byzantijns gebruik worden Borils ogen uitgestoken voor hij werd opgesloten in een klooster.

  • Dimotrovgrad (grens Bulgarije) Kalotina Via Contis, Dragoman, Slivnitsa, Bozhurishte, Sofia (6 juli).

Sofia


Tussen Sofya en Svilengrad loopt Kyra met Sedat mee op de Trial. Het bekendste gebouw van de stad is de Alexander Nevski-kathedraal, die werd gebouwd als aanhankelijkheidsbetuiging aan de Russen, die in 1878 de stad veroverde en Sofia in 1879 de hoofdstad van de nieuwe staat Bulgarije maakte. In die tijd werd in Sofia de grote turksche moskee een openbare bibliotheek en nationale drukkerij.

De oudst bekende naam van Sofia is Sardica, naar de Thracische stam van de Sarden of Serden, de die hier woonde. Het kwam in 29 v Chr. in Romeinse handen en kreeg als de status van ‘’municipium’’.
In 343 heeft in Sofia een van de belangrijkste kerkvergaderingen in de geschiedenis van het christendom plaats, het Concilie van Sardica. De belangrijkste reden was de keizer Constans vond dat de kerk in het Oost en West Romeinse Rijk verdeeld raakten, met verschillende visies en regels. Die verdeelde kerk moest weer verzoend worden.
Op dit concilie waren in totaal 170 bisschoppen uit alle delen van de wereld. Opvallend was ook het grote aantal Westerse deelnemers, waarvan er in Nicea slechts vijf deelnamen. Onder hen ook Sint Servatius van Maastricht. Voorzitter van het Concilie van Sardica was Hosius, bisschop van Córdoba.

Dat ook Athanasius van Egypte aanwezig was, werd door de Oosterse bisschoppen aangegrepen als excuus om te dreigen weg te gaan. Hoewel Hosius en Athanasius afspraken dat als de anderen bleven, Athanasius zich terug zou trekken als patriarch van Alexandrië, vertrokken de 80 Oosterse bisschoppen toch. Als argument hiervoor werd aangevoerd dat Athanasius op een Oosters concilie in Thracië al veroordeeld was, en dat dit onherroepelijk was. Doordat de Westerse bisschoppen dit concilie niet erkenden, verwierpen zij die veroordeling en onderzocht men de zaak van Athanasius opnieuw. Zijn visie op het arianisme werd buiten beschouwing gelaten, omdat dit juist dezelfde was als die van de overgebleven Westerse bisschoppen, terwijl de Oosterse bisschoppen hem vooral hierom veroordeelden. Men sprak Athanasius vrij, evenals zijn medestanders. Ook werd tot excommunicatie van Gregorius van Cappadocië en alle anderen die zich niet achter de besluiten van het concilie van Nicea hadden besloten. Op het concilie werden 21 canonieke wetten geformuleerd, waarvan de belangrijkste was dat de keizer zich niet moest bemoeien met de religieuze zaken. Waar de West Romeinse keizer Constans dit accepteerde, schijnt de Oost-Romeinse keizer Constantius II in woede ontstoken te zijn, wat hem tot een vijand van de aanhangers van het concilie van Sardica gemaakt heeft.
In Phillipolis liet hij vervolgens door de Oosterse bisschoppen een concilie beleggen waar men Athanasius alsnog opnieuw veroordeelde. Ook excommuniceerde men alle bisschoppen die in Sardica aanwezig bleven en alle Oosterse bisschoppen die sympathie voor de besluiten van het concilie van Nicea voelden, zodat nu beide partijen elkaar geëxcommuniceerd hadden en de Orthodoxe Kerk tot op heden het Concilie van Sardica weigert als concilie te erkennen.

De Hunnen verwoestten in 447 het Romeinse Sardica, waarna de Byzantijnse keizer Justinianus I de stad als Triaditsa herbouwde. De stad werd veroverd door de Bulgaren en werd in 809 een deel van het Eerste Bulgaarse Rijk onder de regering van Khan Krum. Na een reeks belegeringen kwam de stad in 1018 weer in handen van het Byzantijnse Rijk. In 1128 kende de stad een Hongaarse aanval, maar werd opnieuw opgenomen in het Tweede Bulgaarse Rijk ten tijde van tsaar Ivan Asen I.

De Bulgaren doopten de stad in 1376 om in Sofia. Datzelfde jaar bestormd Dmitri Donskoi van Moskou het door de Mongolen bestuurde Wolga Bulgarije. Zes jaar later kwam Sofia aan het Osmaanse Rijk en zou bijna vijf eeuwen Turks blijven.

Als de Russen tijdens de Russisch-Turkse Oorlog in 1878 de stad veroveren, maken ze Sofia in 1879 de hoofdstad van de nieuwe staat Bulgarije. Aanvankelijk was dat alleen de noordelijke helft van het land, omdat Osmaans Bulgarije in het Verdrag van Berlijn was opgesplitst. Sofia was toen de derde stad van het land: Roese en Varna waren allebei groter. Ook Plovdiv, de hoofdstad van de zuidelijke helft van Bulgarije, toen bekend als Oost-Roemelië, was op dat moment groter. Vanaf de hereniging van Bulgarije in 1885 zou Sofia snel groeien. Tussen 1879 en 1939 nam het inwonertal toe van 20.000 tot 300.000.

De bomaanslag in de Sveta Nedeliakathedraal in Sofia op 16 april 1925, was de grootste terreurdaad in de geschiedenis van Bulgarije.
Een groep van de Bulgaarse Communistische Partij blies het dak op van de kathedraal, waar op dat moment de hele fascistische regering, inclusief premier Aleksandur Tsankov, de begrafenis bijwoonde van generaal Konstantin Georgiev, die gedood was bij een andere communistische aanslag op 14 april. In de kerk vielen 150 doden en 500 gewonden, hoofdzakelijk mensen uit de politieke en militaire elite van het land. Alle leden van de regering overleefden als bij een wonder de aanslag.
Na deze aanslag brak de 'witte terreur' uit. Tsankov kondigde de noodtoestand af en de regering kreeg volmachten om communisten en aanhangers van de linkse Bulgaarse Agrarische Nationale Unie (BANU) te vervolgen en op te pakken. De Macedonische terroristen kregen eveneens de vrije hand om terreurdaden te plegen. Er vielen nog eens 450 doden in de twee weken na de bomaanslag.

In de Tweede Wereldoorlog leed Sofia zware schade, waarna de stad in communistische stijl werd herbouwd en uitgebreid.

  • Sofia, Aleko, Draga Levti, Рила Rila 11 juli, Velingrad.

Velingrad


De stad Velingrad is beroemd om zijn mineraalwater bronnen. Met 26.500 inwoners en jaarlijks een kwart miljoen toeristen is het een van de grootste spa resorts in Bulgarije. Het pittoreske stadje ligt op 750 meter boven de zeespiegel, omgeven door de Westelijke Rhodopi en werd in 1948 samengevoegd met drie naburige dorpen en tot stad verklaard. De stad zelf is niet vernoemd naar de bekende Nederlandse woordvoerder van de BCD, Michael Veling, maar naar Vela Peeva, een vrouwelijke Bulgaarse partizaan uit de vorige eeuw.

In het gebied van Velingrad hebben Slaven, Romeinen, Byzantijnen, Osmanen en Russen volop sporen van hun aanwezigheid achter gelaten. De bevolking Velingrad en van de meeste dorpen rond de stad zijn merendeels moslims. De Drievuldigheidskerk van Kamenitsa werd in 1816 gebouwd en is recentelijk gerenoveerd en opnieuw geschilderd.

  • Velingrad, Borino, Rovino, Madan, Ardino, Plovdiv.

Plovdiv


Via Contis Plovdiv is een van de oudste steden in Europa en ouder dan Rome, Carthago of Constantinopel. Deze tijdgenoot van Troje en Mycene is de op een na grootste stad van Bulgarije. In 342 voor Christus werd de stad veroverd door Philip II van Macedonië, de vader van Alexander met de Horens, in Europa bekend als "de Grote". Pa noemde de stad naar zichzelf: Philippopolis.
In 72 AD werd de stad ingenomen door de Romeinse veldheer Terentius Varo Lukulus. Als Trimontium werd het opgenomen in het Romeinse Rijk. De Via Contis Via Militaris (of Via Diagonalis), de belangrijkste militaire weg in de Balkan, liep dwars door de stad.

Met de oprichting van Bulgarije in 681 werd het een belangrijke grensfort tegen het Byzantijnse Rijk. Pas in 1263 werd Plovdiv weer bezet door de Byzantijnen, tot George Terter II de stad in 1322 werd bevrijdde.
In 1364 maakt Lala Shakhin Pasha de stad hoofdstad van de Osmaanse provincie Rumelia. Hoewel Sofia in 1382 de functie als belangrijkste stad van de provincie overneemt, blijft Plovdiv een van de belangrijkste centra voor Bulgaarse cultuur en traditie. In 1876 begon hier een opstand, die Russische steun kreeg in de Russisch-Turkse Oorlog. In 1878 werd door het Congres van Berlijn het gebied opgeslitst in een Noord- en Zuid-Bulgarije. Het zuiden werd als Oost-Roemelië een autonome Turkse provincie met Plovdiv als hoofdstad. In 1885 verenigden de twee helften zich tot het huidige Bulgarije.
Sufipath Via Contis Sultanstrial Een van de grooste Tekkes bevond zich ter hoogte van de Alexander Batemberg Straat nr 27. Daar is echter geen spoor meer van te herkennen.

  • ROUTE PLOCDIV-SVILENGRAD VIA ARDINO (Plovdiv-Svilengrad 265 km). Plovdiv, Asenovgrad, Bachkovo, Yugovo, Zagrazhden, Davidkovo, Banite, Dryanka, Svetulka, Ardino, Kobilane, Boyno, Kyosevo, Kardjali met dam voor het stuwmeer, Sedlovina, Zhinzofovo, Chiflik, Madrets, Most, Krin, Tsareva Polyana, Stamboloyo, Golyam Izvor, Tenkovo, Verbovo, Oreshets, Malko Gradishte, Sivo Reka, Svilengrad.
  • ROUTE DIRECT PLOCDIV-SVILENGRAD (Plovdiv-Svilengrad 151 km) Plovdiv, Asenovgrad, Parvomay, Haskovo.

Haskovo (Haşköy)


Volgens de archeologen was het gebied van Haskovo zo'n zevenduizend jaar geleden al bewoond. In en rondom Haskovo bevestigen prehistorische, Thracian, Griekse, Romeinse en Byzantijnse vondstem haar lange geschiedenis.

Maar Haskovo belandde in het Guinness Book of Records met een 32 meter hoog beeld van de Heilige Maagd dat op 8 september 2003, de feestdag van de geboorte van Maria, werd onthuld op de "Heuvel van de Jeugd" net buiten de stad. "The highest monument to Our Lady in the world."

In de 9de eeuw, tijdens het Eerste Bulgaarse Rijk, werd een vesting gebouwd in Haskovo, gelegen in het centrum van een omvangrijke regio tussen de Klokotnitsa, Harmanliyska en Maritsa rivieren. Waarbij zich al snel een stad vormde.
In 1395 werd de Eski Cami (de Oude Moskee) gebouwd als een van de eerste in de Balkan. Het heeft een licht hellende minaret. Er is heel wat gespeculeerd over de huidige naam.
Eeuwen lang, ook nadat Haskovo in 1878 Bulgaars was geworden, bleef het "t centrum van hoge kwaliteit hash- en tabakteelt. En werd het handelscentrum voor cannabishandelaren uit Edirne, Enos, en Istanbul. Verschillende historici hebben daarna geprobeerd de "has(h)" te verklaren als dat hiermee het oud-Osmaanse "haş", de wortel van het woord "schone" zou zijn bedoeld. Haşköy zou dan letterlijk "de schone stad" betekenen. Om elke verwijzing naar de cannabis uit te sluiten kreeg de stad in 1782 de officiele naam Marsa. Dat kunnen ze dan wel besluiten, iedereen sprak gewoon over Haşköy. Eenmaal Bulgaars bleef de Hash en werd het Turkse "Köy" vervangen door het Bulgaarse (en gemeenschappelijke Slavische) plaatsnaam achtervoegsel "-ovo". Langzaam verdween de reputatie voor het produceren van uitstekenende cannabis in de 20ste eeuw. De sigaretten productie in de regio verdween nadat de "BT Haskovo", de grote Tobacco Company werd gesloten. Tegenwoordig zijn er een aantal bedrijven de productie van voedsel en textiel.


Uzundzhovo


In het nabij Haşköy gelegen Uzundzhovo had jaarlijks de Uzundzhovo Fair plaats. Dit was een van de bekendste beurzen in het Osmaanse Rijk en de belangrijkste in Rumelia. Volgens de Duitse historicus Hammer, werd de beurs opgericht door Grand vizier Sinan Pasha in 1593. Als belangrijkste beurs van Rumelia besteedde de Osmanen altijd grote zorg om de wegen in goede staat te houden en de kooplieden te beschermen tegen de overvallers die zich schuil hielden in de nabijgelegen bossen. Dit was echter niet altijd mogelijk en de aanvallen van struikrovers waren hier altijd een groot probleem. De beurs werd tot 1876 regelmatig georganiseerd en duurde jaarlijks 40 dagen. In die vijf weken kwamen er tot 50.000 mensen uit het hele Osmaanse Rijk en ver daarbuiten naar deze plaats aan de handelsroute van Plovdiv naar Edirne, tussen de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de Donau. De goederen die er werden verkocht waren fluweel en zijde kleding, edelstenen, cannabis, koffie, suiker, Perzische tapijten, Engels tin, Italiaans glaswerk en Russisch leder. Nadat de stad Bulgaars was geworden verloor de Uzundzhovo Fair haar internationale betekenis. De ooit zo druk bezochte Osmaanse moskee werd omgebouwd tot de huidige Kerk van de Maria-Hemelvaart. Maria was ook beschermvrouw van de bij Uzundzhovo gelegen vliegbasis van de Bulgaarse luchtmacht, tot deze werd stilgelegd in 1998.

  • Haskovo, Harmanli, Lyubimets, Svilengrad.

DETOUR: Isperih (Kemallar): Demir Baba Pehlivan


Sufipath In het noordoosten van Bulgarije in de regio Nasreddin (Bisertsi) en het leerbewerkers-gebied Mesim-mahalle (Mıdrevo) leven de Bılgarskite Aliani (Bulgaarse Aleviten) en staat de Demir Baba Pahlivan Tekke, waar tradities en mystieke rituelen generatie op generatie werden doorgegeven en in het geheim en ondergronds werden uitgevoerd.

Sufipath Sultanstrial De stad Isperih in Noord-Oost-Bulgarije heete tot 1934 Kemallar. Zo'n 7 km noordwestelijk van dit stadje van 8000 inwoners bevind zich het heiligdom van Sjeik Hassan Demir Baba Pehlivan - een met goddelijke kracht gezegende worstelaar die derwisj werd in de 16de eeuw.

Sjeik Hassan Demir Baba Pehlivan rust op het grondgebied van het grootste Thracische religieuze en politieke centrum uit het 1e millennium voor Christus. De historische sites door Ptolemeus 'Dausdava', de Stad van de Wolven genoemd. Van daar leid een stenen trap naar de Demir Baba Pehlivan Tekke .

Demir Baba PehlivanHet mausoleum is een heptagonaal gebouw, opgetrokken op de ruïnes van een oud Thracisch heiligdom. Het werd opgericht pal voor de grot waarin de krachtpatser het grootste deel van zijn leven doorbracht. Baba Pehlivan was kampioen in de Kirkpinar van het Osmaanse olieworstelen voor hij zich terugtrok om hier een spritueel centrum te initieren. De tombe van Demir Baba Pehlivan is bedolven onder de giften van dankbare pelgrims wiens wens of verzoek hier schriftelijk achtergelaten, werd verhoord. Daartegenover diende je tevens te vermelden hoe je Demir Baba Pehlivan zou danken als hij zijn wonder had gedaan. Al eeuwen offeren meisjes de sluiers van hun bruidsjurken als de Worstelaar ze aan een goeie man helpt. De beste exemplaren onder de knapen op zoek naar een vrouwtje paradeerden rond de niet ver van het graf gelegen miraculeuse bron 'die kracht geeft aan de zwakke en de sterke nog sterker maakt.'

Eewenlang beloofden paartjes elkaar trouw bij de grote steen van magische kracht naast de ingang van het mausoleum. Voor het mausoleum ligt de stenen imaret, waar de pelgrims op het Sufipad werden gevoed en konden overnachten. In 2008 bezocht de Bulgaarse vice-minister-president Emel Etem het graf van Demir Baba.

  • TIP VAN KLARIEN DE BOER:
    Probeer op vrijdagochtend in Isperih te zijn. De hele omgeving komt dan naar de markt. Is het ook vrijdagmiddag nog gezellig in dit verder wat slaperig stadje.
  • BERICHT VAN HERMIEN ADELAAR:
    In Isperih sprak ik met een student archeolochie. Hij klaagde dat de bevolking nawelijks begreep waarom toeristen naar de historisch zo belangwekkende fundamenten kwamen kijken.
  • TIP VAN TJITSKE ZIJLSTRA:
    In Isperih staat de oudste nog werkende windmolen van Bulgarije. De zoon van de molenaar van nodigde ons uit zijn molen te bekijken. Die werd in de 19e eeuw gebouwd op de plek waar volgens hem eerder een Perzische molen had gestaan. Wat dat precies was, wist hij niet, wel dat de Turken die molen uit Iran zouden hebben meegesleept. Zal wel lokale overlevering zijn. Wel een lekker ding om te zien draaien. Deed me denken aan het wervelende van de derwisjen van Konya.

TURKIJE


Stamps collected on the Sufipath to Konya

  • In Turkije: Kapikule sinir kapisi (26 juni 09), Eskikadin, Edirne, Demirhanli, Kirklareli, Pinarhisar, Vize, Cakilli koyu, Saray, Cerkezköy, Catalca, Tahtakale, Altinsehir, Istanbul (7 aug 17 uur) einddoel van de voettocht.

Svilengrad-Kapitan Andrevo (BGR) /Kapikule (TR)

The stamp of the SultanpathOp de grens tussen Bulgrarije en Turkije liggen de plaatsjes Kapitan Andrevo (BUL) en /Kapikule (TR). Het is de drukste douane-post van Europa. Andrevo (BUL) maakt deel uit van de nabijgelegen gemeente Svilengrad, het Osmaanse Cisr-i Mustafapasha, de Brug van Mustafa Pasja uit 1529 over de Maritsa rivier. Die stroomt ten westen van Svilengrad en vormt de grens met Griekenland. De plaats werd na de Eerste Balkanoorlog in 1912 Bulgaars.
Legenda int. historic trialsDe meeste mensen werken hier bij de douane en grensbewaking. Bij Kapikule is de Griekse grens minder dan 400 meter verwijderd, maar er is hier geen douanepost. Om hier vanauit Turkije naar Griekenland te gaan, moet je via Edirne de D100 naar Karaagac nemen. Van daar is het een paar kilometer naar het Griekse stadje Kastanies. De kleine grenspost bevind zich tussen deze plaatsen.
Hier kregen Sedat en Kyra op 27 juni een heldenonthaal en gezelschap van Tini, Annemieke, Marjan en nog 9 anderen. Ze zullen samen de 280 km naar Istanbul lopen. Ze zijn te volgen op de site http://sultanstrail.waarbenjij.nu waar staat: De bestaande pelgrimsroute vanuit Europa door Turkije naar Jeruzalem loopt daar grotendeels langs een snelweg. Het is de bedoeling dat we een stillere route in kaart gaan brengen.

  • Kapikule, Yenimaret (Edirne).

Bij Yenikadin (Nieuwe vrouw) kun je de internationale verkeersweg verlaten om naar Eskikadin (Oude vrouw) te lopen. In het dorp houd u recht aan. U komt de snelweg weer tegen, Waar deze een bocht maakt kunt u er onderdoor en houdt na de kruising links aan tot Yenimaret.


Edirne


Edirnestamp for the SufipathIn een groene vlakte, waar de rivieren Tunca en Meriç samenvloeien, ligt Via Contis Sultanstrial Edirne. Bijna op het drielandenpunt Turkije / Bulgarije en Griekenland.
Op deze plek stichtte de Romeinse keizer Hadrianus (76 – 138 n.Chr.) zijn Hadrianopolis. De keizer liet verder Het Pantheon in Rome herbouwen en de muur van Hadrianus in Engeland aanleggen.
In 378 kwamen de Visigoten die in de Balkan leefden in opstand tegen het Romeinse gezag. Bij de slag bij Adrianopel versloegen de Visigoten het Romeinse leger en doodde keizer Valens. Uit deze tijd stammen de twee culinaire specialiteiten van Edirne, licht gefrituurde levertjes en marsepein (ezmesi).

Osmaans Edirne

Klaar voor de wegIn 1362 werd Adrianopolis veroverd door sultan Murat I en tot nieuwe hoofdstad uitgeroepen. Hij had de Janitsaren (Yeniçeri = nieuwe orde, troepen of leger) opgericht, het keurkorps van goedgetrainde soldaten. De manschappen werden aanvankelijk uitsluitend gerekruteerd uit de volwassen mannen onder de christelijke krijgsgevangenen. Later werden de sterkste knapen als een vorm van "belasting" (devshirme) uit de Balkanlanden gehaald. Ook gaven mensen vrijwillig hun jongens aan het janitsarenkorps, omdat ze zo van een goede opleiding konden genieten en mogelijk topfuncties konden bekleden. Op het paleiseiland van Edirne, afgezonderd van hun familie en cultuur, kregen ze een lange en harde training. Veel Janitsaren werden beïnvloed door het soefisme en waren gelieerd aan de derwisjen. Met dit nieuwe leger zou Murat I op 28 juni 1389 de gezamenlijke leger van Serviërs, Bosniërs, Albanezen, Hongaren en Moldaviërs verslaan tijdens de Slag op het Merelveld. Tijdens de slag wist de Serviër Miloš Obilić in de tent van Murat I door te dringen en de sultanvan het leven te beroven.

Zijn in 1360 in Edirne geboren zoon Yıldırım Sultan Bayezid I volgde hem op. Bayezid werd in de slag bij Ankara op 20 juli 1402 door Timoer Lenk gevangen genomen en als trofee in een kooi afgevoerd. Bayezid stierf een jaar later onder verdachte omstandigheden. Hij werd opgevolgd door zijn in Edirne geboren zoon Mehmet I Çelebi. Zijn paleis stond in de wijk Yenimaret. Daar is weinig van over.


Yenimaret is uniek in de wereld. Volg hier de Parmakli Mescit Sk. of de Ali Pasa Cd., die beide naar het beroemde Darüşşifa Museum leiden.

  • Darüşşifa Museum - Tegen het eind van de 15e eeuw sultan Beyazıt П de architect Hayrettin de opdracht gaf aan de oever van de rivieren Tunca en Neriç een voor die tijd hypermodern gekkenhuis te bouwen. Waar men experimenteerde met behandelingen met muziek. Er werden therapeutische muziekstukken geschreven voor legio behandelingen. Waarbij ook vaak het gekletter van water een rol in speelde. Er werd dan ook heel wat thee gezet voor de in vaste dienst zijnde muzikanten, die op gezette tijden hun therapeutische muziek ten gehoren moesten brengen. Vooral mensen met een verwarde geest vonden hierbij verlichting. Naast een ziekenhuis voor de geesteszieken met keuken en opslagruimten, liet de sultan ook een hogeschool bouwen, zodat er mensen konden worden opgeleid die wisten hoe je de verschillende psychische aandoeningen kon behandelen. De moskee is vierkant en overdekt met een hoge koepel, terwijl het Darüşşifa ziekenhuis complex wordt overdekt door een dak met 100 koepels. Op het terras van een van de theetuinen langs de rivier is het goed toeven.
    In het bijgebouw 'Sifa Evi' (Genezingshuis) is een presentatie van etelagepoppen in Osmaanse kostuums die de toenmalige patienten moeten voorstellen. Op artistieke wijze worden ook poppen getoond op wie de therapeutische klanken blijkbaar geen uitwerking hadden. Zoals de etalagepop met rood haar. Deze godsdienswaanzinnige derwish wist blijkbaar niet te genieten van een glaasje thee met het profiel van de Selimiye moskee aan de horizon. Zelfs de klanken van een Osmaanse Sufiorkestje maakte hem niet rustig. Voor dit soort gekken experimenteerde men hier destijds met andere middelen. Varierend van vloeibare, zeer vluchtige en kort werkzame etherische stoffen als amylnitriet, die moesten worden gesnoven. Alleen in uitzonderlijke gevallen van godsdienstwaanzin kregen patienten afstraffingen met de 'tedavi kemer'. een speciale brede leren riem, toegediend op hun zitvlak.

Edirnestamp for the SufipathVan de Darüşşifa volgt u de weg langs de rivier in noordoostelijke richting en vervolgt deze na de kruising zo'n 300m tot deze rechtsaf buigt en u langs de toren het terrein van het grote olieworstelstadion betreed. Edirne is over de hele wereld bekend vanwege dit Kırkpınar olieworstelen, de oudste ononderbroken sportwedstrijden op aarde. Elk jaar hebben deze eind juni plaats op de plek waar ooit het Osmaanse paleis stond, vandaar de naam Sarayiçi, Paleisterrein.

Kırkpinar Olieworstelen

Een eeuw voor de Osmanen Edirne veroveren kwam de zwervende derwisj Alp Eren Sari Saltuk naar Edirne en organiseert buiten de stad nabij Ahirköy de eerste olieworstelwedstrijden. In de Balkan is Sari Saltuk als eerste olieworstelaar ´Osmaanse Stijl´ bekend. Wanneer een 40-man sterke Osmaanse commando-troep onder leiding van Süleyman Pasha, de zoon van sultan Orhan, Rumeli) van de huidige Turkse republiek veroverden, slaan zij hun kamp op in het gebied waar Alp Eren Sari Saltuk zijn olieworstelwedstrijden organiseerde. Ook de commandotroep van Süleyman Pasha maken kennis met het olieworstelen en besluiten onder elkaar een match te houden. Uiteindelijk bleven er twee Osmaanse soldaten over, die uren doorworstelden, zonder dat er een winnaar bekend werd.

Süleyman Pasha besloot dat de wedstrijd tijdens het lente-feest (6 mei) zou worden voortgezet en loofde voor de winnaar een lederen broek uit. Tijdens deze match, die plaats had in Ahirköy, worstelden de twee van de vroege ochtend tot middernacht, om uiteindelijk van uitputting te sterven. Hun vrienden begroeven hen onder een vijgenboom en vertrokken. Toen ze later terugkeerden bleek dat er verschillende bronnen op die plek ontsprongen waren, en ze noemden de plek kirkpinar (40 bronnen), naar het oorspronkelijke aantal mannen van hun commando-groep. Deze historische plek ligt nu in Griekenland. Ter herinnering aan de twee worstelaars organiseerden de manschappen wedstrijden in het olieworstelen, welke een traditie werden in het gebied rond Edirne. Tot op heden is dit de plaats waar jaarlijks de EDIRNE KIRKPINAR wordt gehouden, waarvan de winnaar zich ´Kampioen van Turkije´ mag noemen en een 1 kg 450 gram zware 14 karaat Gouden Riem ontvangt uit handen van de president.

Als u de weg langs het stadion vervolgt, verlaat u via de eeuwenoude Sinanbrug het het paleisterrein. Via de Saray Yolu betreed u het historisch centrum van Edirne. Volg deze straat tot u de Mimar Sinan Cd. kruist, Als u hier linksaf slaat staat u na 100m bij de Muradiye heuvel.

Muradiye - Edirne

Sufipath Sultanstrial Muradiye Moskee - De Muradiye moskee werd rond 1426 gebouwd als deel van een klooster (tekke) voor de Mevlevi orde. De architect is onbekend, maar het was Sultan Murat II (1404 - 1451) die de opdracht gaf in de nabijheid van zijn paleis dit Sufi-complex te bouwen. Het zou uitgroeien tot een van de grootste en bekendse Mevlanakloosters in het Osmaanse Rijk.

Murat was 18 toen zijn vader stierf. Zijn vader had vier broers moeten uitschakelen. Dat pa alleenheerser over het Osmaanse Rijk kon worden, dankte hij aan een bondgenootschap met de Byzantijnen. Na zijn broers rebelleerde ook zijn oudste zoon Mustafa Çelebi. Die wist zichzelf in veiligheid te brengen aan het hof van de Byzantijnse keizer. Dat was de keizer die Paus Benedictus XVI citeerde in 2006 in zijn toespraak over geloof, rede en geweld. Het citaat veroorzaakte boze reacties, maar Le Figaro schreef dat het Vaticaan "eindelijk de waarheid sprak".

Met sultan Mehmed I leefde keizer Manuel op goede voet. De keizer moest wel, want eerder had hij tevergeefs hulp gevraagd in het Westen. De Byzantijs keizer reisde tussen 1399 en 1403 persoonlijk naar Venetië, Parijs en Londen, echter zonder enig resultaat, politiek noch militair. Na de nederlaag van de Osmanen tegen de Turks-Mongoolse invaller Timoer Lenk in 1402, wist Constantinopel Thessaloniki, enkele eilanden en bepaalde kuststroken aan de Zwarte Zee te heroveren. Met sultan Mehmed I leefde Manuel op goede voet. De sultan hield zich stipt aan zijn overeenkomst met de Byzantijnen. Bij zijn dood werd niet de naar Constantinopel gevluchte oudste zoon, maar de 18-jarige Murat uitgeroepen tot hoofd van de Osmaanse dynastie.

Broer 'Düzmece' Mustafa Çelebi wist met steun van de Byzantijnse keizer snel een groot deel van het Europese deel van het Osmaanse Rijk in handen te krijgen. In Edirne riep ook hij zich uit tot rechtmatig opvolger van Osman de Eerste. Daarna stak hij de Dardanellen over naar Azië, maar werd door Murat verslagen. Mustafa vluchtte naar Gallipoli, waar Murat hem na een belegering gevangen nam en liet executeren.

Om Manuel II te straffen voor het schenden van de overeenkomsten met zijn vader en het opstoken van zijn broer, belegerde Murat II vanaf 1422 Constantinopel. Twee jaar lang duurde deze belegering. Tot de dood van de door de Paus geciteerde keizer Manuel.
Met de nieuwe Byzantijnse keizer, Johannes VIII, sloot Murat een solide vredesverdrag.

Vlak bij zijn paleis in Edirne liet Murat II een volkskeuken (imaret), wervelzaal (semahane), moskee, sufiklooster (Mevlevihane), gemeenschapshuis (zaviye) en school (mekteb) bouwen. Helaas heeft alleen de moskee en de gemeenschappelijke ruimte met twee koepels aan de achterkant de aardbevingen overleefd.

De Muradiye is tegenwoordig vooral bekend als een van de belangrijkste voorbeelden uit de eerste periode van de Osmaanse architectuur. Maar meer nog vanwege de tegeldecoratie in het interieur. Een verscheidenheid van zeshoekige wit en blauwe tegels, opgevuld met driehoekige stukjes turquoise keramiek vullen de muren van de gebedsruimte. Tot aan de bovenzijde van de vensters! De ruimte die nog overbleef was bedekt met fresco's en kalligrafie. Delen zijn nog steeds zichtbaar.

De centrale wervelhal, momenteel op hetzelfde niveau als de gebedsruimte, lag oorspronkelijk lager. De zware boog die de gebedsruimte van de wervelruimte scheidde, is versierd met nissen.

Buiten de Muradiye bevinden zich aan weerszijden van de marmeren portaal in grote letters de woorden "Allah" en "Hu". Dat "Hu' laat er geen twijfel over bestaan dat we hier te maken hebben met een gebedshuis van de Wervelende Derwishen. "Hu" was het laatste woord dat na afloop van de Sema, het ceremonieel wervelen, werd gesproken.

In 1444 tekende Murat bij Szeged een 10-jarig bestand waarin hij George Brancović als koning van Servië erkende.

Aangeslagen door de dood van zijn oudste zoon Aladin, besloot hij in 1446 troonsafstand te doen ten gunste van zijn 14-jarige zoon Mehmet, de latere Fatih Sultan Mehmet II.

Sufiweg vonaus DeutschlandMurat wilde zich terugtrekken in Magnesia ad Maeandrum, zo'n 20 km zuidoost van Ephese (Selçuk). Aan Magnesia danken we de term magnetisme, want hier bevonden zich ooit de geheimzinnige stenen die elkaar zouden kunnen aantrekken of afstoten.

Murat dacht zich hier aan de oevers van de Meanderrivier (Büyükmenderes) in alle rust bezig te houden met spirituele studie. Toen de Hongaren en Polen dit hoorde, schonden ze alle met Murat gesloten verdragen en vielen Thracië binnen.

De strijd verliep slecht voor het overrompelde Osmaanse leger. De 14-jarige Mehmet smeekte zijn pappa de leiding over het leger van hem over te nemen. Om op 10 november 1444 de verdragschenders bij Varna verpletterend te verslaan. De Poolse koning Władysław III vind er de dood en de Hongaarse generaal János Hunyad kon ternauwernood vluchten.

Daarop trok Murat zich opnieuw terug. Niet voor lang. Een opstand van de Janitsaren dwongen hem in 1446 de leiding weer op te nemen. In 1451 stierf hij in Edirne.

Op de begraaplaats van de Muradiye liggen graven van prominente sufi's als Enis Recep Dede, Şair Mehmet Neşati en Hacı Eşref. Ook de laatste Şeyhülislam van het Osmaanse Rijk Musa Kazım (1858-1920), tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Britten naar Edirne verbannen, ligt hier. Maar Sultan Murat's graf zul je tevergeefs zoeken. Die ligt in Bursa. Samen in een mausoleum met de fameuze 'sultan Cem', de broer van de sultan die jarenlang aan het hof van de paus verbleef, voor hij in Napels werd vergiftigd.

Zie ook de Turkse site van Semazen over de Muradiye van Izmir.

  • Eski moskee - Mehmet I Çelebi liet vanaf 1403 de Eski moskee bouwen. Het is het oudste Osmaanse bouwwerk in Edirne. Het witte marmer in het portaal staat in schril contrast met het overige metselwerk. Gekalligrafeerde inscripties van Koranverzen versieren het interieur.
  • Bedesten bazaar - Het oude bedesten uit het begin van de 15e eeuw functioneert nog steeds als Edirne’s belangrijkste markt.
  • Üç Şerefeli moskee - In 1421 werd zijn zoon Murat II sultan, Hij liet tussen 1438 en 1447 de Üç Şerefeli moskee bouwen. Het geld als voorbode van de rijke periode Osmaanse moskeearchitectuur onder Sinan en vormt zowel de belichaming van een nieuwe vrijheid van bouwen als een technische vooruitgang. De noordwestelijke minaret heeft drie omlopen, vandaar de naam, en was lange tijd de hoogste minaret, tot ze werd overschaduwd door die van de Selimiye- moskee.
  • Selimiye-moskee - De Selimiye-moskee, die sultan Selim II hier in 1575 liet bouwen, is het grootste bouwwerk van de Osmaanse architect Mimar Sinan. Met haar minaretten van 70,9 meter is deze moskee tot op heden de hoogste van Turkije.
  • Sokullu hamam - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Tahtakale hamam - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Mezit Bey hamam - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Beylerbeyi hamam - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Gazi Mihal hamam - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Ahmet Paşa karavanserai - van de grote Osmaanse architect Sinan.
  • Rüştem Paşa karavanserai - In 1561 gebouwd door de grote Osmaanse architect Sinan. Doet nu dienst als hotel.
  • Uzunköprü - Bij Uzunköprü, op weg naar de Golf van Karos in de Egeїsche Zee liet Murat П in 1444 een brug over de Ergene rivier bouwen. De 174 bogen overbruggen een afstand van 1354 meter.

Murat II stierf op 3 februari 1451 in Edirne. Twee jaar later veroverd zijn in Edirne geboren zoon Fatih Sultan Mehmed II Constantinopel, dat tot 1922 de hoofdstad van een van de grootste rijken uit de wereldgeschiedenis zou zijn.

Maar Edirne bleef een belangrijke residentie. Zoals bleek toen tegen het eind van de 15e eeuw sultan Beyazıt П de architect Hayrettin de opdracht gaf voor hem het Darüşşifa complex te bouwen, en de Selimiye-moskee van de grote Osmaanse architect Sinan. Sinan bouwde ook veel van de badhuizen in Edirne, en zijn werk is ook te bewonderen in de Ahmet Paşa karavanserai en de Rüştem Paşa karavanserai van 1561. Die laatste is gerenoveerd en doet nu dienst als hotel.

Zowel Yavuz Sultan Selim I, Mehmet IV, Süleyman II, Ahmet II stierven in Edirne, in de 18de eeuw een van Europa’s grootste steden.

We verlaten Edirne via de Kiyik Cd. aan de oostkant van de stad. Kort nadat deze is overgegaan in Lalapasa Yolu snelweg, is er rechts een afslag en gaat u onder de Avrupa Otoyolu door en gaat via Musabeyli naar Demirhanli.

Via Demirhanli naar Kırklareli


Kırklareli


kirklareliKırklareli is de hoofdstad van Kırklareli provincie in Oost-Thracië. De Bulgaarse naam van de stad is Lozengrad, Wijngaardstad.
Grieken noemden dit voormalig religieus centrum Saránda Eklisíe, Veertig kerken en in de XIV eeuw werd dit vertaald naar het Turkse Kirk Kilisi. Omdat Atatürk bezwaar had tegen deze in zijn ogen te religieus beladen plaatsnaam, werden op 20 december 1924 de kerken taalkundig verwijderd en mocht het getal 40 blijven gehandhaaft in de nieuwe officiele naam Kırklareli.

  • Het Hızırbey Complex - Aan het Plein van de Republiek in het centrum van Kırklareli staat dit uit een moskee en badhuis bestaande complex dat in 1383 werd gebouwd door Hızırbey Köse Mihalzade. De zogeheten Kadi fontein met de spitsboog werd in 1568 bij de moskee gebouwd. De gebouwen van dit complex werden in 1683 door Haci Hüseyin Aga gerepareerd en zijn nog steeds in gebruik.
  • Kale-Sur - De burchtruïne van Kale-Sur Kalintilari stamt uit de Byzantijnse periode en bestaat uit een aantal ruïnes van torens en muren.
  • Taş Tabya - 3 km ten noorden van de stad Kirklareli bevind zich de na de Turks-Russische Oorlog van 1877-1878 gebouwde verdedigingswerken van Mahmut Sevket Paşa. Ze werden onder zijn leiding tussen 1882 en 1890 gebouwd in opdracht van Sultan Abdülhamit II.
  • Ethem Onbaşilar Monument - Hier bevind zich ook de gedenknaald voor korporaal Ethem, die tijdens de laatste fase van de laatste Balkan-oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld en 1.5 uur alleen wist stand te houden tegen de Bulgaren.
  • Kapan Camii - In 1640 door Karaca Ibrahim Bey gebouwd en gerestaureerd in 1958.
  • Kırklar Şehitligi - In 1955 werd begonnen aan een de bouw van dit eigentijdse Kırkşehitler grafmonument dat in 1972 werd voltooid. Een soort open tempeltje van 18 rechthoekige marmeren kolommen voor de legendarische veertig Osmaanse strijders die in 1353 onder Gazi Suleyman Paşa Rumeli binnen drongen. Aan deze trijders wordt ook de traditie van de Kırkpinar van Edirne, de wedstrijden in het Osmaanse Olieworstelen toegeschreven
  • Het Kırklareli Museum - Dit stadsmuseum beslaat de bovenste verdieping en de kelder van een uit de 19de eeuw stammende villa.
  • Zincirli - Aan de Zincirli Kuyu Cd. (de weg van de Geketende Kuyu) bevind zich het Sufigraf van de Zincirler Babası, een heilige die als een waar boeienkoning keer op keer zijn ketenen wist af te schudden.

Van Kırklareli naar Eyüp Sultan en graf Sultan Süleyman

>Kırklareli - >Vize

Bestel de reisgids IstanbulBij Vize Çakıllı Ky. bevind zich de naar schatting 8 eeuwen oude Platanus x acerifolia.

Deze boom is 9,40 m hoog en heeft een omvang van bijna 3 meter! Tor de meest illustere bezoekers aan dit natuurmonument behoorde Hare Koninklijke Hoogheid prinses Irene der Nederlanden, voormalig echtgenoot van Zijne Koninklijke Hoogheid prins Carlos-Hugo de Bourbon-Parma.

Van Vize kan het twee kanten op: Vize, Edirkoy, Safalaan, Binkilic, Gumuspinar, Ciftlik, Basak, Orencik, Yazlik, Yassioren, Dursunkoy, Arnavutkoy, Pirincci, Kemerburgaz, Huzur (Ist).

Of, alternatief en meer zuidelijk: Saray, Cerkezköy, Catalca, Tahtakale, Altinsehir...


Istanbul


Istanbul: Sultanstrial Eyüp Sultan, Sultanstrial Süleymaniye-moskee (graf Sultan Süleyman), Via Contis Zindanhan en de Via Contis Küçük Ayasofya.

  • TIP VAN STAVROS: In Istanbul, aan de Istiklal Cad is een winkel die de 1:500 000 kaarten van Ryborsch verkoopt. Verkrijgbaar aan het begin van de winkelstraat, naast een grote winkel waar muziekinstrumenten worden verkocht. De meeste kaarten zijn in voorraad, en wat ze niet hebben is binnen een week besteld.

Zindanhan: Cafer Zindanı kerker-heiligdom


Sufipath Via Contis Zindanhan
Heiligdom Seyyit Cafer Zindanı (8ste eeuw)
Ragıp Gümüşpala Caddesi No. 2-5

Cafer Baba Zindani

De Via Contis Zindanhan bij de Galata brug was al in de Byzantijnse periode in gebruikt als een gevangenis. In de kerker bevind zich tot op heden het graf van Baba Cafer (Seyyit Cafer Zindanı).
Cafer was ambassadeur van de kalief van Bagdad, Haroen el-Rashid (ca. 766-809). Hij was naar Istanbul gekomen om de Byzantijnse keizer te vragen te stoppen met het afslachten van de moslims.

De Abbasidenkalief, bij ons vooral bekend door zijn optreden in de sprookjes van duizend-en-een nacht, onderhield wijdverspreide betrekkingen met de bekende wereld van zijn tijd. Zo werden er ambassadeurs uitgewisseld met Karel de Grote en de Keizer van China. Dit bevorderde flink de onderlinge handel via o.a. de zijderoute. Ook met India en de zuid-aziatische rijken o.a. Siam en Java knoopte hij betrekkingen aan. Alleen Constantinopel wenst vooralsnog geen diplomatieke betrekingen met de Kalief van Bagdad aan te gaan.

Als Haroen el-Rashid hoort dat de Byzantijnse keizer Constantijn VI zijn ambassadeur Cafer in de boeien heeft laten slaan, is hij ontsteld. En onderneemt in 781 een veldtocht tegen het Byzantijnse Rijk, waarbij grote overwinningen worden geboekt en de Byzantijse keizer snel Karel de Grote erkent als West-Romeinse keizer.

Constantijn zat opgescheept met een moeder, die geen afstand wilde doen van haar regentschap nadat zoonlief meerderjarig was geworden. En ontstond er strijd. Hij steunde daarbij op de troepen uit het Oosten en wist op die manier te troon te bestijgen in 790. Toen hij zijn vrouw de laan uit stuurde en zijn nieuwe vriendin met groot vertoon keizerin liet kronen, liet de kerk zich opstoken door zijn moeder om tegen de overspelige keizer in opstand te komen. Als Constantijn door de soldaten van de patriarch is gegrepen, laat zijn moeder Irene hem blind maken, zodat hij niet kan zien dat de keizerskroon weer opzette in 797.

Berichten uit die tijd zijn het niet eens wat er met Constantijn gebeurde nadat mama het de ogen had uitsgestoken. Een aantal beweerd dat hij, waarschijnlijk een paar dagen later, aan zijn verwondingen zou zijn overleden.
De legende wil dat de blinde ex-keizer de kerker met Cafer moet delen. Die Constantijn verpleegt. Als zijn moeder Irene hoort dat haar zoon zich tot de islam zou hebben bekeert, laat ze zowel Constantijn als Cafer discreet ombrengen.

Als de kalief hoort dat Cafer dood is, dwingt hij de Byzantijnen jaarlijks een aanzienlijk hogere schatting aan hem te betalen om de vrede te bewaren.

De nog jonge ambassadeur van de Kalief werd begraven onder de kerkervloer door de gevangenbewaarder die moslim was geworden. Deze man, van wie alleen de naam Ali bewaard is gebleven, zou 'de geheime leer' van Seyyit Cafer Zindanı kennen en hebben doorgeven aan zijn collega-bewakers. Hieruit zou nog voor Sultan Mehmed II de stad veroverd, de Zindanıye Sufi's zijn ontstaan als geheime tak van de machtige Khalwati orde. Na de inname van de stad op 29 mei 1453 wordt het graf van Cafer Zindanı een belangrijk genadenoord. Hij was namelijk de eerste moslim die binnen de muren van Constantinopel werd begraven.

De latere Sultans wilde Cafer Zindanı een groots mausoleum bouwen, maar de gevangenbewaarders weigerde het graf af te staan. Daarna werd de Zindanhan een vrouwengevangenis en vertrokken de Zindan Sufis naar een tekke in de omgeving.

Het had niet veel gescheeld of burgemeester Dalan had in 1984 de Zindanhan gesloopt om zijn Plan Groene Gebieden rond de Gouden Horn te verwezenlijken. Dankzij een beschikking van het Hof van Cultuur werd zijn onteigening geanuleerd op grond van wet nr. 2863, de bescherming van cultureel en natuurlijk erfgoed. Zie hier de beschikking uit 1993. En werd de Zindanhan gerestaureert.

De Via Contis Genade-kerker heeft nu een aparte ingang in de twee etages tellende bajes, die tot 2012 is verhuurd aan de Storks juweliers.

Na de restauratie herinnert weinig nog aan het voormalig Griezel-Heiligdom. Keurige tapijten bedekken de gerestaureerde kerkervloer. Een kristallen kroonluchter bestraalt het strak groene laken over het graf van Cafer Zindanı


Süleymaniye-moskee


Sufipath Sultanstrial De sultan Süleyman wilde graag een moskee die minstens zo mooi was als de Aya Sofya. Met deze moskee kan de sultan tevreden zijn. Zijn Süleymaniye is het absoluut hoogtepunt van de Osmaanse architectuur, ook al is hij iets kleiner dan Aya Sophia. Door de locatie boven op een heuvel, geeft het de indruk dat de moskee de grootste van de stad is. Sinan bouwde de moskee met veel ramen en een grote marmeren binnenplaats.

De moskee heeft veel bijgebouwen. Het graf van de Sultan bevind zich achter de moskee. Verder is er een bibliotheek met vele manuscripten. Ook is er een niet meer functionerende Cannabissteeg, waar vroeger naast de softdrugs hasj (esrar) ook het verslavende afyon (opium) werd verkocht.

Bij het graf van Süleyman eindigd de Sultanstrail. Op het Nederlandse Consulaat ontvangen de delnemers hun certificaat.

Credential Sultanstrail

Maar net als dat de Santiagogangers na het graf van Jacobus te hebben bezocht, nog even doorliepen naar Finesterrea, zo kunnen de Sultanwalkers na de Tombe van Sultan Suleyman de Grote even doorlopen naar de Küçük Ayasofya (De kleine Hagia Sophia).

De plek waar de Via Contis Via Comitis van Graafs Dirk III van Holland en het Sufipad samenkomen en houders van de Sufipass hun stempel voor Istanbul halen, verreist voor het certificaat dat in Konya wordt verstrekt.

De kleine Hagia Sophia ligt bij het einde van de Via Contis Hippodrome, schuin achter de Blauwe Moskee van Sultan Ahmed.

Volg de Nakilbent Sk. in de Kaleci Sk. Ga gelijk na de moskee aan de linkerzijde de smalle straat links in die naar de ingang van het hof van de Küçük Ayasofya gaat. De spoorlijn (naar het Sirkeci Station) loopt tussen ze zuidelijke muur van de kerk en de Zeemuur

activepath


Küçük Ayasofya


  • Hoca Ahmet Yesevi Vakfı
    Küçük Ayasofya Mah.
    Kadırga
    Eminönü (Sultanahmet) Istanbul

De plaats waar je in historisch Istanbul de Sufipass voor het Sufipad kan laten stempelen. De Küçük Ayasofya ligt in de Kadırga-wijk (Eminönü) aan de zuidzijde van Istanbul.

De Via Contis Küçük Ayasofya is de voormalige kerk van de Romeinse loverboy-soldaten Sergius en Bacchus. In 1509 gaf sultan Bayezid II opdracht van de verlaten kerk een moskee te maken. Het atrium werd vervangen door een peristile, en een hof met een Tekke werd gebouwd. De vroegere kerk van Sergius en Bacchus is tot op de huidige dag in gebruik als moskee.

Sufipath Links in de tuin is het graf van de Kesikbaş (onthoofde) Hüseyin Ağa, een Sufi die hier een school liet bouwen, de Hüseyin Ağa Medrese.

activepath

 

Buy now at Lulu.com Click here to buy this book now

In Nederland schreef Mohamed el-Fers de eerste biografie van Mevlana (op dit moment uitsluitend nog in de Engelse editie verkrijgbaar), werd de Mesnevi van Mevlana Rumi in het Nederlands vertaald door Abdulwahit van Bommel en heeft ook Sipko den Boer veel teksten van de mysticus in het Nederlands vertaald. Luister ook naar de Mevlana uitzending van De Wandelende Tak van de VPRO met muziekjournaliste Saskia Törnqvist

Cafer Baba Zindani Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch MokumTV of Amsterdam


Linkler