Home

Cafer Baba Zindani Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch Sufipath Istanbul, Capital of Culture Oostenrijksche Sultanmarsch MokumTV of Amsterdam

De Via Comitis

Via ComitisDat individuele middeleeuwers de tocht naar Jeruzalem ondernamen, en daarbij dankbaar gebruik maakten van de faciliteiten voor de islamitische pelgrims ligt voor de hand. De reizen naar Jeruzalem waren in de middeleeuwen in Europa zeer strak geregeld. Al bleven er natuurlijk onvoorziene omstandigheden, over het algemeen werd de pelgrim goed beschermd door regelgeving, inclusief in islamitische landen.

De Hollandse Graaf Dirk III (981-1039) staat in de 12e-eeuwse Annalen van Egmond vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Hij moet een reus van een kerel geweest zijn. Onderzoek van het gebeente van zijn zoon Floris I wees uit dat deze de in die dagen opvallende lengte van 2.10m had. De appel moet niet ver van de boom zijn gevallen.

Dirk III is vijf jaar als zijn vader, Arnoud van Gent, Graaf van Holland, sneuvelde tijdens één van die 'boerenopstanden', die zich in de oudste geschiedenis van het Hollandse graafschap met een zekere regelmaat voordeden. Zijn moeder, Liutgarde van Luxemburg, zus van de machtige Duitse keizer Hendrik II, nam het bestuur over Holland voor de peuter als regentes waar.

Graaf Dirk is al meerderjarig als zijn graafschap Holland wordt bedreigd door aanvallen van de Friezen. Daarom doet Dirk een 'promessa', een belofte aan God. Als God Holland red van de Friezen, maakt hij als dank een bedevaart naar Palestina.

Inplaats van op hemelse hulp te wachten, roept zijn moeder de hulp in van haar broer, de Heilg Rooms Keizer. Die vertrekt met een leger vanuit Utrecht per schip naar het Friese gebied om ze in de winter van 1004/1005 flink te straffen voor hun aanvallen.

Gelijk daarop, in het voorjaar van 1005, geeft Dirk III het bestuur van Holland tijdelijk uit handen aan zijn moeder en zijn broer Sicco. Zo kon Dirk zijn 'promessa' in lossen en op bedevaart vertrekken. Sicco krijgt een kasteel bij Santpoort en staat te boek als de stamvader van het geslacht Van Brederode.

De tocht van Dirk III werd opgenomen in de Sufi-camino, die als activiteit in 2003 werd gelanceerd als Europese wandelroute.

Güngör: Dat is min of meer de tocht die de toen 24-jarige Graaf Dirk III van Holland in het jaar 1005 maakte. Dat jaar bezocht hij Istanbul, Konya en Antakya. Niet als kruisvaarder, zoals zijn nakomelingen als Floris II zouden doen, maar als vreedzame pelgrim. Op weg naar Palestina. Waarmee Dirk III de oudst bekende Nederlandse bezoeker aan het huidige Turkije is.

De late middeleeuwen waren een bloeiperiode voor de pelgrimage naar het Midden Oosten. Dirk III was een pionier, want pas tussen 1300 en 1599 nam het aantal pelgrims gigantisch toe. Met een absolute top in de tweede helft van de vijftiende eeuw.

In Jeruzalem kon het Johannieterhospitaal plaats kon bieden aan zo’n 9000 pelgrims, het Sionsklooster van de franciscanen kon zo;n 7000 pelgrims kwijt. Bij topdagen als Pasen bleek dat niet toereikend te zijn, zo weten de ui de op schrift gestelde reisavonturen waardoor wij nu weten hoe zo’n pelgrimage in z’n werk ging en welk plekken bezocht werden. Dankzij deze reisdagboeken kon de wereld van de middeleeuwse Europese Jeruzalemganger herleven. En de daaruit vloeiende contacten met andersgelovigen. Want Jeruzalem was ook voor moslims een zeer prijzendwaardig reisdoel.

Zoals de Christenen de Hemelvaart van Jezus vieren, zo doen de moslims met de Hemelreis van de profeet Mohamed.

De Hemelvaartskerk toont de voetafdruk die Jezus heeft achtergelaten toen hij vanaf de Olijfberg werd'omhooggeheven en opgenomen in een wolk'. Hemelsbreed zo'n 700 meter van de Gouden Koepel van Omar, gebouwd over de voetafdruk in de rots te die Mohamed achter liet toen hij de hemeltrap besteeg.

Een miraculeuze gebeurtenis die op de 27ste van de islamitische maand rajab plaats had en bekend staat als de Gezegende Nacht, de Lailat al-Mi'raadj.

De profeet Mohamed werd door de aartsengel Gabriël bij de arm genomen, toen hij lag te slapen voor de moskee van Mekka. Voor de poort van de moskee stond een wit paard met vleugels aan zijn hoeven, waarmee Buraak samen met Mohamed en Gabriël naar de Tempelberg van Jeruzalem vloog. Daar zaten Mozes, Jesaja, Jezus en nog andere profeten. Na met hen gebeden te hebben klom Mohamed met behulp van een ladder, een mi'raadj, naar de zeven hemelen. In de zevende, hoogste hemel zag hij God, de allerhoogste. Daarna keerde hij terug naar Mekka.

De datum (data?) van de tocht van Dirk III zijn niet onomstreden. De 12e-eeuwse Annalen van Egmond vermelden geen reisdata van deze Jeruzalemganger. Twee eeuwen later noemt de 14e-eeuwse geschiedschrijver Johannes de Beke 1030 als het jaar van Dirks legenadrische tocht. Dit is niet in overeenstemming met de gebeurtenissen in 1005, maar er zijn aanwijzingen dat dit de tweede keer was dat Hierosolymita het Heilig Graf bezocht.

Via Venetia

De rijkere Europelgrim kon in Venetië een standaardreis ‘boeken’, inclusief gegarandeerde plaats aan boord van een schip dat werd gecontroleerd door Venetiaanse opzichters. Deze controlleerde de prijs, de slaapplek en de aanwezigheid van voldoende voedsel en drank aan boord. Voldeed een schipper niet aan de eisen, dan werd hij op de vingers getikt of uitgesloten van deelname aan pelgrimsvervoer.

Zowel in Venetië als Istanbul waren gespecialiseerde winkeltjes waar alle benodigdheden voor een pelgrimage te koop waren, of zelfs te huur. De reismatras bijvoorbeeld, kon na terugkomst weer ingeleverd worden in de winkel.

 

Sufipass and map of Turkey

Ga naar het (Engelstalig) Sufipath forum:
http://sufipath.activeboard.com/


In de voetsporen van Graaf Dirk III


Sufipath to KonyaDirk III volgde ongetwijfeld de vaste route via Keulen, Regensburg, Edirne, Istanbul en Konya. Grote delen van deze tocht zijn te reconstrueren.

Maar regelmatig doeden zich alternatieve reismogelijkheden voor. Reisde Dirk na Regensburg over de Alpen naar Venetië, waar hij inscheepte naar de oude stad Ragusa (Dubrovnik)?

Het was een vaak gebruikte route. Dubrovnik bleeft tot twee eeuwen na de komst van Dirk III een Byzantijnse havenstad. Uiteindelijk zo belangrijk voor deze tocht en de handel, dat Dubrovnik in 1205 werd veroverd door Venetië. Van hier zou Dirk verder naar Adrianopel (Edirne) kunnen zijn getrokken.

Waar het graf van de apostel Jacobus in Noord Spanje het einddoel is van de Camino de Santiago, zo voert het Sufipad naar de laatste rustplaats van Mevlana Rumi in het Turkse Konya. En er zijn plaatsen waar het Sufipad en de Camino de Santiago elkaar kruisen. Maar ook opgaat in lange-afstans-paden als de Via Comites, het historische Sultanspad of de Österreichische Sultanmarsch.

Click here to buy this book now

De Via Comitis - Gravenroute

 

Statie: Santpoort


Ruïne van Brederode. Velserenderlaan 2, 2082 Velsen

Vlak voor hij zijn eerste pelgrimstocht bego, schonk graaf Dirk III dit kasteel dat aan zijn broer Sicco van Teylingen. Wat er van rest in Santpoort-Zuid wordt al weer heel wat eeuwen als de Ruïne van Brederode aangeduid. Of eigelijk schonk Dirk een stuk bosgrond (Brede Roede) dat gerooid werd, waarop Sicco zijn woontoren, bouwde.

De basis voor de huidige huidige ruïne stamt uit de tweede helft van de 13de eeuw. Gesticht door Willem van Brederode (1215 - 1285) Heer van Teylingen. Afstammeling van Sicco, de broer van graaf Dirk III van Holland.

Zijn Kasteel Brederode vormde onderdeel van de hoge Heerlijkheid Brederode. De woontoren. werd rond 1300 afgebroken, zodat Dirk II van Brederode een meer bij zijn geslacht passend vierkant ridderkasteel kon laten optrekken. Het kasteel werd in 1351 bij een belegering zo zwaar beschadigd, dat het werd gesloopt. Drie jaar later, in 1354 is het, geheel volgens de modernste inzichten, weer herbouwd. Tijdens de opstand van het Kaas- en Broodvolk in 1492 werd het kasteel geplunderd door Duitse soldaten. Na het verlies van de Watergeuzen in de Slag op het Haarlemmermeer moest Haarlem zich in 1573 na het beleg van Haarlem overgeven aan de Spaanse soldaten. Hierbij werd Lancelot van Brederode onthoofd en zijn kasteel geplunderd en in brand gestoken. In 1679 stierf Wolfert van Brederode, de laatste heer van Brederode en viel de ruïne ten prooi aan het oprukkende stuifzand van de duinen. In de 19e eeuw was de ruïne één van de eerste bouwwerken die in opdracht van de staat werd gerestaureerd.

Statie: Spaarndam

Spaarndam was een van de eerste beschermde dorpsgezichten in Nederland. Spaarndam ontstond rond een dam bij de monding van het Spaarne in het IJ, die Graaf Floris V van Holland hier in 1285 liet aanleggen. Het plaatsje leefde van de tol bij deze dam, en vooral ook van de visserij. Het gedeelte op de linkeroever van het Spaarne (Spaarndam-West) is het oudste: hier bevindt zich een schilderachtig haventje, waar overigens geen schepen meer komen. Op de IJdijk wordt de voortdurende strijd tegen het water gesymboliseerd door het beeldje van Hansje Brinker. Hansje was een figuur uit een Amerikaans boek, die het land behoedde voor overstroming door zijn vinger in een gat in de dijk te steken. Het beeldje is door de plaatselijke VVV geplaatst.

Aan een pleintje onder de IJdijk staat de hervormde Oude Kerk. Hier trouwde de Haarlemse schilder Frans Hals, al was het niet in deze kerk, die werd herbouwd in 1627 na een hevige storm. In de kerk is de grafsteen van de beroemde waterbouwkundige Nicolaus Samuelis Cruquius (1678 - 1754) te vinden, die hier op 5 februari 1754 stierf. Naast landmeter, waterbouwkundig plannenmaker en cartograaf, geldt Cruquius tevens als een van grondleggers van de meteorologie. Naast de kerk bevindt zich een oud kerkhofje. Aan deze kant van de dijk lopen smalle wandelpaadjes langs de huizen.
Even buiten het dorp bevinden zich twee forten, die deel uitmaken van de Stelling van Amsterdam: het Fort Benoorden Spaarndam en het Fort Bezuiden Spaarndam. Vlakbij Spaarndam-Oost staat de windmolen De Slokop, die vanaf Spaarndam-West goed te zien is.


 

Santpoort - Spaarndam
(5 km– ca. 1 uur)

Begin: Ruïne van Brederode. Kasteel dat Dirk III gaf aan zijn broer Sicco van Teylingen.
Eind: Spaarndammer Grote Sluis, Haarlem

Route
beschrijving

  1. Vertrek van Ruïne van Brederode (Velserenderlaan 2, 2082 Velsen) in noordoostelijke richting op de Velserenderlaan naar Middenduinerweg, na 0,4 km
  2. Sla rechtsaf bij Middenduinerweg, na 1,0 km
  3. Flauwe bocht naar rechts bij Pastorieweg na 0,1 km
  4. Sla rechtsaf bij Burgemeester Enschedelaan. na 0,2 km
  5. Sla linksaf bij Wustelaan , na 69 m
  6. Neem op de rotonde de 1ste afslag naar Hoofdstraat, na 51 m
  7. Sla rechtsaf bij Slaperdijk, na 0,4 km
  8. Flauwe bocht naar rechts om op de Slaperdijk te blijven. na 11 m
  9. Ga verder op Slaperdijkweg, na 2,3 km
  10. Ga verder op Visserseinde, na 0,2 km
  11. Ga verder op IJdijk, na 0,2 km
  12. Sla rechtsaf en na zo'n 70 m staat u op de Grote Sluis van Spaarndam met haar historische haven.

stamp

Op lemen voeten dagwandeling Haarlem Santpoort


Haarlem-Istanbul 2750 kilometer

Sedat Çakir begint op 25 april 2009 zijn tocht in Zandvoort, en loopt via het Visserspad naar de Hoofdwacht op de Grote Markt van Haarlem. Waarschijnlijk de plek waar graaf Dirk III naar Konya en Jeruzalem vertrok. De Grote Markt was eeuwenlang de vertrekplaats voor Hollandse pelgrims naar het Heilig Land. In de musea hangen legio groepsportretten van deze Jeruzalemgangers. Die vrijwel allen via Edirne, Istanbul en Konya reisden.

Sedat Çakir hoopt deze 2750 kilometer in 110 dagen via Duitsland, Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Bulgarije te lopen. Het deel van Sufipad tussen Edirne en Istanbul, het zogeheten Sultanspad, is sind 25 april live te volgen op

.

Dirk III in Istanbul

Dirk III trok via Keulen en Regensburg naar Adrianopel (Edirne). In Edirne betrad hij Het Sultanspad tot in Istanbul.

Bestel de reisgids Istanbul


ISTANBUL


Volgens de volkstelling van 2000 waren er 2691 actieve moskeeën in Istanbul. Dit buiten de honderden tomben en andere heilige plaatsen. Waaronder die van de Sahabe (De metgezellen van de Profeet Mohamed) en een aantal opmerkelijke Sufiheiligen als Cafer Zindanı. Zie de complete lijst van de Istanbulse Tombes

Istanbul is eeuwenlang het centrum van religie. De eerste moskee werd gebouwd in Kadikoy op de Aziatische zijde van de stad, die door de Osmanen in 1353 werd veroverd. De eerste moskee aan de Europese kant van Istanbul werd gebouwd in de Rumeli Castle in 1452.

Istanbul was het definitieve zetel van het islamitisch kalifaat vanaf 1517 tot het kalifaat in 1924 door Ataturk werd afgeschaft. Hetgeen tot ver buiten de grenzen van het voormalige Osmaanse Rijk tot heftige onlusten en protesten tegen de Turken leidde. Als Zetel van het Kalifaat herbergde Istanbul de belangrijkste islamitische relikwieen, waaronder de topstukken, bestaande uit de persoonlijke bezittingen van de profeet Mohamed en de eerste kaliefen, Ze worden tot vandaag de dag bewaard in het Topkapi Paleis, de Eyup Sultan moskee en in verscheidene andere moskeeën van Istanbul.

IN HET TOPKAPI PALEIS

  • De schedel van Johannes de Doper

  • Voetafdruk, vaandel, mantel, brief, zegel en verschillende baardharen van de profeet Mohamed.

  • Zwaarden en kledingstukken van de Eerste Vier Kaliefen van de Islam: Abu Bakr, Osman, Omar en Ali.

SULTAN AHMED (BLAUWE MOSKEE)

  • Fragment van de Zwarte Steen van Mekka.

Een stuk van de allerheiligste Zwarte Steen van de Kaaba van Mekka bevind zich in de Sultanahmet Moskee, gebouwd aan het begin van de 17 e eeuw op bevel van Sultan Ahmed I.


Tombe Baba Cafer Zindanı (Eminönü)


  • Baba Cafer Tombe, Zindan Han'ın içindedir. / EMİNÖNÜ
    Seyyit Cafer Baba Zindanı leefde in de tijd van de Abbasieden kalief Harun el-Rashid (789-809). Het heiligdom bevond zich in de stadsmuren van Istanbul, in de gevangenistoren naast de Zindankapı-poort aan de Gouden Hoorn. Deze gevangenis (Zindan) heeft vanaf de Byzantijse tijd tot het jaar 1831 dienst gedaan. Vanuit deze gevangenis grenzend aan de zee werden duizenden criminelen geëxecuteerd. Ook werden hier gevangengenomen vrouwen levend met stenen aan hun voeten in zee geworpen.

De Baba Cafer Zindanı Türbe was oorspronkelijk een waterput, waarover met houten vloer was geplaats en een ijzeren hek over het graf. Via vijf kleine gaatjes in het dak viel hier licht binnen. Het bezoeken van dit heiligdom was een beetje spookachtige aangelegenheid. Stoute kinderen werden vroeger steevast met een kaars de duistere galerij ingestuurd om bij de schaarse flikkering de kerker met het graf van Cafer op te zoeken om er de dua (een beschermingsformule) te zeggen. De cultus rond het graf van Cafer Zindanı was bijzonder populair onder gevangenbewaarders en Sufi's van de Sıddıkiye Tarikat.

Cafer ZindaniEvliya Çelebi en Hoessein Hafez geven enige informatie over het leven van Seyyit Cafer de Kerkerheilige.
Cafer was geboren in Bagdad. In de Byzantijnse periode hadden de moslim-Arabieren uit de buurt Samatya een conflict met de inheemse Grieken. Er werden tientallen moslims gedood, hun lichaam bleven dagen lang in de straten liggen. Seyid Cafer was als ambassadeur van de kalief naar de keizer in Istanbul gekomen met het verzoek om te stoppen met dit geslacht, en de lijken te mogen begraven. Vanwege dit verzoek werd Cafer in de gevangenis gegooid. Op wonderbaarlijke wijze weet Cafer zich steeds te ontdoen van zijn kettingen. Maar de gevangenisbewaarder weet hem keer op keer te vatten. Zonder de soldaten van zijn vluchtpoging op de hoogte te brengen, wat hem zeker de kop zou hebben gekost. Uiteindelijk wordt Cafer door een soldaat in bed zijn gewurgd.
Normaal zou zijn lijk voor de honden zijn geworpen, maar de gevangenisbewaarder is inmiddels moslim geworden, en deze Ali begroef Seyyit Cafer in het geheim in een van zijn kerkers.
Hierdoor was Cafer de allereerste moslim die in de latere hoofdtad van het Kalifaat werd begraven. De volgelingen van Cafer verenigde zich op plaatsen die Siyah-Chal werden genoemd, letterlijk Perzisch voor "Zwarte Put" en het gebruikelijke woord in de Perzische taal voor "kerker".

Het graf van Cafer de Kerkerheilige werd een plaats van wonderen. Kinderen van drie tot vier jaar die er niet in slaagden te lopen, werden voor genezing naar het graf van Cafer gebracht. Maar het werd ook de plek waar ondeugende jongens, of knapel die maar niet wilden deugen naar toe werden gebracht. Om daar op slag te veranderen in correcte knapen. Maar dit nu kwam door de afschrikwekkende dreiging met de gevangenis of door de magische uitstraling van het graf?

In het Osmaanse Istanbul werden overspel en prostitutie gezien als de belangrijkte oorzaken voor cholera en pest. En strikt vervolgd. Voor de hoeren in de de kerker werden gegooid, werd minitieus de datum van opnamen en plaats van misdrijf genoteerd. Zo kennen we de straten, buurten en zelfs de binnenplaatsen van moskeeen waar deze vrouwen opereerden tot ze werden gearresteerd. Ze werden opgesloten, tot de Imam van de vrouwen in de prostitutie aan de politie melde dat zij berouw hadden getoond. Berouw en de verklaring van een eerbiedwaardige imam maakte het mogelijk dat ze op borgtocht werden vrijgelaten. Er werden ook imams veroordeeld en in ballinschap gezonden, omdat ze zich lieten betalen voor hun getuigenis.

In 1826 werd de naam van de stadspoort met gevangenis veranderd in Bab-ı Cafer.

In 1881 werd het kerkerheiligdom geheel gerenoveerd. Naast familieleden van gevangenen die bij Seyid Cafer om hulp komen smeken, zoeken rond die tijd ook vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen hun heil bij Baba Cafer. Ze laten bundeltjes babykleding achter bij het graf, die ze weer ophalen als ze hun eerste kind hebben gekregen. Dan branden ze kaarsen om Seyyit Cafer Zindanı te danken.

In 1924 ging het heiligdom op slot. Later zou een inscriptie op de toegansdeur in Latijns alfabet worden aangebracht die met de vermelding 1298 (1881) als bouwjaar van de rechthoekige Baba Cafer Türbe. In 1990 werd begonnen met een tien jaar durende restauratie van het graf van Vader Cafer van de Kerker door het ministerie van Cultuur. Nu verlichten kroonluchters de ooit duistere kerker en is de bodem bedekt met tapijt.
De bovenste etages van deze historische gevangenis met heiligengraf zijn niet langer toegankelijk. Dit gedeelte is door de Stichting verhuurd aan een juwelier en doet dienst als opslagruimte.

Jammer, want de geschiedenis van misschien wel een van de beruchtse gevangenissen van zowel het Byzantijnse als Osmaanse Rijk zou belangstellende uit de hele wereld trekken.


Küçük Ayasofya met de tombe van Kesikbaş Hüseyin Ağa

KucukayasofyaOp 200 meter van het touristisch schiereiland met de Blauwe Moskee ligt tussen de zeer smalle straatjes een oase van rust. De Küçükayasofya (Kleine Hagia Sophia) en de daarvoor liggende Sufiklooster. 's Zomers bloeien de bloemen in de lommerrijke tuin en klinkt dan Sufimuziek. Een plek die de sfeer ademt van het oude Istanbul.

Naar alle waarschijnlijkheid verbleef de Hollandse graaf Dirk III, zoals de meeste pelgrims in die dagen, rond de kerk die nu bekend staat als de Küçük Ayasofya (De kleine Hagia Sophia). Hier vlak bij moet hij de Bosporus hebben overgestoken om in Azië te belanden.

Wat maar weinigen weten, is dat deze tekke een voormalige Frankische Gevangenis uit de periode van het Latijse Keizerrijk is. De resten van deze oude gevangenis (Eski Fransız Hapishanesi) zijn nog goed zichtbaar in de muren bij de hoofdingang.

Meestal kom je via de zijingang binnen. Langs de tombe van Kesikbaş Hüseyin Ağa, de onthoofde eneuch die het tot Darüssaade Ağası (toezichthouder van de sultan's harem) schopte. Zijn graf is ten noorden van het gebouw.

Hüseyin Ağa was afkomstig uit een dorp in de omgeving van Amasya en een van de vertrouwelingen van sultan Bayezid II vanaf de tijd dat deze als kroonprins gouverneur van Amasya was. Hij volgde Bayezid naar Edirne, en toen deze Sultan werd, kwam Hüseyin Ağa mee naar Istanbul.

Het liep dus niet best af met Hüseyin Ağa, de man die de verbouwing van de verlaten Byzantijnse kerk tot moskee bekostigde. Ook liet hij de oude Frankisch-Byzantijnse gevangenis ombouwen tot zaviye en medrese cellen en een schitterende marmeren achthoekige fontein op de binnenplaats bouwen.

Hij stief zonder hoofd, want zijn graf vemeld dat het hier gaat om Kesikbaş (hoofdloze) Hüseyin Ağa. Hüseyin verloor zijn hoofd toen de Sultan er achter kwam dat hij een klacht over belasting-ontduiking achter had gehouden. Toen konden zelfs zijn jarenlange vriendschap met de Osmaanse heerser hem niet redde. De wetten golden voor iedereen, zonder uitzondering. Het moet de Sultan wel pijn hebben gedaan, want hij liet dit kostbare graf als eerbewijs bouwen kort na de onthoofding in 1510.

In 1925 werd Sufisme verboden en werd men Tot men gedwongen de poort te sluiten. De achthoekige marmeren historische fontein in het midden van het atrium werd verwijderd in 1938.

Eeuwen lang stond de tekke bekend als de Medresse van Kesikbaş Hüseyin Ağa. Dit werd na een renovatie aan het eind van de vorige eeuw officieel veranderd in Cultureel Centrum Burgemeester Ali Müfit Gürtuna. Dit cultureel centrum wordt gehuurd door de Stichting Yesevi, opgericht door Erdoğan Aslıyüce. In de voormalige cellen zitten naast zijn Yesevi-uitgeverij beoefenaars van traditionele ambachten als papier-marmeren, kalligrafie, porselein schilderen, houtsnijwerk etc. De gevangenistekke huist verder een cafetaria.

Kesikbaş Hüseyin Ağa Tombe,
Küçük Ayasofya,
İshak Paşa Mah.
Cankurtara

Hoe te bereiken?
Vanaf de Sultanahmet tramhalte in Eminönü is de Küçükayasofya te voet te bereiken. Via de kustweg volg de borden Sultanahmet en ga na de spoorweg onderdoorgang links en je ziet de Küçükayasofya al liggen. Er zijn verschillende parkeerplaatsen in de buurt van de moskee.

More in Turkish on the Küçükayasofya from Arkitera.com


Don Joseph Nasi - Hertog van Naxos

Don Joseph Nasi (circa 1505-1579) werd geboren als Juan Mendez in Spanje. De meeste Spaanse joden die trouw wensten te blijven aan hun oude geloof, waren in 1492 het het Spanse Rijk verdreven. Slecht een paar families werd toegestaan om te blijven, mits zij het katholicisme als het Ware Geloof hadden aanvaard. Ze werden Maranos genoemd. In voortdurende angst voor de Inquisitie bleven ze trouw aan de joodse gewoonten en geloof. Onder deze waren ook de drie broers Nasi, die hun naam had veranderd in Mendez.

De jongste broer was Joseph's vader. Hij overleed toen Jozef nog erg jong was. De wees werd opgevoed door zijn twee ooms. Toen deze naar Lissabon, Portugal vluchtte, en namen hun jonge neef met hen mee.

De Mendez familie waren bankiers. Ook in Portugal moesten ze hun joodzijn geheim houden. Omdat het leven voor de joden in Antwerpen iets makkelijker leek, had de Mendez familie een filiaal geopend in Antwerpen met de hulp van familielid Rabbijn Abraham Benveniste. Toen de gevreesde Inquisitie ook in Portugal actief werd, besloot de Mendez-familie te verhuizen naar Antwerpen.

In de tussentijd was Francesco, de oudste van de broers, overleden. Zijn slimme en beroemde vrouw Donna Gracia, nam het beheer van het familiefortuin en bankhuis over. Onder haar zorg kreeg de jonge Joseph de best mogelijke opleiding.

Kort na de vestiging in Antwerpen stierf de laatste van de drie Nasi-Mendez broers, Diego. Don Joseph Nasi-Mendez was nu oud genoeg en in staat het beheer van de grote bancaire huis over te nemen. In de loop van de tijd kwam, Don Joseph in contact met de hoogste adel en koninklijke huizen van veel Europese landen. Willem van Oranje was een goede vriend in Antwerpen. .De koning van Frankrijk leende hij een grote som geld. Een andere klant was Maria van Hongarije (1505-1558), de in Brussel geboren regentes der Nederlanden en zus van keizer Karel V. In 1522 was Maria met Lodewijk II van Hongarije in de echt verbonden. Slechts vier jaar later sneuvelde Lodewijk tijdens de gevechten tegen Süleyman I in de Slag bij Mohács (29 augustus 1526). De 21-jarige Maria nam daarna het regentschap in Hongarije waar tot aan de kroning van haar broer Ferdinand. Ze zou nooit meer hertrouwen. Na de dood van haar tante Margaretha van Oostenrijk in 1530 werd Maria door haar broer Karel V aangesteld als landvoogdes van de Nederlanden. Hoewel zij op godsdienstig gebied een voor die tijd vrij gematigd en opportunistisch standpunt had ingenomen - meermaals werden haar Luthersgezinde sympathieën toegeschreven - liet zij de strenge plakkaten tegen de ketters van haar broer Karel V wel toepassen. En overlaadde Don Joseph met onderscheidingen.

Je zou kunnen denken dat Don Joseph veilig was bij zijn tante in Antwerpen, maar de Inquisitie had lange armen. Haar agenten waren ook actief in de Nederlanden. De familie Mendez hadden in het geheim een eigen synagoge laten bouwen en ondersteunde de ongelukkige joodse vluchtelingen uit Spanje en Portugal.

Dankzij de aard van hun bedrijf wist de familie Mendez hoe de joden in de verschillende landen leefden. Van alle landen waar joden leefden, vonden ze dat die in het Osmaanse Rijk, onder het bewind van islanitische sultans, het best er aan toe waren. Er bevonden zich joden onder de vrienden en adviseurs van de Sultan Suleyman, en joodse handelaren genoten daar meer vrijheid dan in alle Christelijke landen bij elkaar. Donna Gracia en Don Joseph Nasi besloten dan ook te verhuizen naar Turkije.

Hoewel ze hun plannen strikt geheim hadden weten te houden, kostte het enkele jaren en een goed deel van hun fortuin voor dat ze Antwerpen in het geheim konden verlaten. Karel V laat alles wat Don Joseph en zijn tante niet uit Antwerpen konden meenemen in beslag nemen.

Ze bereikte Venetië in 1549 onder de aangenome namen Juan Miguel en Beatrice de Luna. Door een onvoorzichtige opmerking van een familielid van Donna Gracia werd hun identiteit bekend. Donna Gracia wordt gevangen gezet en alle bezittingen in beslag genomen. Don Joseph wist met de rest van de familie te ontsnappen naar Ferrara.

Er was de nodige opwinding in de hoge kringen van veel landen toen het verhaal van Donna Gracia en Don Joseph bekend werd. De koning van Frankrijk, die een grote som geld schuldig was, verklaarde zijn schuld nietig. Hij had geleend van "christenen", zei hij, niet van Joden. Andere notabelen die leningen bij het bankiershuis Mendez hadden gebruikte ditzelfde schaamteloze argument.

Don Joseph stuurde vanuit Ferrara een brief zijn goede vriend Rabbijn Moshe Hamon, de persoonlijke arts van Sultan Suleiman. Die verteld het de Sultand. Deze heeft weinig tijd nodig zich te realiseren wat een zegen het voor zijn land zou zijn om zulke kundige joden in haar midden te hebben. Suleyman stuurde een speciale gezant naar Venetië en dreigd op te treden als Donna Gracia en haar bezittingen niet worden vrijgegeven.

De Raad van Venetië liet Donna Gracia onmiddellijk vrij, maar het duurde meer dan twee jaar voor zij het geconfisqueerde bezit weer terug heeft. In Ferrara wordt openlijk het joodse geloof beleden, omdat de hertog van Ferrara de Inquisitie niet toestond dat haar beruchte werk te doen in zijn domein. In het hart van het middeleeuwse centrum, dicht bij de kathedraal en het Castello Estense liggen enkele synagoges uit deze tijd. In 1552 zeilde een aanzinlijk deel van de Maranos in Ferrara naar het Osmaanse Rijk. Vanaf 1627 tot 1859 leefden de Joden van Ferrara gescheiden van de rest van de bevolking in een ghetto.

Voor Don Juan Miguel Mendez begon in Turkije een nieuw leven onder zijn echte joodse naam Joseph Nasi. De briljante jonge bankier trouwde met zijn nicht Reyna, dochter van tante Donna Gracia. Het duurde niet lang voor hij zijn na zijn vlucht uit Antwerpen onderbroken internationale werkzaamheden had hervat.

Maar Joseph Nasi had genoeg van de risicovolle activiteiten van bankieren. Zijn bedrijf werd omgezet in een handelshuis. Dat een bloeiende import- en exporthandel ontwikkelde tussen de landen van de oude en nieuwe werelden. De Sultan was goed bevriend met Don Joseph en gebruikte zijn invloed om de joden te helpen die, opgehitst door paus Paulus IV, in Europa vreselijk vervolgd werden.

Een bijzondere vriendschap ontwikkelde zich tussen Don Joseph en prins Selim, de oudste zoon van de Sultan. Wanneer Bayazid, de jongere zoon van de Sultan, rebelleert voor zijn opvolging op de troon, ondersteund Don Joseph Selim. In de oorlog die uitbrak tussen de twee broers, werd Beyazid verslagen. Hij vluchtte naar Perzië, waar hij werd vermoord. De nog zeer levende Suleiman heeft weer de volledige controle over zijn grote rijk. Zijn dankbare zoon Selim maakte Don Joseph lid van zijn erewacht. Hij haalde zijn vader de Sultan over om middels een traktaat grond rond het meer van Tiberias in Palestina te verlenen Don Joseph.

Don Joseph besloot om de gave van de Sultan tot een toevluchtsoord voor Joden te maken en stuurde zijn vertrouwde vriend Joseph ibn Adreth (een nazaat van Rabbi Shlomoh ibn Adreth) naar Tiberias, om daar een joodse nederzetting te organiseren. Hij stuurde een oproep aan alle vervolgde joden daar te komen en bood zijn eigen schepen voor het vervoer aan.

In oktober 1566 stuurde Süleyman I een brief aan de vergadering te Antwerpen, waarin hij de Nederlanden financiële en militaire hulp aanbood. Kort daarna stierf hij. De Turkse vlaggen van de Watergeuzen en hun geuzenpenningen met de tekst 'Liever Turks dan Paaps', die zij ook vanaf het jaar 1566 droegen met een Turkse halve maan, wijzen erop dat er waarschijnlijk een samenwerking was bewerkstelligd tussen de Watergeuzen en het Ottomaanse Rijk.

De piek van Don Joseph diplomatieke en commerciële carrière kwam toen zijn vriend Selim II de Sultan werd na de dood van zijn vader. Een van de eerste officiële daden van de nieuwe sultan was het terugbetalen van zijn schulden aan zijn trouwe Joodse vriend. Vanwege zijn diensten maakte hij Don Joseph de Hertog van het eiland Naxos. Verscheidene andere eilanden werden aan hem toegekend. De eilanden zijn bewoond door de Griekse christenen, en Don Joseph was niet bang om onder hen te verblijven. Hij zelf woont in het prachtige kasteel Belvedere in Constantinopel, de hoofdstad van het Ottomaanse rijk.

Don Joseph Nasi had een grote invloed op Selim II, hoewel de Bosnische grootvizier Sokolli alles in het werk stelt het vertrouwen van de Sultan's in zijn joodse adviseur te verstoren. De heersers van de Europese landen besefte snelhet grote belang van Don Joseph in het machtige rijk van de sultan en zochten zijn vriendschap. Zo zocht Keizer Maximiliaan II vrede met de sultan en gaf zijn ambassadeur opdracht Don Joseph's gunst te winnen. Niet alleen weigerde Don Joseph alle steekpenningen, hij verstrekte de ambassadeur een persoonlijke lening.

In 1568 stuurde Willem van Oranje een delegatie naar sultan Selim II, om de samenwerking tegen de Spanjaarden voort te zetten. De Turken hadden op dat moment echter al hun krachten nodig tegen Ivan de Verschrikkelijke. In de hieropvolgende jaren maakte Willem van Oranje een plan voor buitenlandse hulp, waar zowel Europese landen, de sultan als de piraten van Algiers bij betrokken waren. In 1574 stuurde Oranje weer een delegatie. De sultan antwoordde nu met een speciale agent, van wie bekend is dat hij contacten legde tussen de piraten van Algiers, de Nederlandse Republiek en de ‘Morisco’s’, de Spaanse moslims die na de verovering van Spanje een eeuw daarvoor, gedwongen bekeerd waren tot het christendom. Daarnaast stuurde de sultan een enorme vloot de Middellandse Zee in, die Tunis veroverde en de Spanjaarden bezig hield. Hierdoor verminderde de druk van de Spanjaarden op de Republiek, die haar grondgebied veilig kon stellen. Vervolgens werd echter het Ottomaanse Rijk aangevallen door Perzië. Selim II moest een wapenstilstand tekenen met Spanje. Volgens Geoffrey Parker stopte hiermee ook de militaire steun aan de Republiek.

Nog een monarch die vriendschappelijke betrekkingen met Don Joseph Nasi aanging, was koning Sigismund van Polen. Dankzij deze vriendschap behandelde de koning van Polen zijn joodse onderdanen met vriendelijkheid.

Don Joseph probeerde het geld dat hij had uitgeleend aan de koning van Frankrijk terug te krijgen. Deze laatste had geweigerd te betalen aan een Jood.

Sultan Selim gaf Don Joseph toestemming tot het aanhouden van alle schepen die onder Franse vlag en de inbeslagname van hun goederen. De koning van Frankrijk gaf zijn ambassadeur opdracht de ondergang van Don Joseph te bewerkstelligen. Bijna lukte het Grandchamp, een van de meest gewetenloze diplomaten, door middel van omkoperij en bedrog Don Joseph te ruïneren. De opzet bestond uit het verdacht maken van Doti Joseph, zodat deze schuldig kon worden bevonden aan hoogverraad en samenzwering tegen de sultan. Gelukkig kon Don Joseph bewijzen dat het allemaal valse beschuldigingen waren en had zijn vriendschap met de Sultan er niet onder te lijden.

Na de dood van zijn vriend Sultan Selim II, die stierf na te zijn uitgegleden over de natte vloer in een in aanbouw zijnd badhuis, wordt het lijk van de sultan door zijn Venetiaanse vrouw Nurbanu Sultan (Cecilia Venier-Baffo) twaalf dagen in een ijskast verborgen, tot haar zoon uit Manisa, waar hij gouverneur was, naar Istanbul is gekomen om zijn vader op te volgen als Murat III.

Sultan Murat III staat onder invloed van Don Jozefs bittere vijand en de machtige grootvizier Mehmet Sokullu. Murat III probeerde wel meer macht naar zich toe te trekken, maar zijn afhankelijkheid van zijn harem, zijn verslaafdheid aan opium en zijn angst voor de machtige Janitsaren zorgden dat daar niet veel van kwam. Murat liet de regering van het rijk over aan zijn grootvizier en zijn moeder Nurbanu Sultan. Ze is de eerste Valide Sultan (koningin-moeder) van het Sultanaat van Vrouwen, een periode van zo'n 130 jaar waarin haremvrouwen vaak meer macht uitoefenden in het Ottomaanse Rijk dan de sultan zelf.

Don Joseph gaat met pensioen. Hij trekt zich terug in zijn kasteel Belvedere. Hij ondersteund de Yeshivah in Constantinopel, opgericht door zijn tante Donna Gracia en installeert een Hebreeuws drukkerij in zijn huis. Zijn uitgebreide bibliotheek staat open voor alle academici. Als Don Joseph Nasi sterft in de zomer van 1579 in Istanbul. Sultan Murat laat beslag leggen op alle bezittingen. Don Joseph's weduwe moet haar prachtige kasteel verlaten.



Professor Jerry Brotton meldde in 2004 dat hij correspondentie had ontdekt tussen Francis Walsingham, hoofd veiligheidsdienst van Elizabeth I, koningin van Engeland en sultan Murat III. Hieruit bleek dat Elizabeth I de sultan met succes steun had gevraagd tegen de Armada, de grote Spaanse vloot die in 1588 de Nederlanden en Engeland voorgoed moest veroveren. De sultan zou de Armada al in de Middellandse Zee hebben aangevallen en verzwakt.


Professor A.H. de Groot uit Leiden vermeldt ook, dat de Franse bekeerling Mahmud Abdullah Frenk in 1581 als speciale gezant van de sultan contacten had onderhouden tussen de Sultan, Elizabeth en Oranje. Daarnaast is bekend dat de hertog van Anjou en sultan Murat III tussen 1582 en 1584 een soort multicultureel uitwisselingsproject organiseerden, waarbij een Ottomaanse gemeenschap enige tijd in Antwerpen leefde, en een Nederlandse gemeenschap in Istanbul verbleef.


Sultan Mehmed III
In 1603 op het einde van de regeerperiode van sultan Mehmed III bevrijdden de troepen van prins Maurits 1500 Turkse slaven van Spaanse galeischepen na de slag bij Sluis (1603). De prins liet de Turken twee jaar later op Nederlandse schepen terug naar Algerije brengen. Hij zou het nabijgelegen Zeeuwse dorpje Turkeye hebben vernoemd naar deze tijdelijke Turkse populatie.


Sultan Ahmed I
In 1612 knoopte sultan Ahmed I diplomatieke betrekkingen aan met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Cornelis Haga werd de ambassadeur. Nederlanders kregen ook bijzondere voorrechten in het Ottomaanse Rijk.


Van Istanbul naar Bursa

Vanuit Istanbul is Bursa gemakkelijk te bereiken. Het meest comfortabel is de snel-pont, die om 7.30 uur s'ochtends vanuit Yenikapi Feribot Terminal in Istanbul (aan de zijkant van het historische pensinsula) vertrekt en in ongeveer een uur naar Gemlik haven (bekend om de ‘kestane sekeri' = gekonfeite kastanjes) vaart. Er zijn vanuit Istanbul ook bussen naar Bursa die er 3 uur over doen. Omdat de pont groot is voel je nauwelijks deining en kun ontbijten terwijl je de zon zien opkomen achter de eilanden in de Marmara zee.


Bursa (Stadswandeling)

Bursa is al sinds de Romeinse tijd bekend vanwege haar bronnen en baden. Het Ottomaanse rijk maakte Bursa in 1326 tot haar tweede hoofdstad (de eerste was Sogut in Bilecik Provincie) en er zijn nog steeds gebouwen en huizenuit die tijd. Bursa is nu de 4e stad van Turkije en er zijn ook vele moderne winkelcentra en andere moderne gebouwen. De oude stadsmuren zijn zo te zien gereconstrueerd want veel stenen zijn genummerd.

De bazaar van het oude centrum is rustiger is dan die van Istanbul. In de winter trekken de toeristen naar het skigebied van Uludag, de beroemde berg Olympos, die hoog boven de bebouwde kom van Bursa uittorent. Bursa is ook het meest westerse puntje van de beroemde zijderoute en is het zijdecentrum van Turkije. Via de bazaar komen we in de Kozahan (Turks voor zijde-cocon-caravansarai) terrecht. Moda Ipek is een van de bekendste zijde-verkopers in Bursa en er hangen foto's van Koningin Elizabeth van Engeland die boodschappen doet in dezelfde winkel.

De Daruzziyafe, een historisch gebouw waar met hoge houten plafonds en life klassieke Ottomaanse muziek is nu een Osmaans Restaurant.

De beroemde Yesil Cami (Groene Moskee), met de nabijgelegen Yesil Türbe (Groene Tombe) waarin de Tombes van Osman en andere oprichters van het Ottomaanse rijk zijn uiteraard uw bezoek meer dan waard. In het Medrese complex (oude theologische school) huist nu een klein en lokaal ethnographisch museumpje. De Ulu Cami (Grote Moskee) is gebouwd in Seljuk stijl. Er zijn belangrijke kaligrafische werken te zien,

Bursa is ook beroemd om zijn katoenen handdoeken. De badhanddoek is zelfs uitgevonden in Bursa in de 18de eeuw. Voor reizigers zijn de Hamam stijl badhanddoeken ideaal. Ze nemen goed vocht op, zijn van erg dun katoen, waardoor ze weinig ruimte innemen en snel droog zijn. Vlak bij Ulu Moskee is een Outlet van Ozdilek waar overschotten en exemplaren met kleine fabriekfoutjes per kilo worden verkocht.


Van Istanbul naar Konya

In Iconium (Konya), eindigt de Europese tak van het Sufipad. En vervolgt de Via Comitis van de Graaf van het Hollandse Huis haar weg naar Akören. .


Van Konya naar Akören

Het loont de moeite om een tocht te maken langs de kleine dorpjes naar Akören, Het dorpje werd in de Osmaanse tijd Akören genoemd. Volgens de legende sloeg Graaf Dirk in de lente van het jaar 1005 eigenhandig de zogenaamde 'Hollandse Put' nabij het dorp Akören op het Anatolisch plateau. Tot op vandaag de dag viert het dorp elke lente rond de put hun "Dag Sarnic Senlikleri-festival


Van Akören naar Selifke

Na het slaan van de bergput in Akören trekt Ditk III verder. Hij zal via Selifke reizen, waar op 10 juni 1190 Frederik I von Hohenstaufen, keizer van het Heilige Roomse Rijk verdronk.


Van Selifke naar Jeruzalem

Na Selifke trok Dirk via Aniochië (Antakya), Aleppo (Haleb), Damascus en Acre (Akka) naar Jaffa, waar de Graaf eind 1005 arriveerd. Daar wachtte Dirk III de komst van de franciscanen van het klooster uit Jeruzalem af. Deze hadden toestemming om in het Heilige Land te verblijven en om pelgrims rond te leiden. De franciscanen regelden het toegangsgeld met de moslims en zorgden voor ezels. Na een hobbelige tocht kwam graaf Dirk eerst aan in Rama, waar de eerste mis werd opgedragen en werd gerust voor per ezel naar Jeruzalem werd gereisd. In Jeruzalem aangekomen verbleef Dirk II in het Johannieterhospitaal, dat op het hoogtepunt plaats kon bieden aan zo’n 9000 pelgrims. Naast dit verblijf konden de pelgrims ook in het Sionsklooster bij de franciscanen overnachten.

Zoals gebruikelijk brengt Dirk III drie nachten door in de Heilige Grafkerk, de zowel de begraafplaats als kruisigingsplaats van Jezus omvat. Moslims bezaten (en bezitten nog steeds) de sleutels van de Heilige Grafkerk en vroegen een entreeprijs.
In de zomer kon het ’s nachts behoorlijk druk zijn in de Heilige Grafkerk met alle pelgrims die in de immense kerk samengekomen waren om te bidden en de heilige plekken te bezoeken.
Overdag verliet de Hollandse graaf de kerk om door de franciscanen in rap tempo langs alle heilige plaatsen van Jeruzalem te worden gevoerd. Er werd de omgekeerde kruisweg gelopen: vanaf Golgota (in de Heilige Grafkerk) terug naar de plek van het Laatste Avondmaal. Bij elke bezienswaardigheid werd kort aangeduid wat daar te zien was, aangevuld met verwijzingen naar de bijbel. ’s Nachts ging Dirk III weer de kerk in om daar opnieuw te bidden en dat herhaalde zich nogmaals. Vervolgens werd in enkele dagen de ruime omgeving van Jeruzalem aangedaan, waarna Dirk, na zo'n veertien dagen vertrok.

Hoe hij terugkeerde is niet bekend. Wel dat bij zijn terugkeer Holland nogal onveilig blijkt te zijn geworden. Zeker in het noorden van zijn graafschap. Toch geniet hij de rest van zijn leven een zeker aanzien: hij was in Jeruzalem geweest! Zijn bijnaam was Hierosolymita. Jeruzalemganger!

In plaats zich in het kernland van Holland, het gebied rond Haarlem, te vestigen, trekt Dirk III zich terug in het bosrijk en moerassige zuiden van Holland. Bij Vlaardingen laat Dirk tol heffen op schepen die handel dreven met Engeland.

De macht van het Hollandse Huis laat zich vooral uit de huwelijken van de Hollanders aflezen. Vanwege hun vaak vermelde imposante voorkomen en uitzonderlijke lengte waren deze stoere kerels uit Kennemerland 'die geheimtip' aan de Europese vorstenhoven. Zo trouwde de Hollandse Dirk III rond 1019 met de Duitse prinses Hilde (Othilde, Otto's Hilde, dochter van de Duitse koning Otto II, tevens Heilig Romaans Keizer).

Uit dit huwelijk werden twee fiere zonen, Dirk IV en Floris I, en twee pronte dochters, Betrade en Swanhilde, geboren. Onderzoek van het gebeente van zoon Floris I wees uit dat deze de in die dagen opvallende lengte van 2.10m had.
(E.H.P. Cordfunke, Opgravingen in Egmond, p93).

Ook Dirk III moet een reus van een kerel geweest zijn die bij verschijning al ontzag inboezemde. In 1030 gaat hij voor de tweede keer een bedevaart naar Jeruzalem. Deze trip neemt aanzienlijk meer tijd in beslag.

Deed Dirk er in 1005 als 24-jarige slechts 11 maanden over om de Heilige Stad te bereiken, als hij in 1030, vijftig jaar oud, opnieuw vertrekt, duurt het tot 1034 voor hij weer terugkeert in Holland.

Als Dirk III op 27 mei 1039 overlijd, wordt hij begraven als Theodericus III Hierosolymita in de abdijkerk te Egmond: 'iuxta oratorium eiusdem basilice in aquilomari parte'.

In de ogen van zijn volk moet Dirk III bijna een heilige zijn geweest. Sinds zijn reis door Klein Azië tooide hij zich bovendien met een tulband.

Dirks weduwe van Hilde vertrok na zijn dood naar haar geboorteland Saksen, waar zij op 31 maart 1044, ongeveer 56 jaar oud sterft. Ze wordt begraven in het Klooster Quedlinburg.

Als zoon Dirk IV ongehuwd en op jeugdige leeftijd in januari 1049 sneuvelt, gaat de grafelijke titel over op broer Floris I. Floris wordt ongeveer 31 jaar oud en op 19 mei 1061 vermoord te Nederhemert in Gelderland.

De middeleeuwse geschiedenis van de Abdij waar Dirk III ligt begraven eindigt in 1573. Dat jaar steken de Geuzen (een protestantse beweging onder leiding van prins Willem van Oranje) de abdij in brand. Ook de graven van de hier rustende leden van het Huis van Holland laten deze protestantse extremisten niet ongeschonden.

In 1935 kon alleen het graf van Floris I en zijn zoontje met zekerheid worden vastgesteld uit wat er over was van alle graven van de Graven van Holland in Egmond. De overige leden van dit vroege heersersgeslacht, waaronder ook de laatste resten van Dirk III, werden in afzonderlijke eikenhouten kistjes op 8 oktober 1980 door de monniken in één verzamelgraf herbegraven op het kerkhof van het Benedictijnenklooster.

Mohamed el-Fers

 

Buy now at Lulu.com Click here to buy this book now

In Nederland schreef Mohamed el-Fers de eerste biografie van Mevlana. , de Mesnevi van Mevlana Rumi werd in het Nederlands vertaald door Abdulwahit van Bommel en heeft ook Sipko den Boer veel teksten van de mysticus in het Nederlands grbracht. Luister ook naar de Mevlana uitzending van De Wandelende Tak van de VPRO met muziekjournaliste Saskia Törnqvist

Het Mevlana-project werd uitgevoerd in samenwerking met de volgende organisaties:
Komfly.com
UETD
Vereniging Turkshuis
Mokum TV Amsterdam
Stichting KULSAN
Vereniging Turkse Schrijvers Nederland
Vereniging IFKSAN
Stichting Kleurrijk Dans
Stichting Mozaïek, Cultuur en Kunststichting
Stichting Troya
Stichting Tevazu
Stichting Mokum Plus
Stichting ODA
Stichting Kardelen
CWI Amsterdam
Historisch Museum Turkije-Nederland Hoorn
SMHO
Stichting Mystiek
Zaman Nederland

De E8 is een initiatief van de Europese Wandelvereniging. In Nederland is deze route onder beheer bij de Stichting Lange Afstand Wandelpaden.

HOME

 

Reisbladen in Nederland/Belgie

National Geographic Magazine

Sufipath - Our mission is to provide you with practical information on hiking and adventure on the Sufipath.

Columbus
Glossy reismagazine.

Reizen
ANWB Reizen is het enige gespecialiseerde en praktische reisblad voor bijzondere bestemmingen.

Grande
Gevarieerde 'feel-good' reismagazine van meer dan 130 pagina's.

 

 

Stichting Lange Afstand Wandelpaden.

www.hiking-site.nl

www.hiking.be

Österreichischer Alpenverein
The Sultantrial, part of the Sufipath, end/begins in Vienna.

German Hiking Clubs

Deutscher Wanderverband
Verbandes Deutscher Gebirgs- und Wandervereine e. V.

Der Bayerische Wald-Verein e.V.
Verein für Kultur, Heimat- und Volkstumspflege, Naturschutz, Landschaftspflege und Wandern im Bayerischen Wald.

Deutsche Wanderjugend (DWJ)
Die Deutsche Wanderjugend ist die Jugendorganisation des Verbandes Deutscher Gebirgs- und Wandervereine e. V.

Fédération française de la randonnée pédestre
The FFRandonnée is the old Comité national des sentiers de grande randonnée.

Voyageurs du Monde
Tour opérateur français, qui décline ses produits à travers les marques : Voyageurs du Monde, Terres d'Aventure, Comptoir des Voyages, Déserts, Nomade Aventure et Grand Nord Grand Large.

The Jewish Outdoors Club (JOC)
A non-profit organization located in the New York Metropolitan area. Its stated purpose is to "Bring Jews together to explore and get lost in the Great Outdoors".

Svenska Turistföreningen

Swiss Alpine Club
The Swiss Alpine Club (German: Schweizer Alpen-Club, French: Club Alpin Suisse, Italian: Club Alpino Svizzero, Romansh: Club Alpin Svizzer) is the largest mountaineering club in Switzerland. It was founded in 1863 in Olten and it is now composed of 111 sections with 110 000 members (2006).

VándorMások
VándorMások (lit. “Roving Others”) in Hungary is organizing gay-friendly hikes in the mountains easily accessible from Budapest.

American Hiking Society
Maryland-based non-profit dedicated to preserving trails, the areas that surround them and the hiking experience itself.